Visie

De Arteveldehogeschool is een hogeschool waarin een doorleefde kwaliteitscultuur aanwezig is. Dat betekent dat er een organisatiecultuur leeft die gebaseerd is op een effectieve kwaliteitszorg, die tot een aantoonbare kwaliteitsverhoging leidt en door alle niveaus van de organisatie actief wordt beleefd.

De vele resultaten die kwaliteitverbeterteams en projectteams realiseren, en in het verleden al gerealiseerd hebben, op macro- en mesoniveau in de organisatie, zijn hiervan getuige. Maar ook de intrinsieke drive van iedere docent en medewerker om over de kwaliteit van het eigen werk te reflecteren en het bij te sturen, draagt bij tot de kwaliteitscultuur.

Kwaliteitscultuur kan uitsluitend geënt worden op een degelijk uitgebouwd intern kwaliteitszorgsysteem. In haar kwaliteitszorgsysteem hanteert de hogeschool de vier dimensies van kwaliteitszorg

  1. Kwaliteitsbepaling
  2. Kwaliteitsborging
  3. Kwaliteitsverbetering
  4. Kwaliteitsverantwoording (zowel intern als extern)

De hogeschool draagt de integrale kwaliteitszorg hoog in het vaandel. Opleidingen én diensten zijn verantwoordelijk voor de uitbouw van hun specifieke kwaliteitszorg. Zorgvuldige afstemming in functie van het inherente samenspel tussen beide is aangewezen.

De hogeschool vertrekt vanuit een hogeschoolbreed kwaliteitszorgbeleid, maar de opleidingen en diensten zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoudelijke invulling en ontwikkeling van hun interne kwaliteitszorg.

Kwaliteitsbepaling 

Kwaliteitsbepaling betekent dat de hogeschool bepaalt wat voor haar kwaliteit betekent, nu en in de toekomst. De minimale kwaliteit of basiskwaliteit van de hogeschool wordt in het onderwijsraamwerk uitgewerkt en regelmatig bijgestuurd. Het beschrijft de kwaliteit die de hogeschool verwacht van alle opleidingen en diensten en voor alle aspecten van onderwijs. Opleidingen en diensten kunnen deze basiskwaliteit overstijgen en worden daarin ook uitgedaagd.

Bovendien expliciteerde de hogeschool ook waar ze in de toekomst op het vlak van kwaliteit naar wil streven. Dat heeft ze bepaald door een strategisch instellingsplan 2015-2020 op te stellen. 

De opleidingen en diensten bewaken, naast de strategische indicatoren, ook eigen indicatoren of kengetallen om de realisatie van hun doelen op te volgen. In de jaarlijkse managementreview en in de audits worden de indicatoren, streefwaarden en de resultaten ervan besproken en tegen het licht gehouden.

Kwaliteitsborging 

Kwaliteitsborging staat voor hoe de opleidingen en diensten de beoogde kwaliteit bereiken. Dat gebeurt vaak aan de hand van procedures, documenten, leidraden of beleidsnota's waarin de werking beschreven wordt.

De werking van de diensten wordt vastgelegd in hogeschoolbrede procedures volgens een afgesproken format. Voor de diensten is gekozen om enkel de dienstverlenende processen uit te schrijven, met andere woorden daar waar diensten ondersteunend en dienstverlenend zijn naar opleidingen of andere diensten wordt een procedure uitgewerkt. De hogeschoolbrede procedures worden verzameld op de Dinar-site van de dienst Integrale Kwaliteitszorg (IKZ).

Dat format geldt niet voor de opleidingen. De keuze van de processen die de opleiding wenst te beschrijven en de inhoudelijke uitwerking ervan, is de verantwoordelijkheid van de opleiding. De dienst IKZ adviseert om een bepaalde aanpak te documenteren van domeinen waar vaak problemen gesignaleerd worden of wanneer de kwaliteit van het proces een impact heeft op het leerproces van de student.

Kwaliteitsverbetering 

Kwaliteitsverbetering wordt aangestuurd en opgevolgd door langetermijnplannen die over een periode van vijf jaar lopen (zoals opleidingsplannen en beleidsplannen van algemene diensten) en kortetermijnplannen die de kwaliteitsdoelen voor één academiejaar verzamelen (zoals een kwaliteitsplan).

Deze plannen ontstaan vanuit twee bewegingen: de top-downbeweging en de bottom-upbeweging. De top-downbeweging vertrekt vanuit het strategische instellingsplan dat de strategische doelen, de waarden en de krachtlijnen omvat waarop de volgende vijf jaar ingezet wordt. Bij de bottom-upbeweging zijn het vooral de verbeterinitiatieven die gedistilleerd worden via kwaliteitsonderzoek bij de stakeholders (studenten, medewerkers, werkveld en alumni), via IMPROVE-sessies of door de interne dynamiek van de opleidingen of diensten.

Om te bouwen aan de kwaliteitscultuur heeft de hogeschool een digitaal systeem Akwaris (Arteveldehogeschool Kwaliteit Registratie- en Informatiesysteem) ontwikkeld. Via Akwaris worden de doelen van deze plannen accuraat opgevolgd en is het tegelijk mogelijk medewerkers te responsabiliseren in het realiseren ervan.

De resultaten van instroom-, doorstroom- en uitstroomanalyses en alle rapporten die voor de opleiding relevant zijn, geven aanleiding tot inzichten en werkpunten. Veel opleidingen houden hiervoor in de aanloop van het nieuwe academiejaar een evaluatiemoment met het management waarbij ze de verschillende rapporten bij elkaar leggen. Hieruit halen ze verbetervoorstellen die ze opnemen in hun opleidingsplan en kwaliteitsplan dat geregistreerd wordt in Akwaris. Op die manier wordt de Plan-Do-Check-Act-cirkel mooi rond gemaakt. Ook bij de diensten is dat belangrijk.

Kwaliteitsverantwoording

Met de (interne en externe) kwaliteitsverantwoording wordt vooral bedoeld wat de hogeschool via haar opleidingen en diensten realiseert op het vlak van haar doelstellingen, indicatoren en streefwaarden. De hogeschool hanteert verschillende instrumenten om de kwaliteit van opleidingen te borgen: de jaarlijkse managementreviews van opleidingen en diensten, de opleidingsaudits en de thematische audits.

Vanaf academiejaar 2016-2017 worden managementreviews ingevoerd. Die worden jaarlijks door de algemeen directeur georganiseerd en baseren zich op rapporten uit Akwaris en op de rapportering over indicatoren en streefwaarden die opleidingen en diensten zich stelden. Het opzet is vooral ondersteunend. De managementreviews van de diensten zullen besproken worden in de Artevelderaad.

In de hogeschool worden er opleidingsaudits georganiseerd die de kwaliteit van de opleidingen in kaart brengen. Na de audit stelt de opleiding een opvolgingsrapport op met verbeterinitiatieven, gericht aan de algemeen directeur. Het definitieve auditrapport samen met de opvolging die door de opleiding hieraan wordt gegeven, wordt door de betrokken opleidingsdirecteur aan de raad van bestuur voorgesteld. De betreffende verbeterdoelen komen eveneens in Akwaris terecht.

Thematische audits peilen naar de implementatiegraad van een bepaald thema, onderwerp, procedure of beleidslijn in de opleidingen en diensten.

Een opleiding in een hersteltraject wordt opgevolgd door een begeleidingscommissie die bestaat uit het opleidingsmanagementteam, een vertegenwoordiging van de docenten, een representatieve vertegenwoordiging uit het werkveld, de directeur onderwijs- en studentenbeleid, de algemeen directeur en het diensthoofd IKZ. Deze begeleidingscommissie staat in voor de opvolging van het herstelplan en wil een spiegelfunctie verlenen aan de opleiding in verandering. De planning van de kwaliteitszorginitiatieven wordt aangepast aan het hersteltraject en zijn in die zin ondersteunend aan het verloop ervan.