Geschiedenis

Hoe organiseerden mensen vroeger hun leven? Welke oplossingen vonden ze voor de problemen waarmee hun omgeving hen confronteerde? Geschiedenis zoekt in sporen en getuigenissen uit het verleden antwoorden op die vragen. De antwoorden zijn boeiend en uitdagend omdat ze niet enkel het verleden, maar ook onze wereld verhelderen.

Een geschiedenisleraar begeleidt zijn leerlingen in die zoektocht, wekt hun enthousiasme op en leert hen gerichte vragen stellen, kritisch bronnen onderzoeken, feiten verzamelen, ordenen en interpreteren en antwoorden formuleren.

Onze aanpak

Als geschiedenisleraar moet je thuis zijn in de oudste tijden, het oude Nabije Oosten, de klassieke oudheid, de middeleeuwen en de nieuwe tijd. Je verwerft de feitelijke basiskennis en inzicht in de structuren en mechanismen die het verleden beheersten.

Tegelijk leer je actief onderzoekend om te gaan met dat verleden en word je getraind om voortdurend heden en verleden te verbinden.

Tijdens de contacturen verwerf je de basis. Door taken, lectuur (historische romans en vakpublicaties), excursies, studiereizen en projecten diep je die basis verder uit. In de praktijk leer je hoe je van geschiedenis een boeiend, interactief en leerrijk vak maakt dat aansluit bij de leefwereld van de leerlingen.

FAQ geschiedenis

Welke historische periodes worden in de opleiding behandeld?

Als bachelor geef je geschiedenis in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs. Je bent dan ook goed thuis in de prehistorie, de samenlevingen van het oude Nabije Oosten (vooral het oude Egypte), de klassieke oudheid, de middeleeuwen en de nieuwe tijd.

De hoofdbrok van de opleiding bestaat uit een grondige kennismaking met die periodes. Van de 19de en 20ste eeuw verkennen we enkele thema’s.

Is geschiedenis in het hoger onderwijs een blokvak?

Geschiedenis heeft de reputatie een blokvak te zijn waarin leerlingen/studenten vooral veel feiten en data uit het hoofd moeten kennen. Net als voor elk ander vak in het hoger onderwijs moet je voor geschiedenis de feitelijke basiskennis verwerven om op een grondige manier met de vakinhouden om te gaan.

Maar we blijven natuurlijk niet steken op het niveau van de feiten. Veel belangrijker is dat je inzicht verwerft in de structuren en processen die het verleden beheersten.

Kan ik geschiedenis studeren als ik in het secundair onderwijs weinig of geen geschiedenis heb gekregen?

Wie in het secundair onderwijs een tso- of bso-richting volgde, kreeg in de tweede en derde graad slechts één uur (tso) of helemaal geen geschiedenis (bso). In principe vormt dat geen probleem omdat we de geschiedenis van nul af aan opbouwen. Natuurlijk zijn veel inhouden in dat geval volledig nieuw.

Tso- en bso-leerlingen hebben minder ervaring met het grondig en kritisch analyseren en synthetiseren van teksten en het schrijven van goed gestructureerde, beargumenteerde teksten. Die vaardigheden zijn wel heel belangrijk in de opleiding. Je kan ze in monitoraten en door extra oefeningen verwerven of bijspijkeren.

Wat is het profiel van de student geschiedenis?

Een geschiedenisstudent:

  • is gefascineerd door alles wat met het verleden te maken heeft;
  • leest met plezier boeken over geschiedenis en historische romans en geniet van historische documentaires en films, maar bekijkt ze ook met een scherpe blik;
  • bezoekt graag tentoonstellingen en historische of archeologische sites;
  • volgt geboeid de maatschappelijke en politieke actualiteit en kan daar zelfstandig zinvol over reflecteren;
  • leest af en toe ook graag in het Engels en het Frans;
  • kan teksten grondig en kritisch analyseren en synthetiseren;
  • kan inhouden goed structureren;
  • schrijft graag, vlot, klaar en duidelijk;
  • werkt met inzet en creativiteit aan allerlei taken;
  • heeft een gezonde dosis verbeeldingskracht;
  • is nauwgezet.

Waar kom ik in het onderwijs terecht?

Je kan geschiedenis geven in de eerste en tweede graad:

Graad

Leerjaar

Uren geschiedenis/week

1ste graad

1ste leerjaar a

1

 

1ste leerjaar b

0

 

2de leerjaar a

2

 

2de leerjaar bv

0

2de graad

1ste leerjaar aso

2

 

1ste leerjaar tso

1

 

1ste leerjaar kso

1 of 2

 

1ste leerjaar bso

0

 

2de leerjaar aso

2

 

2de leerjaar tso

1

 

2de leerjaar kso

1 of 2

 

2de leerjaar bso

0

 

Gemeenschapsonderwijs:

 

Graad

Leerjaar

Uren geschiedenis/week

1ste graad

1ste leerjaar a

1

 

1ste leerjaar b

1

 

2de leerjaar a

2

 

2de leerjaar bv

2

2de graad

1ste leerjaar aso

2

 

1ste leerjaar tso

1

 

1ste leerjaar kso

1 of 2

 

1ste leerjaar bso

0

 

2de leerjaar aso

2

 

2de leerjaar tso

1

 

2de leerjaar kso

1 of 2

 

2de leerjaar bso

0


Een geschiedenisleerkracht krijgt ook vaak de vraag om in de eerste graad in de b-stroom, het beroepsvoorbereidende jaar en de tweede en derde graad van het bso het vak maatschappelijke vorming (MAVO) te geven.

Steeds meer bso-richtingen kiezen in de tweede en de derde graad dan weer voor project algemene vakken (PAV) ten nadele van afzonderlijke vakken als Nederlands, wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde. Een geschiedenisleerkracht, liefst met een van de andere PAV-componenten in zijn vakkencombinatie, komt ook in aanmerking.

Waar kan ik aan de slag met mijn diploma?

Lesbevoegdheid:

  • Leraar geschiedenis in de eerste graad van het secundair onderwijs en de tweede graad van het aso, tso en kso
  • Leraar MAVO in de eerste (b-stroom), tweede en derde graad van het bso
  • Leraar PAV in de tweede en derde graad van het bso

Perspectieven buiten het onderwijs:

  • Toeristische sector (vooral voor combinaties met taalvakken en/of aardrijkskunde): in toeristische diensten of als gids
  • Culturele sector: educatieve diensten van musea en culturele centra, erfgoedcentra of culturele organisaties
  • Jeugdwerking van gemeentelijke diensten
  • Journalistiek (bij voorkeur mits aanvullende opleiding)
  • Communicatie- en voorlichtingsdiensten (vooral voor combinaties met taalvakken)

Hoeveel kost de opleiding voor het onderwijsvak geschiedenis?

Studeren in het hoger onderwijs vraagt een financiële inspanning. Naast het inschrijvings- en examengeld zijn aan de opleiding ook een aantal kosten verbonden, voor studiemateriaal, studiereizen of -producten ...

We proberen die kosten zo laag mogelijk te houden zonder de kwaliteit van de opleiding tekort te doen. De Arteveldehogeschool draagt ook zelf een steentje bij zodat de student nooit het volledige bedrag betaalt.

Het is belangrijk om vooraf in te schatten hoeveel de opleiding ongeveer kost. De bedragen in onderstaande tabel zijn gebaseerd op reële cijfers van het academiejaar 2016-2017. Kosten in verband met stageverplaatsingen en lesvoorbereidingen zijn er niet in vervat omdat ze individueel sterk kunnen verschillen.

In het secundair onderwijs wordt elke leerkracht verondersteld een agenda bij te houden die hij of zij moet kunnen voorleggen aan de inspectie. Daarom voorziet de opleiding voor alle studenten bij het begin van het academiejaar een agenda die bovendien ook een opleidingsgids is. De kostprijs hiervan bedraagt 3 euro en wordt aan de factuur van de kopiekosten toegevoegd.

  1ste jaar 2de jaar 3de jaar
Totale prijs boeken € 65,00 € 70,00
Totale prijs syllabi € 70,00 € 35,00 € 15,00
Kopiekosten € 22,00 € 30,00 € 25,00
Studiereis/excursie € 25,00 € 25,00 € 220,00
Andere  
TOTAAL (excl. inschrijvingsgeld) € 182,00 € 160,00 € 260,00


Lees hier meer over studietoelagen.

Een financiële drempel mag geen belemmering zijn om te kiezen voor het onderwijsvak dat jou het best ligt. Als je problemen ervaart, raden we je aan om contact op te nemen met een medewerker van de studentenvoorzieningen. In sommige situaties kan de dienst je financieel ondersteunen.