Waar kan ik aan de slag met mijn diploma geschiedenis?

Lesbevoegdheid:

  • Leraar geschiedenis in de eerste graad van het secundair onderwijs en de tweede graad van het aso, tso en kso.
  • Leraar MAVO in de eerste (b-stroom), tweede en derde graad van het bso.
  • Leraar PAV in de tweede en derde graad van het bso.
  • Je kan geschiedenis geven in de eerste en tweede graad:

    Graad

    Leerjaar

    Uren geschiedenis/week

    1ste graad

    1ste leerjaar a

    1

     

    1ste leerjaar b

    0

     

    2de leerjaar a

    2

     

    2de leerjaar bv

    0

    2de graad

    1ste leerjaar aso

    2

     

    1ste leerjaar tso

    1

     

    1ste leerjaar kso

    1 of 2

     

    1ste leerjaar bso

    0

     

    2de leerjaar aso

    2

     

    2de leerjaar tso

    1

     

    2de leerjaar kso

    1 of 2

     

    2de leerjaar bso

    0

     

    Gemeenschapsonderwijs:

     

    Graad

    Leerjaar

    Uren geschiedenis/week

    1ste graad

    1ste leerjaar a

    1

     

    1ste leerjaar b

    1

     

    2de leerjaar a

    2

     

    2de leerjaar bv

    2

    2de graad

    1ste leerjaar aso

    2

     

    1ste leerjaar tso

    1

     

    1ste leerjaar kso

    1 of 2

     

    1ste leerjaar bso

    0

     

    2de leerjaar aso

    2

     

    2de leerjaar tso

    1

     

    2de leerjaar kso

    1 of 2

     

    2de leerjaar bso

    0

    Een geschiedenisleerkracht krijgt ook vaak de vraag om in de eerste graad in de b-stroom, het beroepsvoorbereidende jaar en de tweede en derde graad van het bso het vak maatschappelijke vorming (MAVO) te geven.

    Steeds meer bso-richtingen kiezen in de tweede en de derde graad dan weer voor project algemene vakken (PAV) ten nadele van afzonderlijke vakken als Nederlands, wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde. Een geschiedenisleerkracht, liefst met een van de andere PAV-componenten in zijn vakkencombinatie, komt ook in aanmerking

Perspectieven buiten het onderwijs:

  • Toeristische sector (vooral voor combinaties met taalvakken en/of aardrijkskunde): in toeristische diensten of als gids.
  • Culturele sector: educatieve diensten van musea en culturele centra, erfgoedcentra of culturele organisaties.
  • Jeugdwerking van gemeentelijke diensten.
  • Journalistiek (bij voorkeur mits aanvullende opleiding).
  • Communicatie- en voorlichtingsdiensten (vooral voor combinaties met taalvakken).