Aardrijkskunde

Je bekijkt de wereld door een geografische bril: waarom bevindt iets zich op die bepaalde plaats? Waarom deed die vulkaanuitbarsting zich daar voor? Waarom is die locatie zo aantrekkelijk voor toeristen? Waarom doet men in die regio vooral aan die vorm van landbouw? Waarom is die industrietak in dat gebied zo sterk vertegenwoordigd? Waarom migreren zovelen vanuit dat land? Waarom zijn er in dat gebied zoveel orkanen? ...

Om een degelijk antwoord te geven op deze fascinerende vragen, focussen we, na te vertrekken vanuit plaatsbepaling via cartografie en kosmografie, eerst op de fysische geografie: weer-en klimaatkunde, geologie, geomorfologie en bodemkunde. Via landschapgeografie leggen we vervolgend linken naar de socio-economische geografie: landbouw-, industrie-, toeristische, nederzettings-, stads- en culturele geografie. Als sluitstuk maken we een synthese in de bevolkings-, welvaarts- en milieugeografie.

OSO aardrijkskunde

Onze aanpak

In het eerste jaar worden de verschillende geografische thema’s inleidend en docentgestuurd aangeboden. Zo heb je, voor je op stage vertrekt in het tweede jaar, een ruim beeld van de vakinhouden. 

In het tweede jaar verbreed en verdiep je je vakkennis en gaan we via een excursieproject over van een docentgeleide naar een studentgestuurde aanpak. Je leert excursies voorbereiden, presenteren alsook verwerken in een multimediaal verslag.

In het derde jaar diep je de thema's verder uit op een nog meer zelfstandige basis, ondermeer in een netwerkproject. Je bezoekt musea, volgt rondleidingen en nascholingen en leest vaktijdschriften. Opnieuw verwerf je een stevige basis voor je op stage vertrekt. 

Het geheel wordt ondersteund door vakdidactiek en praktijk waarin je de vakinhouden plaatst binnen de leerplannen en pedaogogisch-didactische inzichten. Uiteraard linken we de meeste inhouden aan excursies en practica.

aardrijkskunde 2

FAQ aardrijkskunde

Heb ik een ruime topografische kennis nodig?

Iemand die voor leerkracht aardrijkskunde studeert, heeft uiteraard nood aan een degelijke topografische kennis. We verwachten een basiskennis, maar we leren je ook hoe je deze kennis kan uitbreiden. We toetsen je groei bij elk examen. Let wel, aardrijkskunde is veel meer dan een topografische kennis! De nadruk in het vak ligt uiteraard op alle fysische en socio-economische processen die het uitzicht van het landschap bepalen.

Moet ik een brede algemene kennis hebben?

Vanzelfsprekend heeft een toekomstige leerkracht aardrijkskunde een brede interesse en een degelijke achtergrondkennis. Je maakt als leerkracht aardrijkskunde  immers gebruik van een waaier aan hulpwetenschappen, zoals natuurwetenschappen, wiskunde, geschiedenis en economie. Basiskennis over deze hulpwetenschappen stelt je in staat om de vakinhouden aardrijkskunde ten gronde te begrijpen en bovenal om de aangeleerde technieken en (ICT-)vaardigheden succesvol in de praktijk te brengen. Vaardigheden staan dus centraal, maar geen vaardigheden zonder een degelijke parate kennis!

Ga ik geregeld buiten de campus aan de slag?

De ideale les aardrijkskunde is die op het terrein; de wereld is immers ons studieobject! Dit ideaal is echter vaak niet haalbaar. Noodgedwongen wordt de wereld via beeldmateriaal  binnen de klasmuren voorgesteld. Maar, die projectie van de werkelijkheid vervangt geenszins het terreinwerk
In het eerste jaar wordt dan ook in minstens één dag terreinwerk voorzien en in het tweede jaar neemt het aantal excursiedagen toe tot een tweedaagse excursie en meedere halve dagen terreinwerk. 

Zijn er taken en opdrachten voor het vak?

Bepaalde onderdelen van de vakinhouden worden via taken in zelfstudietijd, opdrachten af te werken na de contacturen, bezoek aan tentoonstellingen, e.d. aangebracht. De te bereiken competenties zijn hierin steeds verwerkt. Doorgaans krijg je bij het begin van het academiejaar de opgave van alle taken, met hun deadline. Het merendeel van vakinhouden en -vaardigheden wordt evenwel tijdens de contacturen aangeleerd en ingeoefend

Heb ik didactisch materiaal nodig?

Heel wat instrumenten die terreinwaarnemingen vergemakkelijken, zoals een GPS en bodemboor, zijn aanwezig in ons vaklokaal en zijn bijgevolg steeds ter beschikking van de studenten. Toch verwachten we van jou dat je naast de syllabi, enkele boeken en de leerwerkboeken van een leermethode aardrijkskunde voor het secundair onderwijs, ook een persoonlijk kompas koopt. De minimale functies, de richtprijs en de verkoopadressen hiervan, worden na je inschrijving meegedeeld.

Moet ik een bepaalde vooropleiding gevolgd hebben?

Een wetenschappelijke vooropleiding is niet nodig. Heel wat studenten aardrijkskunde komen uit een niet-wetenschappelijke aso-richting en hebben in het secundair dus meestal één uur aardrijkskunde per week gehad.

Sterke studenten uit een al dan niet wetenschappelijke tso-richting hebben ook een mooie kans op slagen. Maar het is moeilijk om algemene uitspraken te doen. Naast je intrinsieke kwaliteiten zijn ook je interesse, werkkracht, inzet en doorzettingsvermogen van groot belang.

Hoe word ik begeleid voor het vak?

Voor elk opleidingsonderdeel van het vak is er leercoaching voorzien. Dit kan een geroosterd moment zijn tijdens de contacturen, waarbij de docent oefenvragen voorziet, of het kan ook studentgestuurd zijn, waarbij je zelf je inhoudelijke vragen en problemen aan de docent voorlegt. Vanzelfsprekend kan je ook tijdens en na de contacturen bij je docent terecht. Indien nodig kan je ook een afspraak maken met de docent voor een uitgebreid gesprek.

Hoe snel kom ik voor de klas te staan?

In het eerste semester van het eerste jaar leer je in de lessen vakdidactiek de basisprincipes van een goede les aardrijkskunde. We stellen je hierbij een aantal voorbeeldlessen voor, via verschillende denkmodellen. Bepaalde lesonderwerpen zijn namelijk heel gemakkelijk in een denkmodel of sjabloon te gieten. Intussen leer je in de lessen algemene didactiek stap voor stap hoe je met succes een lesvoorbereiding opbouwt. Bij de start van het tweede semester leg je al het aangeleerde samen en werk je enkele lesvoorbereidingen aardrijkskunde uit, die je vervolgens aan je medestudenten op de campus in de praktijk brengt. Vanaf het tweede jaar volgt de praktijk op de stageschool en verruim je je vakdidactische kennis in bijkomende lessen vakdidactiek en algemene didactiek.

OSO aardrijkskunde 3

Waar kan ik aan de slag met mijn diploma?

Je hebt lesbevoegdheid als:

  • Leraar aardrijkskunde in de 1ste graad van het secundair onderwijs (a-stroom) en 2de graad van het aso, tso en kso
  • Leraar MAVO in de 1ste graad (b-stroom), 2de en 3de graad van het bso.
  • Leraar PAV in de 2de en 3de graad van het bso
  • Leraar aardrijkskunde in het volwassenenonderwijs
  • Leraar aardrijkskunde in de 3de graad van het aso, tso en kso bij tekort aan masters geografie
  • Praktijkdocent aardrijkskunde in de lerarenopleiding

Perspectieven buiten het onderwijs:

  • Educatief medewerker of gids bij educatieve instellingen en musea
  • Kantoorfunctie, gids of reisleider bij toeristische diensten 
  • Natuurgids, milieuwerker of PR-functie bij natuurgerichte diensten
  • Onderzoeker bij bedrijven voor milieu-en bodemonderzoek
  • Kantoorfunctie in GIS-diensten

Hoeveel kost de opleiding voor het onderwijsvak aardrijkskunde?

Studeren in het hoger onderwijs vraagt een financiële inspanning. Naast het inschrijvings- en examengeld zijn aan de opleiding ook een aantal kosten verbonden, voor studiemateriaal, studiereizen of -producten ...

We proberen die kosten zo laag mogelijk te houden zonder de kwaliteit van de opleiding tekort te doen. De Arteveldehogeschool draagt ook zelf een steentje bij zodat de student nooit het volledige bedrag betaalt.

Het is belangrijk om vooraf in te schatten hoeveel de opleiding ongeveer kost. De bedragen in onderstaande tabel zijn gebaseerd op reële cijfers van het academiejaar 2017-2018. Kosten in verband met stageverplaatsingen en lesvoorbereidingen zijn er niet in vervat omdat ze individueel sterk kunnen verschillen.

In het secundair onderwijs wordt elke leerkracht verondersteld een agenda bij te houden die hij of zij moet kunnen voorleggen aan de inspectie. Daarom voorziet de opleiding voor alle studenten bij het begin van het academiejaar een agenda die bovendien ook een opleidingsgids is. De kostprijs hiervan bedraagt +/- 3,50 euro en wordt aan de factuur van de kopiekosten toegevoegd.

  1ste jaar 2de jaar 3de jaar
Totale prijs boeken € 80,00 € 55,00 € 0,00
Totale prijs syllabi € 45,00 € 40,00 € 20,00
Kopiekosten € 10,00 € 20,00 € 20,00
Studiereis/excursie € 15,00 € 150,00 € 100,00
Materialen, producten, uitrusting € 40,00
TOTAAL (excl. inschrijvingsgeld) € 190,00 € 265,00 € 140,00


Lees hier meer over studietoelagen.

Een financiële drempel mag geen belemmering zijn om te kiezen voor het onderwijsvak dat jou het best ligt. Als je problemen ervaart, raden we je aan om contact op te nemen met een medewerker van de studentenvoorzieningen. In sommige situaties kan de dienst je financieel ondersteunen.