Ja, Frans is een buisvak voor onze studenten Leraar lager onderwijs, maar dat heeft een goede reden

kaat delrue frans leraar lager onderwijs

Meer dan de helft van de leerlingen kan aan het einde van het lager onderwijs onvoldoende Frans lezen. Ongeveer de helft van hen durft zelfs amper Frans te spreken, blijkt uit een nieuw onderzoek van KU Leuven bij meer dan 2.000 leerlingen. "De beheersing van Frans bij de leerkracht is cruciaal", reageert opleidingsdirecteur Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs Kaat Delrue. "Daarom gaan wij er prat op dat al onze studenten een hoog niveau Frans halen. Zelfs al maakt dat van Frans een 'buisvak'".

"De resultaten van de peiling Frans voor het basisonderwijs zijn in het algemeen niet zo goed. Dat is waar. Wij voelen als lerarenopleiding de bui dus al hangen", reageert opleidinsdirecteur Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs Kaat Delrue. "Je moet weten dat de basis voor het leren van vreemde talen op de basisschool ligt. Bijgevolg is de beheersing van het Frans bij de leerkracht cruciaal. Toen Frank Vandenbroucke minister van Onderwijs was en veel inspanningen geleverd heeft om zicht op zaken te krijgen, heeft hij een van de belangrijkste politieke beslissingen genomen vanuit dat standpunt: hij bepaalde bij wet dat studenten leraar lager onderwijs B1+ moeten halen voor de schriftelijke vaardigheden (begrijpend luisteren en lezen) en B2 voor de mondelinge vaardigheden (luisteren en spreken) Frans. Dat impliceerde dat hogescholen voor hun maatschappelijke verantwoordelijkheid werden geplaatst."

Verantwoordelijkheid nemen

"Elke lerarenopleiding heeft de vrijheid om te bepalen hoe zij dit realiseren binnen hun curriculum. Wij hebben er bewust voor gekozen om de kennis en vaardigheden van de studenten wat betreft Frans te scheiden van de didactische poot of van een combinatie met een ander vak. Dat betekent dat het opleidingsonderdeel Frans op zichzelf staat. Een student slaagt of buist voor zijn of haar kennis van het Frans. Een onvoldoende kan niet gecompenseerd worden door het betere resultaat van een ander vak."

Buisvak

Dat heeft natuurlijk consequenties. "Ja, Frans is een struikelblok, een buisvak in het jargon. En ja, veel studenten moeten het vak verschillende keren hernemen. De ervaring leert dat studenten die er extra tijd en energie in steken, het wel kunnen halen. Dat nuanceert ook het argument van de instroom: het gaat om inzet, motivatie, ervoor willen gaan, de verantwoordelijkheid van de lerarenjob voor ogen hebben. Als opleiding zijn we ook steeds op zoek naar manieren om onze studenten zo goed mogelijk te ondersteunen en te motiveren om het vak ter harte te nemen. Dan pas is ons werk af. Wij vertrouwen erop dat studenten die bij ons afstuderen de basis hebben om te vertrekken en verder hun kennis en kunde op peil houden. Want een taal moet je onderhouden. Daar staan leraren telkens voor hun verantwoordelijkheid." 

Bewustwording bij studenten

Sinds dit academiejaar behoort  Frans tot een van de vakken voor de niet-bindende toelatingsproef voor de lerarenopleiding.  "De resultaten zijn niet bindend, maar de student krijgt toch een spiegel voorgeschoteld die hem/haar helpt zichzelf in te schatten en werk te maken van de basiskennis", legt Kaat Delrue uit. "De praktijk toont aan dat leerlingen die net uit het secundair onderwijs komen en een tekort voelen voor Frans, vaak bijles gaan volgen om zich beter voor te bereiden . Dat is een heel goede zaak. Dat betekent dat er bewustwording is  bij studenten, want geef toe, het zou toch spijtig zijn dat we een goede leraar missen omdat die onvoldoende Frans kent. Net nu er zoveel gedreven mensen nodig zijn in het lager onderwijs."