Verdriet vraagt liefde

Verdriet vraagt liefde

Uit ‘het leven’ gegrepen

Stel je eens voor: je collega is net haar man verloren. Je doet er uiteraard alles aan om haar de eerste dagen te steunen. Je stuurt haar oprecht gemeende berichtjes, je doet je uiterste best om iets ‘origineels’ neer te pennen op de traditionele rouwkaart en je tekent present op de begrafenis. De grote leegte door het onomkeerbare gemis breekt aan. Na het klein verlet – want bij grote keerpunten krijgen we drie gulle dagen – gaat jouw collega terug aan het werk. Ze neemt plaats aan haar bureau, ze opent op automatische piloot haar laptop en staart minutenlang voor zich uit, blik op oneindig, nietsziende van wat zich afspeelt in haar omgeving en jij vraagt je af: wat moet ik nu zeggen? Zou ik vragen hoe het met haar gaat, en met haar verdriet? Of zou ik gewoon beter het thema vermijden, want misschien begint ze wel te wenen en hoe reageer ik daar dan weer op? Een ongemakkelijke eerste dag gaat van start, vooral voor haar, maar ook voor jou.

Heeft u dit nog nooit meegemaakt? Wees gerust, vroeg of laat worden we er ooit allemaal mee geconfronteerd. Leven impliceert immers ook doodgaan…

 

Waarom blijft het doodstil?

Bovenstaand scenario speelt zich helaas vaak af en niet enkel op het werkterrein. De eerste dagen zijn we nabij en beschikbaar voor onze naaste rouwenden maar wanneer er al wat tijd is over gegaan, durven we dit onderwerp niet meer te berde brengen. We zijn bang dat onze woorden kwetsen. Rouwenden hebben al zo het gevoel dat de overledene letterlijk wordt doodgezwegen en voelen zich hierdoor vaak emotioneel verwaarloosd. Toch beseffen we allemaal maar al te goed dat blijven praten over verlies, dood en rouw zinvol is. Het werkt verbindend en het geeft rust. Maar waarom doen we dit dan te weinig? Of mag ik zeggen: waarom ‘durven’ we dit nauwelijks?

Het zal u waarschijnlijk niet verbazen dat thema’s zoals dood en rouw zich in een taboesfeer bevinden. Dit heeft te maken met het feit dat we niet weten hoe we met onmacht moeten omgaan. Heeft iemand dit ooit geleerd op school? Ik alvast niet. Praten over verlies, van welke aard ook, doet ons denken aan onze eigen kwetsbaarheid. Het werkt ontnuchterend en we willen er liever niet te veel bij stilstaan vanuit ons gemeenschappelijk menszijn (‘het kan mij ook overkomen…’). Dit alles draagt bij tot een verlegen en introverte Vlaamse rouwcultuur. Wil dit dan zeggen dat we moeten dansen en knuffelen zoals bij de Surinaamse Creolen? Neen, maar minder gêne zou ons al een heel eind verder helpen…

Toch is er op de ‘durf’ na nog een groter euvel dat we best kunnen omschrijven als gebrek aan kennis en tijd. Weinigen zijn op de hoogte van de hedendaagse integratieve wetenschappelijke visie op rouw, die er van uit gaat dat elk rouwproces uniek en individueel is. Rouw kent ook geen eindpunt, het is niet zo dat indien je de vooropgestelde fases hebt doorlopen je weer terug helemaal jezelf bent! Rouw is tenslotte ook geen ziekte, dus medicaliseren en pathologiseren is bij deze niet heilzaam…. Rouwen gaat in essentie over verbinding blijven zoeken met diegene die er niet meer is. Samen hiervoor tijd en ruimte creëren is een must.

 

Rouwethiek als utopia

Hoe doorbreken we de onkunde en bijhorende stilte? Een basisethiek ontwikkelen, met empathie voor de rouwende medemens als vertrekpunt, met maatschappelijke waarden zoals kwetsbaarheid , verantwoordelijkheid en solidariteit in de hoofdrol. Een blijvende erkenning van het Oud-Griekse Pentheo, namelijk  het intense gevoel van droefheid en tenslotte een waardering van de Levinasiaanse ‘kleine goedheid’. Bescheiden daden voor rouwenden zijn immers van wezenlijk belang en subtiele aandacht op langere termijn wordt eveneens geapprecieerd. Vorig jaar had ik het genoegen om in het kader van wetenschappelijk onderzoek ervaringsdeskundigen te interviewen omtrent de beleving van hun rouwproces. Bij het aanhoren van deze aangrijpende maar soms ook warme verhalen, viel het mij telkens weer op dat de kleine diepmenselijke, eerder bescheiden attenties, het meest deugd deden. Een berichtje sturen op betekenisvolle datums, in plaats van altijd ‘oplossen’ er gewoon zijn, nederige rituelen helpen invoeren, het proberen stil maken of eens een al dan niet werkgerelateerde taak tijdelijk over nemen. Melige cadeaus zijn niet nodig, het gaat hier dan ook niet over sentimentaliteit maar over pure emoties. Het bescheiden en fragiele  karakter van deze ‘kleine goedheid’, dixit Levinas, wijst immers op het feit dat ze authentiek is.

 

Je bent wat je verloren hebt…

Ik ben er alvast van overtuigd dat het durven bespreekbaar maken van bovenstaande overpeinzingen de volle aandacht verdient, kijk maar bijvoorbeeld naar de gevolgen van de wereldwijde recente pandemie en… zoals ene meneer Wilde ooit poëtisch schreef:  ‘One can survive everything, nowadays, except death’.

 

Xenia Geysemans, docent ethiek aan de Arteveldehogeschool, universiteitspastor aan de Univeriteit Antwerpen en gastdocent bij Netwerk Palliatieve zorg Waasland.

Xenia Geysemans