Veelgestelde vragen techniek

Welke vooropleiding is vereist voor dit keuzevak?

Voor techniek verwachten we geen specifieke vooropleiding. Iedereen die op een vlotte wijze het secundair onderwijs gevolgd heeft, kan starten. Het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs veronderstelt natuurlijk inzet en gedrevenheid om de kennis en vaardigheden waarover een leerkracht techniek moet beschikken te bereiken.

Is dit vak eerder iets voor jongens?

Zeker niet. Zowel mannen als vrouwen geven vorm aan onze technische wereld. Overigens zijn er heel wat vrouwelijke leraren techniek die het leraarschap op schitterende wijze gestalte geven. Bovendien kiezen elk jaar ongeveer evenveel jongens als meisjes voor techniek.

Is dit een puur ‘technisch’ vak?

We leiden niet op tot een specifiek vak (elektrotechniek, bouwtechniek, voedingstechnologie…) of technisch beroep (architect, ingenieur, technicus, onderzoeker of operator…). Als leraar techniek moet je een breed zicht hebben op diverse technologieën en hun belang ervan voor het functioneren in een technische maatschappij. Belangrijk is dat je de leerlingen in staat stelt doordacht techniek te gebruiken, technische talenten te ontwikkelen en een goede studiekeuzebegeleiding te maken. Techniek is een algemeen vormend vak!

Denken of doen?

In techniek komen beide samen voor: het ene kan niet zonder het andere. Dit samengaan van denken en doen ontdek je ook tijdens de drie opleidingsjaren. Zo wisselen theoretische lessen waarin je vaak ook zelfontdekkend kennis opdoet af met een ruime waaier aan technische activiteiten en practica: een technisch product ontwerpen en maken, diverse technische vaardigheden aanleren en toepassen, onderzoeken van systemen, effecten en verschijnselen…

Zijn er specifieke combinaties met andere keuzevakken die een grotere slaagkans geven?

Door de brede benadering van de techniekstudie zijn er heel wat raakvlakken met andere keuzevakken. Er zijn veel combinaties mogelijk met techniek die een versterkend effect hebben en je toelaten het vak nog beter onder de knie te krijgen.

Hoe denkt men nu over techniek?

Als leraar techniek sta je in voor de realisatie van een leerplan voor de a-stroom en de b-stroom. De huidige inhouden wijken af van de inhouden en inzichten waarmee jij vroeger in de eerste graad kennis gemaakt hebt.
Er is nu meer aandacht voor:

  1. levensecht lesgeven via actieve werkvormen
  2. processen zoals onderzoeken, ontwerpen en maken
  3. het effect van techniek op mens, natuur en milieu
  4. biotechniek
  5. talenten ontdekken en oriëntatie.

Welke inhouden zijn er voor de a-stroom?

De techniekdomeinen die heel gevarieerd aan bod komen zijn transport, energie, biotechniek, informatie en communicatie en constructies.

Welke inhouden zijn er voor de b-stroom?

Doorheen de opleiding komen de inhouden voor de b-stroom aan bod. Je moet als leraar in staat zijn om zinvolle doe-activiteiten (maken en ontwerpen) op te zetten voor leerlingen uit de b-stroom. Je laat hen kennismaken met een tiental verschillende technieksectoren: bouw, metaal, kunststof, hout, schilder- en grafische technieken, voeding, computergebruik, mode, verzorging, tuinbouw. Op deze manier speel je een belangrijke rol in de studiekeuzebegeleiding van de leerlingen.

Hoe verloopt de evaluatie?

De evaluatie verloopt heel divers. Er zijn schriftelijke, mondelinge en praktische examens naargelang de inhouden van het opleidingsonderdeel. Daarnaast werk je aan heel wat taken en opdrachten. Je werkt zowel zelfstandig als in groep (co-creatie). We zorgen voor afwisseling in werkvormen en dat vind je ook terug in de evaluatievormen.

Wordt er gewerkt in grote groepen?

De groepsgrootte wordt aangepast aan de inhouden die aan bod komen. Je krijgt voldoende kansen om vaardigheden en competenties te oefenen in kleine groepen onder begeleiding van een docent.

Is handigheid belangrijk om deze studie tot een goed einde te brengen?

We vragen geen enkele technische vooropleiding of ervaring wat het omgaan met gereedschappen of machines betreft. Wel belangrijk zijn je attitudes op vlak van veiligheid en milieu. Als leraar sta je immers in voor de veiligheid van je leerlingen. Je moet dan ook bereid zijn om op een gedreven manier doorheen de verschillende opdrachten de noodzakelijke vaardigheden aan te leren en toe te passen.

Is er een diepgaande technisch-theoretische onderbouw in de opleiding?

Omwille van de ruime oriëntatie op techniek wordt er veeleer in de breedte gewerkt: deze opleiding is geen opleiding gericht op een specifiek techniekdomein. Daar er verschillende toepassingsgebieden en sectoren aan bod komen, vindt iedereen wel een deel van zijn of haar interesses terug. Je moet hierbij in staat zijn om verbanden te leggen tussen verschillende technische toepassingsgebieden en dit aspect laat je toe om voortdurend te groeien als (toekomstig) leraar. Je houdt ervan om actuele maatschappelijke ontwikkelingen die verband houden met techniek te duiden. De nadruk in de opleiding ligt dan ook op het onderbouwen van de vakdidactiek en het ontwikkelen van een brede visie op techniek en samenleving.

Moet je creatief en ondernemend zijn voor deze opleiding?

We verwachten niet dat je uitgroeit tot een kunstenaar of ontwerper. Toch is belangstelling voor creatief denken en ontwerpen belangrijk. Je krijgt de kans om hierin te groeien doorheen diverse opdrachten en lessen. Als leraar probeer je leerlingen duidelijk te maken wat technisch handelen precies betekent via activiteiten zoals onderzoeken, ontwerpen, maken en gebruiken. Je probeert als leraar om techniek ook te situeren in onze economie en bedrijfswereld en je geeft het ondernemend leren een plaats in je lessen.