Fysica

Kiezen voor fysica is kiezen voor afwisseling, kleine groepen en nieuwsgierigheid. We willen het imago van ons vak een andere wending geven door fysica zo dicht mogelijk te laten aansluiten bij het dagelijkse leven. Fysische begrippen vertalen naar de leefwereld van jongeren: dat is de kunst.

Onze aanpak

Het uitvoeren van proeven wordt steeds belangrijker. Je voert dan ook een veelheid van proeven zelf uit en leert ze vertalen naar de theorie. Je maakt proefmateriaal en leert oefeningen en leerlingenproeven begeleiden. Daarnaast leer je met een computer meten en de resultaten verwerken.

We behandelen uiteenlopende domeinen: mechanica, optica, materie, vloeistoffen en gassen, warmteleer, elektriciteit en magnetisme, trillingen en moderne fysica. Elke keer zoeken we praktische voorbeelden die aansluiten bij wat iedereen om zich heen ziet.

Fysica maakt deel uit van STEM: Science - Technology - Engineering - Mathematics. STEM gaat om het opbouwen van wetenschappelijke, technologische en wiskundige inzichten, concepten en praktijken en het inzetten ervan om complexe vragen of een levensecht probleem op te lossen. Klik hier voor meer informatie en om het actieplan van de Vlaamse regering te bekijken.

In de les sluit de aanpak en groepssfeer sterk aan bij het werkveld. Je groeit in het zelfstandig verwerken van de leerstof.

In veel richtingen worden biologie, chemie en fysica tot één vak versmolten: natuurwetenschappen. Je krijgt dan ook een pakket basiskennis en vaardigheden in beide andere vakken mee.

Na je opleiding

Je leert didactisch materiaal ontwikkelen om buiten het labo les te geven. Ook de organisatie van workshops staat op het programma. Met je ervaring kan je ook aan de slag in ontwikkelingscentra zoals musea, uitgeverijen en verdelers van didactisch materiaal.

FAQ fysica

Moet ik voorkennis hebben?

Op zich volstaat de basiskennis wiskunde en fysica uit het secundair onderwijs. We bouwen de fysica volledig opnieuw op. Voor wiskunde verwachten we wel dat je de eindtermen beheerst of in staat bent die zelfstandig te verwerven.

Welke wiskundige achtergrond heb ik nodig om fysica te kiezen?

We veronderstellen dat iedereen de basiswiskundige knepen onder de knie heeft. Zo moet je vergelijkingen van de eerste en tweede graad en stelsels van vergelijkingen kunnen oplossen. De vlakke meetkunde komt ook veel aan bod: gelijkvormigheden, opsporen van gelijke hoeken …

Ook goniometrie, elementaire afgeleiden en integralen heb je soms nodig. Ten slotte moet je met een rekenmachine kunnen werken.

Maar wiskunde is niet het belangrijkste. De grote wiskundige afleidingen en redeneringen laten we vaak achterwege. We benaderen de fysica op een tastbare en conceptuele manier.

Welke leerstof wordt vooral behandeld in de vakstudie?

Als je afgestudeerd bent als leraar fysica, heb je alle leerstof die je zelf moet kunnen onderwijzen onder de knie. We hebben het dan over de opbouw en het gedrag van materie, optica, krachten, arbeid, energie, het gedrag van vloeistoffen en gassen en warmteleer.

Aangezien mechanica en kinematica de grondslagen zijn van de fysica, moet je ook die leerstof grondig verwerken. Daarnaast voorzien we in een introductie in de elektriciteit, golven en trillingen en elektromagnetisme.

Tot slot krijg je een korte inleiding in de moderne fysica, waartoe de speciale relativiteitstheorie en de kwantummechanica behoren.

Wat zijn de voordelen van een keuze voor fysica?

Je krijgt les in relatief kleine groepen. Daardoor is de afstand tussen student en docent klein. Er is tijdens de les plaats voor al je vragen en bedenkingen en via speciale werkvormen (spelmateriaal, musea bezoeken … ) werken we aan een positieve groepsdynamiek.

Word je voorbereid op het vak natuurwetenschappen in het secundair onderwijs?

Als je in de lerarenopleiding kiest voor het onderwijsvak biologie en/of fysica, dan is de kans heel groot dat je later het vak natuurwetenschappen geeft. Daarin komen zowel de levende natuur (biologie) als de niet-levende natuur (fysica en chemie) aan bod.

Het vak natuurwetenschappen in de eerste graad van het secundair onderwijs omvatte tot een paar jaar geleden het vak biologie. Ook nu behandelt het vak voornamelijk biologische thema’s.

In het eerste jaar maken studenten biologie dan ook uitgebreid kennis met het leerplan natuurwetenschappen van de eerste graad. Ze focussen op de visie achter het leerplan, de keuze van gepaste en vernieuwende werkvormen, het ontdekkend leren en de natuurwetenschappelijke methode.

In de tweede graad krijgen leerlingen uit niet-wetenschappelijke tso-richtingen ook natuurwetenschappen. Aangezien de drie wetenschappen belangrijk zijn, mag het gegeven worden door alle leerkrachten die voor minstens een van de drie wetenschapsvakken zijn opgeleid.

Dat betekent dus dat je naast het vak waarvoor je koos ook de twee andere wetenschapsvakken moet kunnen geven. Studenten die voor het onderwijsvak fysica of biologie kiezen, worden daarop voorbereid.

We zorgen dus dat je de drempel naar de andere vakken overwint en kennismaakt met de vakspecifieke werkvormen zoals de excursies voor biologie en de typische experimenten voor fysica, chemie en biologie. 

Om het plaatje helemaal sluitend te maken: natuurwetenschappen in de B-stroom mag door iedereen gegeven mag worden. Studenten fysica of biologie krijgen in vakdidactiek tips en voorbeelden om de lessen aan te pakken.

Als ik voor het onderwijsvak fysica kies, kan ik dan later ook andere vakken geven?

Wetenschappelijk werk vinden we terug in de eerste graad. Het is een eerste verkenning van de fysica en verwacht van de leerkracht een speciale manier van lesgeven. De leerlingen moeten immers geen vakinhouden, maar veeleer vaardigheden verwerven.

Minder wetenschappelijke richtingen met maar één uur fysica, biologie en chemie zijn intussen overgegaan tot het vak natuurwetenschappen, dat de drie vakken combineert. In het vierde semester volgt dan ook een kennismaking met biologie en chemie, net als met de praktische kant van beide vakken.

Als je fysica combineert met biologie, krijg je voor het stukje biologie een andere opdracht. In veel technische richtingen hebben de leerlingen naast hun theoretische uren ook veel uren labowerk. Ook daarop willen we je voorbereiden.

Je merkt: fysica biedt veel meer lesbevoegdheid dan je op het eerste gezicht zou denken.

Wat is vakdidactiek fysica?

Alle vaardigheden die nodig zijn om het vak fysica op een grondige, interessante en vernieuwende manier te geven, komen aan bod. Je leert hoe je lessen moet uitwerken, hoe je ze kan voorzien van aantrekkelijk proefmateriaal en hoe je de moeilijkere fysische begrippen overbrengt aan leerlingen die er niet onmiddellijk voor openstaan.

Je leert ook welke werkvormen het best van pas komen in de lessen fysica. Je ontdekt ook hoe je minder gemotiveerde leerlingen op sleeptouw neemt en hoe je speciale lessen zoals oefeningenlessen, leerlingenproeven en herhalingslessen best aanpakt.

In de lessen vakdidactiek verwachten we van jou een grote inbreng. We werken aan opdrachten en voorbeelden zodat je grondig voorbereid wordt op de praktische kant van je toekomstige beroep.

Hoe worden vakstudie fysica en vakdidactiek fysica geëvalueerd?

We evalueren op verschillende manieren: schriftelijke examens, mondelinge examens, practica en proeven en opdrachten via permanente evaluatie. Je krijgt op regelmatige basis feedback om je leerproces te stimuleren.

Met welk ander onderwijsvak combineer ik fysica het best?

Op zich is de keuze vrij. Uiteraard zijn er vakken die inhoudelijk nauw aanleunen bij fysica, zoals wiskunde, biologie en aardrijkskunde … De combinatie met wiskunde is waardevol omdat beide vakken op elkaar steunen en er veel uitwisseling kan zijn.

Met het oog op natuurwetenschappen is de combinatie met biologie een goede keuze. In het kader van Stem is de keuze voor aardrijkskunde ook zeker aan te raden. Er zijn elk jaar ook studenten die fysica combineren met LO of met een taalvak. Kies dus voor een vak waar je hart naartoe gaat.

Waar kan ik aan de slag met mijn diploma?

Lesbevoegdheid:

  • Leerkracht wetenschappelijk werk, fysica en natuurwetenschappen in de eerste en tweede graad (knelpuntberoep!)
  • Internationaal fysicaonderwijs

Perspectieven buiten het onderwijs:

  • Jobs binnen wetenschapspopularisering
  • Jobs in wetenschappelijk werk of natuurwetenschappen
  • Begeleider van integrale opdrachten of labo’s
  • Ontwikkelaar van didactisch materiaal binnen wetenschapspopulariseringsprojecten
  • Performer, medewerker of gids in wetenschappelijke musea (Technopolis, wetenschapsmusea, Earth Explorer … )

Hoeveel kost de opleiding voor het onderwijsvak fysica?

Studeren in het hoger onderwijs vraagt een financiële inspanning. Naast het inschrijvings- en examengeld zijn aan de opleiding ook een aantal kosten verbonden, voor studiemateriaal, studiereizen of -producten ...

We proberen die kosten zo laag mogelijk te houden zonder de kwaliteit van de opleiding tekort te doen. De Arteveldehogeschool draagt ook zelf een steentje bij zodat de student nooit het volledige bedrag betaalt.

Het is belangrijk om vooraf in te schatten hoeveel de opleiding ongeveer kost. De bedragen in onderstaande tabel zijn gebaseerd op reële cijfers van het academiejaar 2017-2018. Kosten in verband met stageverplaatsingen en lesvoorbereidingen zijn er niet in vervat omdat ze individueel sterk kunnen verschillen.

In het secundair onderwijs wordt elke leerkracht verondersteld een agenda bij te houden die hij of zij moet kunnen voorleggen aan de inspectie. Daarom voorziet de opleiding voor alle studenten bij het begin van het academiejaar een agenda die bovendien ook een opleidingsgids is. De kostprijs hiervan bedraagt +/- 3,50 euro en wordt aan de factuur van de kopiekosten toegevoegd.

  1ste jaar 2de jaar 3de jaar
Totale prijs boeken € 200,00  
Totale prijs syllabi € 40,00 € 30,00 € 5,00
Kopiekosten € 10,00 € 10,00 € 10,00
Studiereis/excursie   € 30,00
Materialen, producten, uitrusting     € 20,00
TOTAAL (excl. inschrijvingsgeld) € 250,00 € 70,00 € 35,00


Lees hier meer over studietoelagen.

Een financiële drempel mag geen belemmering zijn om te kiezen voor het onderwijsvak dat jou het best ligt. Als je problemen ervaart, raden we je aan om contact op te nemen met een medewerker van de studentenvoorzieningen. In sommige situaties kan de dienst je financieel ondersteunen.