Katholieke godsdienst

Katholieke godsdienst is een uitdagend vak. Vanuit een christelijk perspectief sta je samen met jongeren stil bij zin- en geloofsvragen. Een leraar katholieke godsdienst denkt kritisch na, bezit communicatieve vaardigheden en verdiept zich in de christelijke traditie.

De rijkdom van het christelijke geloof wordt in dialoog en in confrontatie gebracht met andere levensbeschouwingen. Een leraar katholieke godsdienst begeleidt leerlingen in hun levensbeschouwelijke groei en scherpt hun ethische fijngevoeligheid aan. Gedurende de opleiding krijg je kansen om daarin te groeien.

Onze aanpak

Je mag een brede waaier aan creatieve werkvormen verwachten. Naast hoor- en werkcolleges verwerk je sommige cursusonderdelen in begeleide zelfstudie. Het leerplan katholieke godsdienst en de website www.godsdienstonderwijs.be worden in de praktijklessen verkend en uitgediept.

Nadat je bent afgestudeerd, heb je een bekwaamheidsbewijs nodig om het vak rooms-katholieke godsdienst (RK) te geven. Onze afgestudeerden vinden ook hun weg in het pastorale werkveld en in sociale en culturele organisaties.

FAQ katholieke godsdienst

Moet ik gelovig zijn om het vak katholieke godsdienst te volgen?

We verwachten een kritische loyaliteit ten opzichte van het christelijke geloof en de katholieke kerk. Dat betekent dat je vanuit een betrokkenheid met het katholieke geloof bereid bent om deel te nemen aan een constructieve dialoog rond het geloof, het christendom en levensbeschouwing in het algemeen.

Wanneer je het vak katholieke godsdienst ook wil onderwijzen, moet je katholiek gedoopt zijn.

Heeft het beroep van leraar katholieke godsdienst nog toekomst? Wordt het vak binnenkort niet afgeschaft in het secundair onderwijs?

De laatste jaren gaan stemmen op om het vak katholieke godsdienst op school af te schaffen en te vervangen door een algemeen vak ‘over godsdiensten’. Ook al klinken die stemmen weleens luid via de media, toch zal dat niet zomaar gebeuren.

In de grondwet staan immers twee belangrijke principes: de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van religie/levensbeschouwing. Vrijheid van onderwijs betekent dat ouders mogen kiezen of hun kinderen school lopen in een school georganiseerd door de overheid (gemeente, provincie, gemeenschap ...) of in een school gebaseerd op een religieuze/levensbeschouwelijke visie (vrij onderwijs).

Het spreekt voor zich dat wie kiest voor een katholieke school, zijn kinderen graag opgevoed ziet binnen het waarden- en verhalenkader van de katholieke traditie. Anderzijds betekent de vrijheid van religie/levensbeschouwing dat kinderen het recht hebben om opgevoed te worden in hun eigen religie/levensbeschouwing als ze naar een school gaan die georganiseerd wordt door de overheid.

In België kunnen rooms-katholieke, protestantse, anglicaanse, orthodoxe, joodse en islamitische gelovigen en vrijzinnig humanisten elk in hun eigen levensvisie onderwijs krijgen.

Komt de Bijbel veel aan bod tijdens de lessen?

De studie van de Bijbel (zowel het Oude als het Nieuwe Verbond) komt uitgebreid aan bod. We bestuderen de teksten vanuit de historisch-kritische methode.

Daarna achterhalen we de betekenis van de teksten voor onszelf en jongeren vandaag. Ten slotte gaan we na hoe we met Bijbelteksten op een didactisch verantwoorde manier aan de slag kunnen in de klas.

Komen de wereldreligies aan bod?

In een multiculturele en pluralistische samenleving worden we geconfronteerd met andere levensbeschouwelijke visies. Het is belangrijk om als toekomstige godsdienstleraar een degelijk inzicht te verwerven in de krachtlijnen van de andere godsdiensten en levensbeschouwingen.

Wanneer we de andere levensbeschouwelijke visies bespreken, vertrekken we vanuit onze katholieke/christelijke identiteit. Van een leraar godsdienst wordt immers verwacht dat hij/zij de eigen levende traditie kent en in open dialoog kan treden met andere levensbeschouwelijke tradities.

We doen een ernstige poging om niet bij de uiterlijkheden van andere levensbeschouwingen te blijven staan, maar de beleving van concrete mensen en groepen in de diverse tradities aan bod te laten komen.

We beperken ons niet tot een beschrijving van uiterlijkheden van andere levensbeschouwingen, maar ook de beleving van concrete mensen en groepen in de diverse tradities aan bod.

Het is niet alleen de bedoeling om kennis op te doen van de andere religies, maar ook om in een interreligieuze dialoog te treden. Binnen het godsdienstonderwijs streven alle levensbeschouwelijke vakken de interlevensbeschouwelijke competenties na.

Zie ik in het vak katholieke godsdienst niet hetzelfde als in het vak Religie, Zingeving en Levensbeschouwing (RZ)?

Het spreekt voor zich dat er raaklijnen zijn tussen Religie, Zingeving en Levensbeschouwing (RZ) en katholieke godsdienst. RZ benadert de mens als een zinzoekend wezen vanuit een contextueel verankerd Bijbels-christelijk standpunt.

Hierin verken je ook in welke mate een levensbeschouwing de vragen stelt die elke mens ten diepste raken, of die nu gelovig is of niet. Het vak is bedoeld als algemeen vormend voor het kritisch denken van elke student omtrent levensbeschouwing, filosofie en ethiek.

Als je kiest voor katholieke godsdienst, wil je leraar katholieke godsdienst worden. Dat betekent dus dat je de leerstof veel uitvoeriger en op een meer uitgediepte manier bestudeert. Bovendien word je vakdidactisch klaargestoomd om het vak te geven. Dat is niet het geval in Religie, Zingeving en Levensbeschouwing.

Wat behandelen we in de cursus vakstudie in het eerste en tweede semester?

In het eerste semester gaan we in vakstudie op zoek naar een geloofsidentiteit. Aan de hand van een sociologisch, psychologisch en historisch kader bevraag je het christelijke geloof in al zijn facetten. Groeien in je persoonlijke geloofsidentiteit is een uitdaging. Ook de basiskennis van het christendom, die je verworven hebt in het secundair onderwijs, wordt opgefrist en aangevuld.

In het tweede semester nemen we het Oude Verbond onder de loep en maken we je warm voor de variatie aan verhalen die mensen al eeuwenlang vertellen.

Wat behandelen we in de praktijkcursus in het eerste jaar?

Je bestudeert hoe de denkmodellen over het vak katholieke godsdienst de laatste decennia zijn geëvolueerd. We staan ook uitvoerig stil bij de huidige visie op het vak en passende vakdidactiek.

Daarnaast maak je kennis met het leerplan voor het vak rooms-katholieke godsdienst. Je verwerft inzicht in de informatiebronnen en leermiddelen die voorhanden zijn en tijdens vakgerichte oefeningen leer je een lesvoorbereiding opstellen. Ten slotte oefen je zelf in het lesgeven voor een klas van medestudenten.

Wat behandelen we in vakprojecten?

Vakprojecten is een opleidingsonderdeel in het tweede en derde jaar. Het gaat om vakken waarbij zowel kennis en vaardigheden als attitude een belangrijke rol spelen. Aspecten uit de verschillende vakstudies en de praktijk worden geïntegreerd.

We besteden aandacht aan de ontwikkeling van de spirituele dimensie van een godsdienstleraar. De vraag hoe je vorm kan geven aan je eigen geloofsidentiteit vanuit respect voor de geloofsidentiteit van je naaste, staat centraal.
We betrekken de studenten en docenten islamitische godsdienst hierin als onze partner.

Hoe moeilijk is katholieke godsdienst? Kan ik vanuit een tso- of bso-richting het vak volgen?

Wij willen een degelijke basis en achtergrondinformatie bieden. Van jou vragen we enige inwerking in het studiemateriaal. Met andere woorden: het vak vraagt studie- en leeswerk. Daar kan je niet omheen.

Wanneer je de lessen aandachtig volgt, consequent de leerstof bijhoudt en de opdrachten nauwgezet uitvoert, kan je zonder twijfel slagen.

Welke lesbevoegdheid krijg ik?

Een leraar katholieke godsdienst kan rooms-katholieke godsdienst geven in het officieel en het vrij onderwijs. De tewerkstelling start altijd met een engagementsverklaring: je volgt het geldende leerplan en verklaart door het sacrament van het doopsel tot de rooms-katholieke kerk te behoren.

Als er een vacature is voor uren RK godsdienst, draagt de inspecteur-adviseur een kandidaat voor de functie voor. De inrichtende macht van de school stelt de leerkracht uiteindelijk aan.

Waar kan ik aan de slag met mijn diploma?

Lesbevoegdheid:

  • Eerste graad A en B, tweede graad van het aso, tso, bso en kso en derde graad in het bso

Perspectieven buiten het onderwijs:

  • Sociaal-culturele bewegingen van het christelijke middenveld (Welzijnszorg, Broederlijk Delen, Pax Christi … )
  • Non-profit sector
  • Redactie van christelijk geïnspireerde weekbladen
  • Christelijk vormingswerk: bezinningsdagen, animatie in abdijhuizen …
  • Pastorale werkveld (parochiewerk, zorgsector … )

Hoeveel kost de opleiding voor het onderwijsvak katholieke godsdienst?

Studeren in het hoger onderwijs vraagt een financiële inspanning. Naast het inschrijvings- en examengeld zijn aan de opleiding ook een aantal kosten verbonden, voor studiemateriaal, studiereizen of -producten ...

We proberen die kosten zo laag mogelijk te houden zonder de kwaliteit van de opleiding tekort te doen. De Arteveldehogeschool draagt ook zelf een steentje bij zodat de student nooit het volledige bedrag betaalt.

Het is belangrijk om vooraf in te schatten hoeveel de opleiding ongeveer kost. De bedragen in onderstaande tabel zijn gebaseerd op reële cijfers van het academiejaar 2017-2018. Kosten in verband met stageverplaatsingen en lesvoorbereidingen zijn er niet in vervat omdat ze individueel sterk kunnen verschillen.

In het secundair onderwijs wordt elke leerkracht verondersteld een agenda bij te houden die hij of zij moet kunnen voorleggen aan de inspectie. Daarom voorziet de opleiding voor alle studenten bij het begin van het academiejaar een agenda die bovendien ook een opleidingsgids is. De kostprijs hiervan bedraagt +/- 3,50 euro en wordt aan de factuur van de kopiekosten toegevoegd.

  1ste jaar 2de jaar 3de jaar
Totale prijs boeken € 110,00 € 50,00 € 50,00
Totale prijs syllabi € 30,00 € 30,00 € 20,00
Kopiekosten € 10,00 € 10,00 € 10,00
Studiereis/excursie   € 150,00 € 25,00
TOTAAL (excl. inschrijvingsgeld) € 150,00 € 240,00 € 105,00


Lees hier meer over studietoelagen.

Een financiële drempel mag geen belemmering zijn om te kiezen voor het onderwijsvak dat jou het best ligt. Als je problemen ervaart, raden we je aan om contact op te nemen met een medewerker van de studentenvoorzieningen. In sommige situaties kan de dienst je financieel ondersteunen.