ABC van het hoger onderwijs

Een periode van één jaar die ten vroegste op 1 september en uiterlijk op 1 oktober begint en eindigt op de dag voor het begin van het volgende academiejaar. Elke hogeschool of universiteit bepaalt zelf wanneer het academiejaar start.

Oud-studenten

Een samenwerkingsverband tussen één universiteit en ten minste één hogeschool.

Een bacheloropleiding die enkel rechtstreeks openstaat voor personen die reeds in het bezit zijn van een diploma van een andere bacheloropleiding.

Een opleiding in het academisch onderwijs of in het hoger professioneel onderwijs, die aansluit bij het secundair onderwijs, en waarvan de studieomvang ten minste 180 studiepunten bedraagt.

  • Academisch gerichte bacheloropleiding Bacheloropleidingen, georganiseerd door universiteiten of hogescholen, die de nadruk leggen op een brede academische vorming of een vorming in de kunsten. Ze zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en hebben als hoofddoelstelling het doorstromen naar een masteropleiding.
  •  Professioneel gerichte bacheloropleidingen Professioneel gerichte bacheloropleidingen hebben tot doel de studenten te brengen tot een niveau van algemene en specifieke kennis en competenties nodig voor de zelfstandige uitoefening van een beroep of groep van beroepen.

Het uitwerken van een opdracht waarvan het onderwerp betrekking moet hebben op de finaliteit van de opleiding; de bachelorproef moet gematerialiseerd worden in geschreven, audiovisuele of andere door de opleidingsdirecteur goedgekeurde vorm. De bachelorproef is een opleidingsonderdeel in het studieprogramma waarbij de onderwijsvorm en de daaraan verbonden studieactiviteiten voor het grootste deel bestaan uit het onder begeleiding opmaken van een eindproduct als projecttaak.

De bachelor-masterstructuur is een afspraak die 29 Europese landen in 1999 gemaakt hebben om te komen tot een meer uniform hogeronderwijssysteem. In de hogescholen kun je terecht voor professionele bacheloropleidingen. Als je deze studie afgerond hebt, mag je jezelf bachelor noemen. Als je aan een universtiteit studeert, volg je eerst een bacheloropleiding van drie jaar en daarna kan je doorstromen naar een masteropleiding. Als je in België bijvoorbeeld een bacheloropleiding Communicatiemanagement volgt, dan heb je ongeveer dezelfde kwalificaties als iemand die dezelfde opleiding in Duitsland of Frankrijk heeft behaald. Zo wordt het ook veel makkelijker om een deel van je opleiding in het buitenland te volgen.

Het onderzoek naar de aanwezigheid van EVC’s en/of EVK’s.

Een student die: a) aan de financiële voorwaarden voldoet om een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap te ontvangen, of b) onderdaan is van een staat behorende tot de Europese Economische Ruimte en beantwoordt aan de criteria voor het verkrijgen van een studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap, of c) een DGOS-bursaal, een BTC-bursaal of een bursaal in de programma’s van de ontwikkelingssamenwerking van de Vlaamse Interuniversitaire Raad is.

Een student die geen studietoelage van de Vlaamse Gemeenschap ontvangt, maar waarvan het referentie-inkomen ten hoogste 1 240 euro boven de financiële maximumgrens bepaald in de regelgeving betreffende de studietoelagen ligt. Het bedrag van 1 240 euro wordt jaarlijks geïndexeerd.

Een competentie is het vermogen om adequaat te functioneren in een bepaalde (beroeps)context door het kiezen en gebruiken van de passende integratie van kennis, vaardigheden en houdingen. Iemand is competent als hij het vermogen en de wil bezit om op die manier adequaat te handelen en dit ook kan aantonen.

60 minuten contactonderwijs.

 

De erkenning van het feit dat een student blijkens een examen de competenties, verbonden aan een opleidingsonderdeel, heeft verworven. Deze erkenning wordt vastgelegd in een document of een registratie. De verworven studiepunten, verbonden aan het betrokken opleidingsonderdeel, worden aangeduid als “credits”.

Een contract aangegaan door het hogeschoolbestuur met de student die zich inschrijft met het oog op het behalen van (een) creditbewij(s)(zen) voor één of meer opleidingsonderdelen.

Studieprogramma of opleidingsprogramma.

 

De definitieve quotering van een leereenheid.

Een contract aangegaan door het hogeschoolbestuur met de student die zich inschrijft met het oog op het behalen van een graad of diploma.

De diversiteitscoach promoot diversiteit als meerwaarde voor de hogeschool, werkt mee aan initiatieven met betrekking tot diversiteit in de opleiding en fungeert voor studenten en medewerkers als aanspreekpunt voor vragen en suggesties met betrekking tot diversiteit. Waar nodig zoekt de diversiteitscoach in overleg met de student met respect voor diens privacy naar redelijke onderwijs- en examenfaciliteiten in functie van een beslissing door de opleidingsdirecteur en volgt deze op.

European Credit Transfer and Accumulation System: creditsysteem dat mobiliteit en academische erkenning van opleidingsonderdelen binnen een Europese context mogelijk maakt.

De ECTS-fiche van een opleidingsonderdeel bevat de onderwijskundige en organisatorische beschrijving van dat opleidingsonderdeel. Ze bevat informatie over de inhoud, doelen, competenties, lesgever(s), studiematerialen, onderwijsorganisatie, evaluatie- en beoordelingscriteria. Raadpleeg de fiches hier.

Per opleidingsonderdeel worden verschillende vormen van evaluatie onderscheiden: mondeling examen, schriftelijk examen, observatie, permanente evaluatie, presentatie,… met de daaraan verbonden eigen evaluatieactiviteiten. De evaluatievorm heeft tot doel te beoordelen in welke mate de student de vooropgestelde doelstellingen heeft bereikt en resulteert in een quotering.

Een eerder verworven competentie, zijnde het geheel van kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes verworven door middel van leerprocessen die niet met een studiebewijs werden bekrachtigd.

Een eerder verworven kwalificatie, zijnde elk binnenlands of buitenlands studiebewijs dat aangeeft dat een formeel leertraject, al dan niet binnen onderwijs, met goed gevolg werd doorlopen, voor zover het niet gaat om een creditbewijs dat werd behaald binnen de instelling en opleiding waarbinnen men de kwalificatie wenst te laten gelden.

 

Een contract, aangegaan door het hogeschoolbestuur met de student die zich onder de door het instellingsbestuur bepaalde voorwaarden inschrijft voor het afleggen van examens met het oog op het behalen van: a) een graad of een diploma van een opleiding, of b) een creditbewijs voor één of meer opleidingsonderdelen.

Mogelijkheid om een examen af te leggen. Per inschrijving en per opleidingsonderdeel heeft een student in principe twee examenkansen.
Examenperiode Er zijn per academiejaar drie examenperiodes. Ze worden jaarlijks vastgelegd in de academische kalender.

Een studietraject op maat voor een bepaalde student dat afwijkt van een modeltraject. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen een persoonlijk deeltraject (PDT) en een individueel opleidingstraject (IOT), waarbij opleidingsonderdelen uit diverse opleidingen worden opgenomen.

Wijzigen van het leertraject.  Bijv. wijzigen van inhoud contract, veranderen van opleiding, studies stopzetten …

In deze werkvorm doet de lesgever of gastspreker voor een groep studenten aan informatieoverdracht. Het hoorcollege is vooral gericht op overdracht en verwerking van theoretische inhouden, kennis en inzichten. Naast het ex cathedra doceren kan men gebruik maken van activeringselementen zoals zoemsessies en discussiemomenten.

Voor de start van de onderwijsactiviteiten kunnen instapcursussen georganiseerd worden voor opleidingsonderdelen die een specifieke voorkennis vereisen. Voor bepaalde opleidingsonderdelen kunnen adviessessies worden georganiseerd waarin aan kandidaat-studenten gericht advies wordt verleend in verband met hun niveau van vaardigheid of kennis. Beide activiteiten vallen buiten de normale onderwijsactiviteiten.

Geheel van kennis, vaardigheden en attitudes die men verwacht bij aanvang van je opleiding of waarvan men verwacht dat je ze snel zal bereiken.

De leercoach brengt de student algemene leercompetenties bij zoals structureren en plannen. Deze coaching gebeurt vaak in een specifiek opleidingsonderdeel ‘professionele ontwikkeling’.

Het totale pakket van studiepunten dat een student gedurende zijn studieloopbaan kan inzetten voor een inschrijving onder diplomacontract voor een bacheloropleiding of een opleidingsonderdeel onder creditcontract en dat naargelang het aantal studiepunten waarvoor de student zich inschrijft en welke hij verwerft, kan evolueren. Het leerkrediet kun je vergelijken met een rugzak gevuld met 140 studiepunten. Bij de inschrijving haal je de studiepunten die je opleiding ‘kost’ uit je rugzak. Op het einde van het academiejaar ontvang je de studiepunten waarvoor je een creditbewijs verwierf. Meer informatie over het leerkrediet vind je op de site www.studentenportaal.be van de Vlaamse Overheid.

Een masteropleiding die enkel rechtstreeks openstaat voor personen die reeds in het bezit zijn van een diploma van een masteropleiding.

 

Een masteropleiding is een opleiding van ten minste 60 studiepunten die door een universiteit aangeboden wordt in het academisch onderwijs. Masteropleidingen leggen de nadruk op gevorderde wetenschappelijke of artistieke kennis en competenties die nodig zijn voor het zelfstandig beoefenen van wetenschap of kunst, of voor het uitoefenen van een beroep. Masteropleidingen worden afgesloten met een masterproef.

Een vooraf uitgetekend en aangeboden studietraject omvattende 60 of 30 studiepunten per academiejaar en dat door zijn onderwijskundige samenhang de student toelaat zijn diploma binnen de vooropgestelde minimumduur te behalen.

Consistent deel van het opleidingsprogramma bestaande uit één of meerdere opleidingsonderdelen.

Sommige opleidingen (bijv. Pedagogie van het jonge kind en Ergotherapie) werken met moduleonderwijs. Dat betekent dat je na elke vier weken les telkens geëvalueerd wordt met een examen of taken. De leerstof wordt zo bewust overzichtelijk gehouden.

Persoon die optreedt als bemiddelaar bij geschillen en problemen tussen de student en één of meer personeelsleden.

De algemene benaming voor hoor- en werkcolleges, practica, laboratoria, de aan de student individueel opgelegde werken, de stages en de examens.

Per opleidingsonderdeel worden verschillende soorten onderwijswerkvormen onderscheiden: hoorcollege, werkcollege, praktijk, stage, projecttaken, … met de daaraan verbonden eigen onderwijsactiviteiten. De onderwijswerkvorm geeft aanleiding tot leeractiviteiten zodat de vooropgestelde doelstellingen kunnen bereikt worden.

De structurerende eenheid van het onderwijsaanbod. Zij wordt bij succesvolle voltooiing bekroond met een diploma.

Concrete beschrijving van het opleidingsprogramma binnen het kader van het studiecontract. De ECTS-fiches maken integraal deel uit van de opleidingsgidsen.

Een afgebakend geheel van onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten dat gericht is op het verwerven van welomschreven competenties inzake kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes.

Een geordende opsomming van de specifieke basiscompetenties die binnen een opleiding worden verworven.

Een samenhangend geheel van opleidingsonderdelen gericht op de verwezenlijking van welomschreven doelstellingen inzake kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes waarover degene die de opleiding voltooit, dient te beschikken; een studieprogramma of curriculum.

Een beoordeling van de studieprestaties voor een opleidingsonderdeel in de examenperiodes zoals voorzien in de opleidingskalender.

 

Een portfolio is een doelgerichte bundeling van bewijsmateriaal waaronder zowel afgewerkte producten, reflecties als procesverslagen kunnen vallen en wordt gebruikt voor het beoordelen van competenties. Reflectie - het nadenken over het eigen leren - maakt een essentieel onderdeel uit van de portfolio. De student heeft het eigenaarschap van de portfolio.

Een practicum is gericht op het aanleren van vaardigheden. In een practicum worden vaardigheden ingeoefend, gecorrigeerd, herhaald, gevarieerd toegepast.

Een onderwijsactiviteit waarbij studenten beroepsgerelateerde competenties ontwikkelen. Praktijk kan plaatsvinden in een onderwijscontext (practicum, labo …) of in een beroepscontext (studiebezoek, veldwerk …). In tegenstelling tot stage gebeurt de instructie en begeleiding van deze onderwijsactiviteit voornamelijk door de lesgever.

Persoon die in opdracht van de Arteveldehogeschool de student begeleidt tijdens de praktijk.

Een verplichte onderwijsactiviteit met het oog op het versterken van de kansen tot studievoortgang. Het proefexamen kan nooit het voorwerp van beraadslaging van een examencommissie zijn.

Een programma dat kan worden opgelegd aan een student die zich wenst in te schrijven voor een masteropleiding op grond van een in het professioneel hoger onderwijs uitgereikt bachelordiploma. Het programma beoogt de in artikel 58, § 2, 2° van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs in Vlaanderen bedoelde algemene wetenschappelijke competenties en wetenschappelijk-disciplinaire basiskennis bij te brengen.

Een academiejaar bestaat uit twee semesters.

Er zijn drie periodes waarin examens worden afgelegd:
- na het eerste semester, in de maand januari
- na het tweede semester, in de maand juni
- tijdens de derde examenperiode, in de maanden augustus en september.

Een aantal opleidingsonderdelen loopt over het volledige academiejaar.

Op de Studie-Informatie Dagen krijg je een overzicht van het volledige hoger onderwijsaanbod in Vlaanderen.

Een onderwijsactiviteit waarbij de student zijn competenties optimaal ontwikkelt door het uitoefenen van beroepsactiviteiten onder leiding van een stagementor op de stageplaats en onder begeleiding van een lesgever als stagebegeleider uit de hogeschool. Bij stage wordt ook zelfstudietijd voorzien voor het doelgericht voorbereiden van de stage en het opmaken van verdiepende rapporten.

Persoon die in opdracht van de Arteveldehogeschool de student begeleidt bij de stage.

Persoon die in opdracht van de stageplaats de student begeleidt tijdens de stage.

In het hoger onderwijs zijn de studietoelagen van de Vlaamse overheid lang niet de enige financiële tegemoetkoming. Aan elke hogeschool of universiteit zijn er studentenvoorzieningen of sociale voorzieningen die studiefinancieringen en studieleningen aanbieden, of overbruggingsleningen als je door omstandigheden tijdelijk meer kosten hebt. Aan de Arteveldehogeschool worden de studentenvoorzieningen behartigd door de dienst studentenvoorzieningen (STUVO).

De bundeling van de onderwijsregeling, het examenreglement, de gedragscode en de tuchtregeling binnen de hogeschool die aan de student wordt overhandigd bij de inschrijving. Raadpleeg hier het studiecontract.

Een categorie waarin opleidingen zijn samengebracht.

Het bedrag te betalen door de student voor de deelname aan onderwijsactiviteiten en/of examens.

Het aantal studiepunten toegekend aan een opleidingsonderdeel, aan een opleidingsprogramma of aan een opleiding.

Een studieprogramma of opleidingsprogramma is gebaseerd op een uitgeschreven opleidingsconcept, waarin de basisfilosofie en de voornaamste krachtlijnen van de opleiding of studierichting worden beschreven, en stoelt op het onderwijsconcept van de hogeschool. Een studieprogramma bestaat uit opleidingsonderdelen, die een gecoördineerd geheel vormen van onderwijsactiviteiten met daaraan verbonden studieactiviteiten. In een studieprogramma worden de opleidingsonderdelen van de opleiding of optie beschreven inzake de kernleerdoelen, de leerinhouden, de onderwijswerkvormen, de studiemiddelen, het examensysteem, de optiedekking van opleidingsonderdelen, de contacturen bij de gehanteerde werkvormen, de studietijden en de eraan gekoppelde studiepunten.

Studiepunten geven aan hoe zwaar een opleidingsonderdeel (= vak) weegt binnen een opleiding. Het geeft je een idee hoeveel uren je moet werken aan een opleidingsonderdeel in één academiejaar. Eén studiepunt is goed voor 25 à 30 uur inzet (naar de les gaan, studeren, taken maken en groepsopdrachten). 

Het is de bedoeling dat je de studiepunten waarvoor je inschrijft, omzet in credits of creditbewijzen. Deze credits tonen aan dat je een bepaald opleidingsonderdeel beheerst. Om credits voor een opleidingsonderdeel te behalen moet je 10 op 20 scoren.

Een bacheloropleiding bevat 180 studiepunten. Standaard betekent dit gemiddeld 60 studiepunten jaarlijks, over een traject van drie jaar.

De in uren weergegeven tijd die van de normstudent wordt gevergd om de voorgeschreven onderwijs-, leer- en evaluatieactiviteiten van een opleidingsonderdeel, een opleidingsprogramma of een opleiding af te ronden.

De Vlaamse overheid springt bij voor studenten die de kosten verbonden aan de studie niet kunnen dragen. Als je aan bepaalde financiële en pedagogische voorwaarden voldoet, kan je in aanmerking komen voor een studietoelage. Je vindt alle informatie in verband met studietoelagen op www.studietoelagen.be.

De wijze waarop het opleidingsprogramma wordt geordend. Elke opleiding biedt één of meer modeltrajecten voor zijn studenten aan, daarnaast kunnen geïndividualiseerde trajecten per student worden overeengekomen.

De beslissing dat een student al of niet voortgang kan maken in zijn studies. Onder studievoortgangbeslissing wordt verstaan: een examenbeslissing, een examentuchtbeslissing, de toekenning van een vrijstelling of van een bewijs van bekwaamheid, het opleggen van een maatregel van studievoortgangsbewaking.

Het bewaken door de hogeschool van de normale studievoortgang bij elke student. Hiertoe kan de Arteveldehogeschool de inschrijving afhankelijk maken van bindende of niet-bindende voorwaarden.

De taalcoach screent de taalcompetenties van nieuwe studenten. Organiseert ook collectieve taalbegeleiding rond bijvoorbeeld e-mailetiquette, zakelijk schrijven en spreekvaardigheid.

 

Het onderzoek om te bepalen of kandidaat-studenten die niet voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden toelating kunnen verkrijgen om zich in te schrijven voor een bacheloropleiding. Dit onderzoek wordt geregeld door de Validerende Instantie van de Associatie Universiteit Gent.

De trajectbeheerder begeleidt de student bij het kiezen van een leertraject. De helft van onze studenten volgt een traject dat afwijkt van de standaard.

Klik hier voor contactgegevens van de trajectbeheerders van Arteveldehogeschool.

De trajectcoach is het eerste aanspreekpunt voor de student. Hij begeleidt hem om actief te reflecteren over zijn traject, zowel bij moeilijkheden als bij het zoeken naar extra uitdagingen.

Deel van het academiejaar waarin noch onderwijsactiviteiten noch examens worden georganiseerd, met name de zomervakantie en de overige reglementaire vakantiedagen.

De door het hogeschoolbestuur bepaalde regels inzake het gevolgd hebben van of geslaagd zijn voor een opleidingsonderdeel of een opleiding vooraleer een student een examen kan doen over een ander opleidingsonderdeel of een andere opleiding.

Een studietraject dat de student in staat stelt om per academiejaar een studieprogramma te voltooien van ten minste 54 en ten hoogste 66 studiepunten.

Een programma dat kan worden opgelegd aan een student die niet in het bezit is van een diploma dat op rechtstreekse wijze toelating verleent tot de opleiding waarvoor hij zich wenst in te schrijven.

 

De opheffing van de verplichting om over een opleidingsonderdeel, of een leereenheid, examen af te leggen. Er is geen behoud van quoteringen.

Combinatie van informatieoverdracht en in interactie treden met de studenten. De lesgever geeft een inleiding op de leerinhoud en begeleidt studenten bij het uitvoeren van de leertaken. Studenten zijn vooral zelf aan het werk en de lesgever heeft gelegenheid (individueel) op studenten te reageren. De nadruk ligt op het interactieve karakter. Daarom is het aangewezen dat het contactonderwijs plaatsvindt in groepen van beperkte grootte.

Een student die aan al de volgende voorwaarden beantwoordt: hij is in het bezit van een bewijs van tewerkstelling in dienstverband met een omvang van tenminste 80 uren per maand, of hij is in het bezit van een bewijs van uitkeringsgerechtigde werkzoekende en de opleiding kadert binnen het door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling voorgesteld traject naar werk; hij is nog niet in het bezit van een tweede cyclusdiploma of masterdiploma; hij is ingeschreven in een studietraject met specifieke onderwijs- en leervormen.

Een student die aan al de volgende voorwaarden beantwoordt: hij is in het bezit van een bewijs van tewerkstelling in dienstverband met een omvang van tenminste 80 uren per maand, of hij is in het bezit van een bewijs van uitkeringsgerechtigde werkzoekende en de opleiding kadert binnen het door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling voorgesteld traject naar werk; hij is nog niet in het bezit van een tweede cyclusdiploma of masterdiploma; hij is ingeschreven in een studietraject met specifieke onderwijs- en leervormen.