Aardrijkskunde

Je bekijkt de wereld door een geografische bril: waarom bevindt iets zich op die bepaalde plaats? Vertrekkend vanuit de cartografie focussen we op kosmografie, weer- en klimaatkunde, geologie en geomorfologie.

We leggen linken naar landbouw-, industrie- en culturele geografie en verkennen de mogelijkheden van het natuur- en cultuurlandschap in toeristische - en nederzettingsgeografie. Als sluitstuk maken we een synthese in de bevolkings-, welvaarts- en milieugeografie.

OSO aardrijkskunde

Onze aanpak

De aanpak is spiraalvormig: in het eerste jaar worden de thema’s inleidend en sterk docentgestuurd aangeboden. Zo heb je, voor je op didactische stage vertrekt in het tweede jaar, al een ruim beeld van de vakinhoud. 

Het tweede jaar vormt een brug tussen het eerste en derde jaar: via projecten met excursies verbreed je van docentgeleid naar studentgestuurd je vakkennis. Zo leer je excursies voorbereiden, ter plaatse presenteren en ten slotte verwerken in een multimediale verslaggeving.

In het derde jaar diep je de thema's zelfstandiger uit in een projectaanpak met netwerkleren. De aanpak is dan studentgestuurd en je participeert in netwerken van educatieve instellingen, gelegenheidstenstoonstellingen ... Opnieuw verwerf je een stevige basis voor je op stage vertrekt.

Brede opleiding

Het geheel wordt ondersteund door vakdidactiek en praktijk waarin je de vakinhouden voor het secundair onderwijs plaatst binnen methodieken en leerplannen.

Uiteraard linken we de meeste inhouden aan excursies en practica. Je leert excursievaardigheden, van kompas over gps tot iPad.

Gezien de breedte van de opleiding gaan sommige afgestudeerden aan de slag buiten het onderwijs, zoals in toeristische en educatieve diensten. Ze worden reisleider of studeren verder, bijvoorbeeld geografie.

aardrijkskunde 2

FAQ aardrijkskunde

Heb ik om te beginnen een brede topografische kennis nodig?

Iemand die voor leerkracht aardrijkskunde studeert, heeft uiteraard nood aan een degelijke topografische (basis)kennis. We verwachten een basiskennis, maar leren je ook hoe je topografische kennis verwerft en toetsen je groei bij elk examen.

Maar aardrijkskunde is meer dan topografische kennis. Tijdens de contacturen van vakstudie aardrijkskunde verwerf je inzicht in de fysische en socio-economische processen die het uitzicht van het landschap bepalen en zoek je verbanden tussen de landschapvormende processen.

Moet ik een brede algemene kennis hebben?

Vanzelfsprekend heeft een toekomstige leerkracht aardrijkskunde een brede interesse en een uitgebreide achtergrondkennis - 'feiten en weetjes', zeg maar. Hij maakt gebruik van een waaier aan hulpwetenschappen.

Die basiskennis stelt je in staat om de aangeleerde technieken en (ICT-)vaardigheden succesvol in de praktijk te brengen. Vaardigheden staan dus centraal, maar geen vaardigheden zonder een degelijke parate kennis.

Ga ik geregeld buiten de campus aan de slag?

De ideale les aardrijkskunde is die op het terrein. Dat ideaal is echter vaak niet haalbaar. Via foto- en beeldmateriaal wordt het studieobject noodgedwongen binnen vier muren verkleind voorgesteld - een noodoplossing.

Maar die projectie mag geenszins het terreinwerk vervangen. In het eerste jaar wordt dan ook in minstens één dag terreinwerk voorzien. Het aantal excursiedagen neemt toe in het tweede jaar.

Krijg ik opdrachten tijdens de contacturen?

Het opleidingsonderdeel vakstudie aardrijkskunde wordt taakgericht aangebracht. De te bereiken leerdoelen en competenties zijn erin verwerkt.

Het merendeel van de technieken en vaardigheden wordt tijdens de contacturen aangeleerd en ingeoefend. Bepaalde delen van de vakinhoud kunnen aangereikt worden via zelfstudie, zelfstandig te verwerken opdrachten, een bezoek aan tentoonstellingen ...

Bij het begin van het academiejaar krijg je een lijstje met te maken en/of af te werken opdrachten en hun deadline.

Heb ik didactisch materiaal nodig?

Heel wat instrumenten die terreinwaarnemingen vergemakkelijken, staan het hele academiejaar ter beschikking van de studenten.

Toch verwachten we van jou dat je naast de syllabi, de verplichte boeken en de hand- en werkboeken van het secundair onderwijs een persoonlijk kompas koopt.

De verplicht aanwezige onderdelen en minimale functies ervan, de richtprijs en verkoopadressen worden na je inschrijving via de website meegedeeld.

Moet ik een bepaalde vooropleiding gevolgd hebben?

Een wetenschappelijke vooropleiding is niet nodig. Heel wat studenten aardrijkskunde komen uit een niet-wetenschappelijke aso-richting (van Latijn-moderne talen tot Humane wetenschappen) en hadden in het secundair dus meestal één uur aardrijkskunde per week.

Sterke studenten uit een al dan niet wetenschappelijke tso-richting hebben ook een mooie kans op slagen. Maar het is moeilijk om algemene uitspraken te doen. Naast je intrinsieke kwaliteiten zijn interesse, werkkracht, inzet en doorzettingsvermogen van groot belang.

Krijg ik begeleiding doorheen het academiejaar?

Het hele academiejaar zijn er én voor vakstudie én voor vakdidactiek monitoraatsessies (leercoaching) gepland in het eerste jaar. Die zijn docent- of studentgestuurd. Je krijgt dus een actieve inbreng en kan er terecht voor al dan niet inhoudelijke vragen, problemen, opmerkingen …

Vanzelfsprekend kan je ook informeel tijdens en na de contacturen bij je docent terecht. Indien nodig maak je een afspraak voor een uitgebreid gesprek.

Hoe snel kom ik voor de klas te staan?

Zoals dat steeds het geval is bij een leerproces: je leert met vallen en opstaan. Dat geldt ook voor de praktijk van aardrijkskunde: hoe leer ik aardrijkskunde aan aan leerlingen van de eerste en twee graad van het secundair onderwijs? We bewandelen in de praktijklessen dan ook het pad der geleidelijkheid.

Zo verwachten we niet dat je al na enkele praktijklessen een hele les(voorbereiding) uitwerkt. Concreet stellen we in het begin van het academiejaar enkele geografische denkmodellen (sjablonen) voor.

Bepaalde lesonderwerpen zijn namelijk heel geschikt om in een specifiek sjabloon te worden gegoten. Voor jou komt het er op aan inzicht te verwerven in wanneer je welk sjabloon gebruikt.

In samenspraak met de docenten pedagogische wetenschappen leer je ondertussen stap voor stap hoe je met succes een degelijke lesvoorbereiding opbouwt.

Na de eerder rigide aanpak in het begin van het academiejaar krijg je na verloop van tijd meer bewegingsvrijheid om een eigen lerarenstijl te ontwikkelen, rekening houdend met de aangeleerde vakdidactische principes.

Richting het einde van het eerste jaar ben je in staat om een volledige les voor te bereiden volgens de regels van de kunst en kan je die ook aan je medestudenten voorstellen. Vanaf het tweede jaar volgt de praktijk op de stageschool.

OSO aardrijkskunde 3

Waar kan ik aan de slag met mijn diploma?

Je hebt lesbevoegdheid als:

  • Leraar aardrijkskunde en/of mavo in de 1ste en 2de graad van het secundair onderwijs
  • Leraar PAV in het bso (2de en 3de graad)
  • Leraar in het volwassenenonderwijs
  • Leraar aardrijkskunde in de derde graad bij schaarste aan academisch gevormde masters
  • Praktijkdocent in de lerarenopleiding

Perspectieven buiten het onderwijs:

  • Natuurgids of milieuwerker
  • Reisleider in de toeristische sector
  • Kantoorfunctie in reisbureau
  • Medewerker in educatieve musea (type Instituut voor Natuurwetenschappen)
  • PR in natuurgerichte diensten
  • Kantoorfunctie in gemeentelijke diensten (GIS-diensten)
  • Bedrijven milieu- en bodemonderzoek

Hoeveel kost de opleiding voor het onderwijsvak aardrijkskunde?

Studeren in het hoger onderwijs vraagt een financiële inspanning. Naast het inschrijvings- en examengeld zijn aan de opleiding ook een aantal kosten verbonden, voor studiemateriaal, studiereizen of -producten ...

We proberen die kosten zo laag mogelijk te houden zonder de kwaliteit van de opleiding tekort te doen. De Arteveldehogeschool draagt ook zelf een steentje bij zodat de student nooit het volledige bedrag betaalt.

Het is belangrijk om vooraf in te schatten hoeveel de opleiding ongeveer kost. De bedragen in onderstaande tabel zijn gebaseerd op reële cijfers van het academiejaar 2016-2017. Kosten in verband met stageverplaatsingen en lesvoorbereidingen zijn er niet in vervat omdat ze individueel sterk kunnen verschillen.

In het secundair onderwijs wordt elke leerkracht verondersteld een agenda bij te houden die hij of zij moet kunnen voorleggen aan de inspectie. Daarom voorziet de opleiding voor alle studenten bij het begin van het academiejaar een agenda die bovendien ook een opleidingsgids is. De kostprijs hiervan bedraagt 3 euro en wordt aan de factuur van de kopiekosten toegevoegd.

  1ste jaar 2de jaar 3de jaar
Totale prijs boeken € 55,00 € 30,00 € 0,00
Totale prijs syllabi € 40,00 € 35,00 € 15,00
Kopiekosten € 10,00 € 20,00 € 20,00
Studiereis/excursie € 15,00 € 100,00 € 100,00
Materialen, producten, uitrusting € 40,00
TOTAAL (excl. inschrijvingsgeld) € 160,00 € 185,00 € 135,00


Lees hier meer over studietoelagen.

Een financiële drempel mag geen belemmering zijn om te kiezen voor het onderwijsvak dat jou het best ligt. Als je problemen ervaart, raden we je aan om contact op te nemen met een medewerker van de studentenvoorzieningen. In sommige situaties kan de dienst je financieel ondersteunen.