Ondersteunende vorming

Communicatieve vorming

Als je kiest voor een beroep als leraar, zal je heel veel communiceren. In je klas en daarbuiten voer je heel wat gesprekken met leerlingen, collega’s, ouders, externen ... Niet alleen wat je zegt is belangrijk, maar ook hoe je dat zegt en hoe je op een boeiende manier jouw boodschap overbrengt.

Communicatieve vorming?

We bekijken communicatie vanuit twee invalshoeken: taal en agogiek. In taal hebben we het over mondelinge en schriftelijke taal. Je zal als leraar niet alleen erg veel spreken, maar ook veel schrijven: brieven aan de ouders, uitnodigingen, werkblaadjes, instructies ...

We gaan aan de slag met concreet materiaal en oefeningen en leren je hoe je efficiënt communiceert in een correcte, aantrekkelijke, begrijpelijke en gepaste taal. In het tweede jaar ontdek je hoe je taal kan integreren in alle vakken. Tenslotte is elke leraar een taalleraar.

We onderzoeken ook de agogische kant van communicatie. Eerst en vooral focussen we op jouw eigen communicatiestijl met als belangrijk onderdeel de non-verbale communicatie. We bestuderen ook hoe we anderen waarnemen en wat het effect daarvan is op ons gedrag.

Daarna verleggen we de focus van onszelf naar de ander(en). We oefenen op luister- en gespreksvaardigheden en gaan in op verschillende interacties tussen mensen. Als laatste onderdeel zie je ook hoe je de dynamiek van een hele klas interpreteert en leer je alles over klasmanagement.

Moet iedereen het opleidingsonderdeel Communicatie vorming volgen?

Ja. Elke leraar geeft dan wel andere inhouden, maar gebruikt dezelfde taal om die inhouden vorm te geven.

Ik ben niet zo goed in taal. Moet ik me zorgen maken?

In het begin van het academiejaar krijg je een mondelinge en een schriftelijke taalscreening. Als daaruit blijkt dat je wat extra hulp kan gebruiken, kan je tijdens het academiejaar terecht bij de taalleerlijn voor extra ondersteuning en oefeningen.

Hoe groot zijn de groepen?

We werken met groepen van ongeveer 30 à 40 studenten, waarin we op een actieve manier aan de slag gaan.

Hoe ziet de evaluatie eruit?

De evaluatie in Communicatieve vorming is een combinatie van theorie en praktijk. Enerzijds moet je aantonen dat je weet hoe je moet communiceren, anderzijds moet je bewijzen dat je dat ook kan.

Pedagogische wetenschappen

Wat wordt bedoeld met pedagogische wetenschappen? Waarom maakt dat deel uit van mijn opleiding tot leraar Frans, wiskunde, haartooi, sport ...?

De opleidingsonderdelen die behoren tot pedagogische wetenschappen zijn gemeenschappelijke opleidingsonderdelen. Het zijn opleidingsonderdelen die je voorbereiden op je brede taak als leraar. Je vindt ze dan ook naast alle onderwijsvakken. Pedagogische wetenschappen omvat verschillende opleidingsonderdelen.

In de opleidingsonderdelen algemene didactiek 1, 2 en 3 worden de basiscomponenten van een krachtige leeromgeving geleidelijk aan opgebouwd, om te komen tot goed onderwijs dat elke leerling in je klas maximaal ondersteunt om te groeien naar zelfsturing. Dit didactische kader waarmee je leert werken, staat los van specifieke vakinhoud: het geeft elke leraar of begeleider richtlijnen om een efficiënte leersituatie te organiseren, zelfs als die niet in een klas plaatsvindt.

In je lessen vakdidactiek ga je, in functie van je twee onderwijsvakken, met dat kader aan de slag. Zo vormt de insteek vanuit pedagogische wetenschappen de kapstok waaraan je je vakspecifieke kennis en vaardigheden ophangt.

De opdracht van een leraar secundair onderwijs reikt natuurlijk verder dan het overbrengen van specifieke (vak)inhouden. Van een leraar secundair onderwijs wordt verwacht dat hij de rol van opvoeder opneemt en dus een positief klasklimaat realiseert of signalen van bijvoorbeeld emotionele of sociale problemen bij leerlingen opmerkt. Hij moet zich bewust zijn van de grote diversiteit tussen leerlingen (leermogelijkheden, thuiscontext, culturele achtergrond ... ) en zijn onderwijsaanbod daarop afstemmen of redelijke aanpassingen doen. Een leraar of begeleider werkt samen met collega's bij de voorbereiding of tijdens het geven van lessen en vakken (co-teaching) en communiceren met ouders en externe betrokkenen.

Daarnaast wordt van leraren ook verwacht dat ze op de hoogte blijven van onderwijsvernieuwingen en hun eigen onderwijspraktijk in vraag stellen en bijsturen. In de pedagogische opleidingsonderdelen Jongeren en maatschappij, Onderwijs en maatschappij, Jongeren en welzijn, Uitdagingen in onderwijs en De leraar in dialoog dagen we je uit om kritisch mee te denken over de opdracht van het onderwijs in onze samenleving. Zo proberen we je maximaal voor te bereiden op de brede verantwoordelijkheid die je als leraar opneemt.

Ik twijfel nog of ik leraar wil worden. Mogelijk ga ik in de toekomst een andere richting uit. Heeft pedagogische wetenschappen mij ook iets te bieden?

Je schrijft je in voor een professionele bacheloropleiding in het onderwijs. Je diploma geeft je dus onderwijsbevoegdheid. In de opleidingsonderdelen binnen pedagogische wetenschappen ligt onze focus dan ook sterk op je ontplooiing tot leraar. Maar het begrip 'leraar' mag je heel ruim invullen.

De inhoud en vaardigheden die we je aanreiken binnen pedagogische wetenschappen, beperken zich zeker niet tot de schoolse context. De didactische, pedagogische, psychologische en maatschappelijke input komt je ook goed van pas als je later als lesgever, begeleider of trainer aan de slag wil in de culturele, sociale of sport- en recreatiesector.

De onderwijssector is immers verre van de enige beroepssector die jongeren of volwassenen individueel of in groep begeleidt in hun groei of ontwikkeling. Ook als muziekleraar, fitnesscoach, voetbaltrainer, jeugdwerker, gids, cultureel werker, leraar aan volwassenen, begeleider van teambuildingsactiviteiten ... ga je op weg met mensen die iets willen leren.

Onderwijs (in Vlaanderen) geldt in de opleidingsonderdelen binnen pedagogische wetenschappen vaak als verbindend kader voor de zeer diverse groep studenten, en de vertaling naar jouw specifieke beroepssector is dus dikwijls snel gemaakt.

Bovendien vindt de geïnteresseerde student in pedagogische wetenschappen een brede basis die in verschillende jobs relevant is. Zo bestudeer je kenmerken van de snel veranderende maatschappij, waaronder diversiteit, grootstedelijkheid, multiculturaliteit, technologisering en van de huidige generatie jongeren. Je verkent ook het jeugdhulpverleningslandschap en staat stil bij maatschappelijke thema’s als kansarmoede en psychisch welzijn bij jongeren.

In het derde jaar kan je je ook inschrijven voor een keuzemodule rond coaching.

Wat is het verschil tussen de opleidingsonderdelen pedagogische wetenschappen en vakdidactiek?

De opleidingsonderdelen binnen pedagogische wetenschappen richten zich op de brede opdracht van de leraar in een school. Enerzijds bestudeer je (in algemene didactiek 1, 2 en 3) de componenten die van belang zijn in elke leersituatie, ongeacht de specifieke leerinhoud.

In de lessen vakdidactiek pas je dat model toe op jouw onderwijsvakken. In algemene didactiek krijg je bijvoorbeeld een brede waaier aan mogelijke werkvormen aangereikt en in vakdidactiek kan je, onder begeleiding van een vakdocent, in kleinere groepjes die werkvormen uitproberen, die vaak worden toegepast binnen jouw vak. Een les lichamelijke opvoeding verschilt logischerwijs van een les wiskunde of een praktijkles haartooi.

De gedeelde basis maakt van jou een kritische en breed inzetbare leraar. Ze verruimt jouw blik en zorgt voor een gemeenschappelijke visie op ‘goed’ onderwijs, een voorwaarde om in een lerarenteam samen ‘school’ te maken.

Anderzijds komen in pedagogische wetenschappen heel wat thema’s aan bod die bijdragen tot wat we de ‘brede professionaliteit’ van de leraar/begeleider noemen. Een leraar op een school is lang niet alleen bezig met zijn vak. Hij is in de eerste plaats begeleider van heel diverse leerlingen. Daarom bestudeer je in Jongeren en maatschappij en Jongeren en welzijn je toekomstige doelgroep en de (onderwijs)behoeften waarop die soms botst.

In andere opleidingsonderdelen verken je het Vlaamse onderwijslandschap, leer je deelnemen aan een klassenraad en communiceren met ouders, versterk je je klasmanagementsvaardigheden ... Het gaat telkens om kennis en vaardigheden die relevant zijn voor elke leraar/begeleider. Functioneren in een klas die op ontploffen staat wegens een pestsituatie of een leerling die gebukt gaat onder ernstige problemen thuis, lukt immers niet.

De combinatie van ondersteunende gemeenschappelijke onderdelen en vaktypische onderdelen stoomt je helemaal klaar voor de echte onderwijspraktijk, waarin van een leraar een brede deskundigheid wordt verwacht.

Moet ik voor de opleidingsonderdelen binnen pedagogische wetenschappen veel uit het hoofd leren?

We bieden je in de eerste plaats een (nieuw) denkkader aan om leer- en opvoedingssituaties te benaderen, ook buiten de schoolcontext. We leggen een stevige theoretische basis, maar zorgen steeds voor duidelijke praktijkvoorbeelden zodat de theorie tot leven komt.

Voor heel wat studenten zijn de pedagogische inhouden onbekend terrein. De doelen van de vakken bereiken, vraagt dus de nodige studie- en verwerkingstijd. Maar op een examen verwachten we zelden 'papegaaienwerk'. Je moet aantonen dat je de leerinhoud begrijpt en kan toepassen.  Met 'dingen uit het hoofd leren' kom je er niet, al vormt geheugenwerk soms een noodzakelijke basis om nieuwe zaken te begrijpen.

In elke syllabus vermelden we expliciet welke doelen je per opleidingsonderdeel moet bereiken. Zo weet je precies wat je kan verwachten op een evaluatiemoment en kan je je gericht voorbereiden.  

Is aanwezigheid in de lessen pedagogische wetenschappen verplicht? Kan ik die vakken niet zelfstandig studeren?

Je schrijft je in voor hoger onderwijs. Dat betekent dat je een grote verantwoordelijkheid krijgt voor je eigen studieloopbaan. In het hoger onderwijs volgen we je aanwezigheid niet langer minutieus op. We bellen je ouders dus niet op als je er niet bent ...

De ervaring leert ons wel dat er een sterk verband bestaat tussen aanwezigheid in de les en slaagkansen. Dat is ook logisch, want we streven vooral inzicht na. We evalueren in de eerste plaats niet of je de leerstof kan reproduceren, maar wel of je de leerstof begrijpt en kan toepassen.

In de les kan je vragen stellen, bieden we oefeningen aan waarin je de leerstof kan toepassen en geven we feedback op het resultaat. Zo is de les een goede voorbereiding voor het examen. We willen ook dat je een kritische visie opbouwt rond goed onderwijs. Dat alleen thuis doen is moeilijk. Uitwisseling met medestudenten en de docent zijn heel relevant.

Ten slotte telt niet alleen wat we zeggen, maar ook hoe we het zeggen. De docenten pedagogische wetenschappen reiken de leerstof heel bewust op een bepaalde manier aan. Hun werkvormen, organisatie en mediagebruik kunnen verrijkend zijn voor je eigen (onderwijs)praktijk later.

Samengevat: we raden je aan om aanwezig te zijn in de lessen.

Met hoeveel studenten zit ik meestal samen in een groep? Kan ik les volgen met mensen die ik al ken?

Binnen pedagogische wetenschappen variëren de groepen van 30 à 40 studenten over groepen van ongeveer 60 studenten tot groepen met 200 studenten. Die grote groepen hoeven je niet af te schrikken. De docenten passen hun werkvormen en organisatie aan zodat jullie de ruimte en tijd hebben om de inhouden te verwerken.

We verwachten de nodige zelfstandigheid bij de verwerking van de inhouden, maar we zorgen voor voldoende ondersteuningsmogelijkheden zodat je er niet alleen voor staat. In monitoraatslessen kan je bijvoorbeeld in een kleine groep vragen stellen over onderwerpen die je moeilijk verwerkt krijgt. Een digitaal leerplatform biedt dan weer extra oefeningen aan om de leerstof te verwerken.

Didactische vaardigheden oefen je in groepen van 40 à 60 studenten. Een bewuste keuze van werkvormen zorgt dat we je in zulke groepen vrij nauwgezet kunnen begeleiden.

De groepen binnen pedagogische wetenschappen lopen niet volledig gelijk met je groepen vakdidactiek aangezien de groepsgrootte verschilt. Toch plaatsen we, zeker in het eerste jaar, studenten met een gelijkaardige vakkencombinatie samen. Zo zit je meestal samen met een aantal studenten die je ook vanuit je andere vakken kent.

Het contact met studenten met andere onderwijsvakken kan heel verrijkend zijn. We raden je dan ook aan om ook contact te maken met studenten die je niet kent vanuit je lessen vakstudie of vakdidactiek.

Religie, zingeving en levensbeschouwing

Religie, zingeving en levensbeschouwing (RZ) behoort tot de ondersteunende vorming. Jongeren begeleiden in de ontwikkeling van hun levensbeschouwelijke identiteit en krachtige leeromgevingen opzetten waarin ze kritisch reflecteren over religie, zingeving en levensbeschouwing is immers de opdracht van elke leraar of begeleider.

Het vak RZ wil in de eerste plaats het denken rond mens-, wereld- en godsbeeld ontwikkelen. Leraar zijn te midden van een complexe samenleving, vraagt nadenken over een visie waarmee je voor de klas staat. Wij reiken visies aan vanuit een eigen identiteit die het mogelijk maakt op een respectvolle wijze het gesprek aan te gaan met andere mensbeelden, godsbeelden en wereldbeelden.

Onze opleiding biedt RZ tijdens elk jaar van je opleiding aan. Zo krijgt je de kans om een eigen gefundeerde visie te ontwikkelen. De rode draad doorheen RZ 1 is een levensbeschouwelijke identiteit in een pluralistische samenleving. In het eerste deel analyseren we hoe de ontwikkeling van een levensbeschouwelijke identiteit verband houdt met het persoonlijke levensverhaal en een groter zingevingsverhaal.

In een tweede deel gaan we in op het belang van de filosofie voor het kritisch denken. We onderzoeken filosofen zoals Socrates, Epicurus en Nietzsche. In een derde deel maken we kennis met een aantal boeiende mensen en de levensbeschouwelijke visie waarmee ze engagementen hebben opgenomen. We dagen je uit om een eigen zingevingssysteem op het spoor te komen en dat te expliciteren in dialoog met het evangelische levensverhaal.

In RZ 2 werken we een ethisch zinmodel uit. Dat kan ons helpen om het ethische handelen van mensen onder de loep te nemen en ons af te vragen of dat ‘zinvol’ is. Zeker met het oog op de opvoeding en begeleiding van jongeren willen we werk maken van een goede visie op ethisch handelen, die realistisch en integreerbaar is in de klaspraktijk.

We spreken van een ethisch zinmodel met een educatief-pastoraal perspectief, namelijk 'groei-ethiek'. Die laat zich inspireren door het joods-christelijke gedachtegoed.

In RZ 3 bieden we twee modules aan: 'Omgaan met verschil' en 'Omgaan met verlies en verdriet'.
In de eerste module 'Omgaan met verschil' reiken we een visie aan rond het omgaan met verschil in onze multiculturele en pluralistische samenleving. We vertrekken vanuit de ervaring van angst die de recente terreur bij mensen opwekt. We analyseren waarom mensen bang zijn voor het vreemde en bieden inzichten aan in hoe mensen deze angst kunnen overschrijden. De ontmoeting met de ander staat hierbij centraal. We laten je ook kennismaken met de islam als levensbeschouwelijk denkkader aangezien het leren kennen en ontmoeten van het vreemde en de ander kan leiden tot dialoog. Daarnaast introduceren we je in het project van de 'katholieke dialoogschool': een project van Katholiek Onderwijs Vlaanderen.

In de module 'Omgaan met verlies en verdriet' brengen we een aantal theoretische inzichten rond omgaan met verlies en verdriet. Elke leraar wordt immers geconfronteerd met verdriet bij leerlingen. Jammer genoeg worden de meeste leraren vroeg of laat ook geconfronteerd met het verlies van een leerling. Het is dan ook belangrijk dat een leraar niet alleen zelf leert omgaan met verdriet, maar ook in staat is om zijn leerlingen te begeleiden. Naast de theoretische inzichten reiken we ook praktische werkvormen aan.

FAQ Religie, zingeving en levensbeschouwing

Ik kom niet uit een katholieke school en heb geen godsdienstlessen gehad. Is dat een bezwaar?

Neen. In dit ondersteunende vak vormen we je denken rond morele, levensbeschouwelijke en ethische vragen. Het spreekt voor zich dat we verwachten dat je daarvoor openstaat.

Hoe is het vak RZ 1 georganiseerd?

Via een digitaal leerpad verwerk je de leerinhoud drie maanden zelfstandig. Twee groepswerken helpen je verhelderen en verdiepen. Tijdens vier contactmomenten legt de docent klemtonen, reikt hij denkschema’s aan, overloopt hij verwerkingsoefeningen en maakt hij discussies mogelijk.

Krijgen we filosofie of godsdienst?

Niet expliciet, maar we dagen je uit om te werken aan een levensbeschouwelijke identiteit. Die verdiepen en formuleren, lukt het best binnen de dialoog met andere levensbeschouwingen. Daarom zoomen we in op de vele levensbeschouwingen en de manier waarop ze gestalte hebben gekregen doorheen de geschiedenis.

We zoomen ook uit en stellen vast dat elke overtuiging verbonden is met tijd, taal en ruimte. Dat besef nemen we mee naar de interlevensbeschouwelijke dialoog, waar het bijbels-christelijke verhaal een volwaardige medespeler wordt. Het bijbels-christelijke denken blijft dus wel aanwezig binnen RZ.

Mengt de hogeschool zich met mijn persoonlijke geloofsovertuiging?

Onze lesgevers zijn ervan overtuigd dat jongeren op levensbeschouwelijk vlak ondersteund moeten worden. We duwen niemand in een bepaalde richting. Wel dagen we je uit om op het spoor te komen van je eigen levensbeschouwelijke identiteit en die op een respectvolle manier te vertolken. De dialoog is daarvoor belangrijk. En zoals eerder gesteld blijft het bijbels-christelijke geloof een volwaardige gesprekspartner.

Krijgen we specifieke begeleiding voor de voorbereiding van de examens?

Absoluut, in de vorm van een monitoraat.

Besteden we aandacht aan de wereldgodsdiensten?

Jazeker. We besteden niet alleen aandacht aan andere godsdiensten, maar ook aan andere levensbeschouwingen. In het derde jaar gaan we specifiek in op de mogelijkheden en moeilijkheden die gepaard gaan met andersgelovigen in een onderwijssituatie. In dit jaar leer je ook de islam beter kennen als levensbeschouwing naast het bijbels-christelijke verhaal en je eigen levensbeschouwelijke identiteit.

Onderzoek en multimedia

Onderzoek en multimedia zijn twee vaste waarden in het hedendaagse onderwijs. Je geeft immers les aan leerlingen die met multimedia opgegroeid zijn. Het is dan ook belangrijk om algemene multimediavaardigheden te beheersen. Daarnaast bieden we twee ICT-pakketten aan. Je leert een elektronisch rekenblad en een presentatiepakket technisch correct gebruiken. 

In het onderdeel Multimedia leer je de didactische meerwaarde kennen van multimedia in het onderwijs. Er komen heel wat thema’s aan bod in praktijkgerichte sessies. Zo leer je digitale schoolborden gebruiken, interactieve oefeningen maken, digitale bronnen raadplegen, sociale media aanwenden voor je lessen en film en geluid monteren tot een didactische film. Je krijgt ook inzicht in het gebruik van een elektronische leeromgeving.

In het onderdeel Onderzoek krijg je enkele basiscompetenties van de leraar als onderzoeker en innovator aangereikt. Je leert terminologie en onderzoeks- en verwerkingsmethoden kennen.

FAQ Onderzoek en multimedia

Heb ik voorkennis nodig?

Neen. Alle inhouden starten vanaf de basis. Het is wel handig meegenomen als je vlot met de computer overweg kan. Nog belangrijker is een gezonde dosis interesse in het gebruik van multimedia in de algemene zin van het woord: muziek, video, internet ...

Moet ik nieuwe soft- of hardware aankopen?

Neen. De software die we gebruiken, is gratis en kan je via verschillende websites downloaden en installeren. De aangeleerde vaardigheden kan je ook met elke pc of Mac uitvoeren. Een specifiek toestel kopen, is dus niet nodig. Je hebt wel Microsoft Office nodig, maar dat is gratis te downloaden.

Welke vakinhouden komen aan bod?

De lessen bestaan uit zes praktische workshops waarbij we in kleine groepjes van maximaal 25 studenten alle vaardigheden meteen inoefenen.

Workshop Inhoud
Didactische Tools

Handige gratis tools

Beeld en geluid

Film monteren tot een didactische video met beeld, fotomateriaal, tekst en geluid

Sociale media
in de klas
Gevaren van sociale media, netiquette, mogelijkheden van sociale media in het onderwijs … Het maken van een interactieve poster/een klaswebsite.

Digitale leerplatformen

Structuur en gebruik van elektronische leerplatforms + online toetsen/oefenen
Het digitaal klaslokaal Digitaal bord, tablets in onderwijs, nieuwe media …
Onderzoek Wat is onderzoek? Hoe doe ik als leraar onderzoek? Wat zijn de verschillende fases in een onderzoek?

Hoe verloopt het monitoraat?

We organiseren maximaal twee monitoraten waarop je de inhouden kort samengevat opnieuw kan volgen. Via de elektronische leeromgeving maken we het aanbod bekend en kan je inschrijven. Uiteraard kan je ook altijd zelf met je docent contact opnemen en een afspraak maken voor verdere uitleg rond bepaalde leerstofonderdelen.

Hoe verloopt de evaluatie?

We beoordelen je aan de hand van een examen dat 2,5 uur duurt en bestaat uit een praktisch gedeelte met oefeningen. Het examen is 'open boek': je kan alle leerpaden van de workshops en je eigen notities gebruiken.

De onderdelen rond het elektronisch rekenblad en de presentatie worden ook op het examen geëvalueerd met praktische tests en zijn ook 'open boek'. Het onderdeel rond onderzoek wordt bevraagd door een werkstuk dat je in de loop van het semester maakt.

Bachelorproef 

In het derde jaar werk je een bachelorproef uit. Tijdens de bachelorproef ga je vanuit een onderzoekende houding aan de slag met een vraag of probleem uit de beroepspraktijk. Je werkt in team en doorloopt een praktijkgerichte onderzoekscyclus. Wat je maakt is qua inhoud en vorm op een praktisch niveau in de onderwijspraktijk bruikbaar en toepasbaar bijv. in een school, klas, door leerkrachten, in een organisatie…

Tijdens de uitwerking van je bachelorproef ontwikkel je competenties die je onder de knie moet hebben om te functioneren in het werkveld. Vaardigheden zoals probleemoplossend denken, kritisch denken, creatief denken, samenwerken, in staat zijn om informatie te vinden en die op een correcte manier te verwerken, aandacht hebben voor verzorgde presentatie en taal ... zijn maar een greep uit de vele competenties die je ontwikkelt.

Aan het einde van het academiejaar presenteer je met een poster je bachelorproef aan een breed publiek uit het werkveld. Onze bezoekers zijn steeds verrast over het hoge niveau van de bachelorproeven en het interessante materiaal dat onze studenten hebben ontworpen.

Hoeveel kosten de vakken ondersteunende vorming?

COMMUNICATIEVE VORMING

1ste jaar

2de jaar

3de jaar

Totale prijs boeken

€ 0,00

€ 0,00

-

Totale prijs syllabi

€ 20,00

€ 10,00

-

Kopiekosten

€ 20,00

€ 10,00

-

TOTAAL

€ 40,00

€ 20,00

-

PEDAGOGISCHE WETENSCHAPPEN

1ste jaar

2de jaar

3de jaar

Totale prijs boeken

€ 45,00

€ 30,00

€ 35,00

Totale prijs syllabi

€ 40,00

€ 15,00

€ 25,00

Kopiekosten

€ 10,00

€ 5,00

€ 5,00

TOTAAL

€ 95,00

€ 50,00

€ 65,00

RELIGIE, ZINGEVING EN LEVENSBESCHOUWING

1ste jaar

2de jaar

3de jaar

Totale prijs boeken

€ 12,50

€ 0,00

€ 0,00

Totale prijs syllabi

€ 8,00

€ 5,00

€ 8,00

Kopiekosten

€ 10,00

€ 10,00

€ 10,00

TOTAAL

€ 30,50

€ 15,00

€ 18,00

ONDERZOEK EN MULTIMEDIA

1ste jaar

2de jaar

3de jaar

Totale prijs boeken

-

€ 28,00

-

Totale prijs syllabi

-

€ 0,00

-

Kopiekosten

-

€ 0,00

-

TOTAAL

-

€ 28,00

-

PRAKTIJK

1ste jaar

2de jaar

3de jaar

Totale prijs boeken 

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Totale prijs syllabi

€ 0,00

€ 0,00

€ 0,00

Kopiekosten

€ 5,00

€ 10,00

€ 10,00

TOTAAL

€ 5,00

€ 10,00

€ 10,00

BACHELORPROEF

1ste jaar

2de jaar

3de jaar

Totale prijs boeken

€ 0,00

€ 0,00

€ 23,00

Totale prijs syllabi

€ 0,00

€ 0,00

€ 2,50

TOTAAL

€ 0,00

€ 0,00

€ 25,50