Stage en bachelorproef

Van bij de start ontdek je de praktijk. Via een stage in binnen- of buitenland groei je verder.

Stage

In het tweede semester van het eerste jaar staat de eerste echte stage op het programma. Je doet die ‘aanvangsstage’ in de basisschool waar je al sinds het begin van het academiejaar atelier hebt. De omgeving ken je dus al. 

In het tweede semester van het tweede jaar loop je drie weken stage. Tijdens deze ‘doorgroeistage’ geef je niet enkel les, je neemt ook - onder begeleiding van een klasmentor - andere taken van de leraar op: toezicht, vergaderen, administratie … 

Tegen het derde jaar ben je in staat om zelfstandig een klas te runnen. Je loopt stage in het eerste leerjaar. Daarnaast doe je ook een keuzestage, bijvoorbeeld bij een CLB, een museum, in het buitengewoon onderwijs ... Kers op de taart is een ‘afstudeerstage’ van meerdere weken.

Door wie word ik begeleid?

Je krijgt begeleiding van een stagebegeleider van de hogeschool en de klasmentor van je stageklas.

Moet ik zelf een stageschool zoeken?

De opleiding werkt samen met een 70tal basisscholen en wijst je stageplaats toe.  We zoeken een stageplaats in een straal van 30 km van je woonplaats, gemakkelijk bereikbaar met openbaar vervoer. 

Kan ik voor mijn stage een kijkje nemen in de klas?

Je stageklas is ook in de school waar je ateliers hebt gevolgd. Je hebt daar dus al goed zicht op. 

Bachelorproef

Je bachelorproef is gelinkt aan een vraag vanuit de basisschool waar je atelier en stage doet. In samenspraak met de school, je stagebegeleider en jezelf kom je tot een onderzoeksvraag.

Een praktisch onderzoek plannen, uitvoeren en er conclusies uit trekken, het hoort allemaal bij een bachelorproef. Het resultaat is een bruikbaar antwoord op een échte praktijkvraag uit het basisonderwijs.