Bachelorproef

print

  • Lees de bachelorproefgids grondig. Zorg dat je vooraf goed weet wat van je verwacht wordt, zowel qua inhoud als vorm van de bachelorproef. Dat bespaart je veel werk tijdens het schrijfproces.
  • Een bachelorproef kan verschillend zijn per opleiding: het kan gaan om een wetenschappelijk onderzoek, een beroepsproduct (voorbeeld: website, didactisch pakket), een externe opdracht, een combinatie van een stage en afstudeeropdracht.
    • Ga na wat de opleiding van je verwacht.
      Bijvoorbeeld: Waarop word je beoordeeld, op welke competenties? Als je onderzoek moet doen, welk soort onderzoek? Hoeveel tijd wordt verwacht dat je besteedt aan de bachelorproef? Hoe dikwijls wordt van jou verwacht dat je contact opneemt met je begeleider? Wat zijn de deadlines?
    • Ga na hoe binnen jouw opleiding de bachelorproef aangepakt wordt.
      Bijvoorbeeld: Welke begeleiding wordt voorzien? Gaat het om groepsbegeleiding of individuele begeleiding? Wat is de rol van de vakinhoudelijke begeleider? Wanneer is je begeleider beschikbaar? Is er een externe promotor en wat is zijn rol? Wie maakt deel uit van de jury? Wie beoordeelt de bachelorproef
  • Wees je ervan bewust dat de uitwerking van een bachelorproef heel wat discipline, zelfstandigheid en initiatief vraagt.
  • Maak een tijdsplanning op waarin je de werkzaamheden structureert: wat doe je tegen welke datum? Zorg ervoor dat je planning realistisch is. Bespreek je planning met je promotor.
  • Bekijk enkele voorbeelden van bachelorproeven van vorige studenten uit jouw opleiding. In de mediatheek vind je meestal wel een aantal exemplaren terug. Laat je er niet door afschrikken: dat is het eindproduct na een hele periode en die student besteedde er - net als jij zal doen - heel wat tijd en werk aan.
  • Kies een onderwerp waarin je geïnteresseerd bent, of dat je uitdaagt. Als je geboeid bent door het onderwerp, zal je beter gemotiveerd zijn.
  • Als je niet uit een lijst moet kiezen, vraag goedkeuring van je promotor over het onderwerp. Beoordeel of het onderwerp voor jou haalbaar is om aan de slag te gaan. Haalbaarheid heeft te maken met vragen als: is het een moeilijk onderwerp? Wat weet je er al over? Is er veel materiaal beschikbaar over het onderwerp? Vind je gemakkelijk begeleiders die iets weten over het onderwerp?
  • Wissel niet meermaals van onderwerp. Besef dat elk onderwerp‘vervelende’ kanten heeft, zeker wanneer je er lang mee bezig bent.
  • Baken het onderwerp duidelijk af. Formuleer een concrete vraagstelling. Je bachelorproef heeft een beperkte omvang en je hebt slechts een beperkte tijd beschikbaar voor de uitwerking ervan.
  • Zoek in geschikte wetenschappelijke databases. Wees je ervan bewust dat heel wat informatie die je op het internet vindt niet altijd wetenschappelijk is.
  • Maak een zoekplan op waarin je aangeeft waar je geschikte informatie vindt: welke zoektermen gebruik je, welke informatiebronnen ga je raadplegen en wat is je tijdsplanning?
  • Noteer meteen auteurs en publicaties. Die gegevens heb je nodig om correct te kunnen refereren. Zulke gegevens later opnieuw opzoeken, kost je veel tijd.
  • Kopieer niet gedachteloos stapels materiaal, maar zoek uit wat je kan gebruiken. Kies het meest relevante eruit.
  • Neem contact op met een medewerker van de mediatheek als je problemen ondervindt op het vlak van je informatievaardigheden.
  • Lees de instructies over de tekst in de bachelorproefgids. Welke onderdelen worden verwacht? Wat is de minimum- of maximumomvang?,…
  • Zorg dat de tekst een logische opbouw heeft. Schrijf op een duidelijke en gestructureerde manier. Houd hierbij rekening met een eventueel opgelegde structuur (vb. inleiding – vraagstelling – onderzoek – conclusie).
  • Schrijven is meer dan achter de computer zitten en teksten produceren: het is een proces met verschillende fasen. Wie in fasen werkt, bespaart zichzelf uiteindelijk tijd en verhoogt de kwaliteit van het 'schrijfproduct'. Lees meer over de fasen van het schrijfproces en tips bij de fasen.
  • Een tekst vol taalfouten komt niet goed over. Schakel de spelling- en grammaticacontrole van je pc in. Neem suggesties niet zomaar aan, maar zoek altijd in een woordenboek wat correct is.
  • Besef dat je eerste versie nooit je definitieve versie is. Herschrijven is het verbeteren van je werk. Corrigeren is noodzakelijk.
  • Vergeet de afwerking niet: lay-out, vormgeving, afstemming van de onderdelen.  Bijvoorbeeld: Begin voor elk hoofdstuk een nieuwe pagina.
  • Zoek indien mogelijk iemand die bereid is jouw tekst na te lezen op spelling- en taalfouten. (vb. een ouder, zus/broer, vriend(in),…). In een tekst die je zelf geschreven hebt, lees je na verloop van tijd vaak over tikfouten heen, omdat je zo vertrouwd bent met de inhoud.
  • Op zoek naar tips omtrent schrijfstijl, lay-out, structuur in een tekst? Bekijk de informatie in Studielicht bij ‘paper’.
  • Begin tijdig. Stel niet uit en start niet vlak voor de deadline. Veel studenten krijgen de bachelorproef niet op tijd af en hadden dat kunnen vermijden door van in het begin aan de slag te gaan.
  • Houd je bronnen bij vanaf het begin. Dat kan in Word direct ingevoerd worden bij ‘verwijzingen’ - ‘citaten en bibliografie’. Dan heb je op het einde met een druk op de knop je literatuurlijst.
  • Hetzelfde geldt voor het gebruik van ‘opmaakprofielen’ of ‘koppen’ in Word: als je systematisch koppen toepast, heb je op het einde met een druk op de knop je inhoudsopgave. Dit bespaart je veel stress op het einde.
  • Je schrijft je bachelorproef onder begeleiding van een (interne en/of externe) promotor. Jij blijft echter verantwoordelijk voor het product, de uitwerking en het resultaat ervan. Het is niet de bedoeling dat je promotor taken voor jou gaat uitvoeren.
  • Onderhoud het contact met je promotor.
    • Lever tussentijdse producten tijdig in bij je promotor.
    • Bereid de contactmomenten met je promotor vooraf voor. Maak zelf een agenda op van elementen die je wilt bespreken.
    • Ook al vind je van jezelf dat je goed zelfstandig kunt werken, het contact met je promotor is niet zonder belang. Maak gebruik van de ondersteuning die de hogeschool/universiteit je biedt: je beschikt over een klankbord en je wordt bevestigd dat je op de goede weg zit.
  • Houd rekening met de feedback die je ontvangt van je promotor. Die feedback zal je helpen om de kwaliteit van je bachelorproef te verhogen. Realiseer je dat feedback geen kritiek op jou is. Gebruik kritische opmerkingen om een versie te verbeteren.
  • Breng jouw proces in kaart. In vele opleidingen is een bachelorproef niet enkel een in te leveren eindproduct, maar ook een competentiegericht leerproces.
  • Indien je leerproces een aandeel heeft in de eindbeoordeling van de bachelorproef, wees je er dan van bewust dat je eindcijfer ook mee bepaald wordt door: hoe je werkt, hoe je problemen onderweg aanpakt, hoe je groeit tijdens het proces, hoe je samenwerkt met andere studenten,… In dat geval is geregeld contact met je promotor van groot belang zodat hij zicht krijgt op jouw proces.
  • Maak goede afspraken met je groepsleden als je samen met medestudenten werkt aan je bachelorproef. Voorzie voldoende momenten om te overleggen en onderling af te stemmen.
  • De opleiding kan je vragen om het eindproduct mondeling te presenteren aan een jury. Deze jury kan bestaan uit je interne promotor, je externe promotor, onafhankelijke lezers, deskundigen uit het werkveld enz.
  • Aansluitend bij de presentatie kan de jury vragen stellen. Lees de bachelorproefgids van jouw opleiding aandachtig om je te informeren over de verwachtingen in verband met de presentatie en verdediging, de samenstelling van de jury, de beoordelingscriteria van de presentatie, enz.
  • Voor meer tips over een mondelinge presentatie en verdediging, verwijzen we je naar het onderdeel ‘presentatie’ in Studielicht.  

Als je teksten schrijft, gebruik je boeken, vaktijdschriften, internetbronnen, werk van andere studenten over het onderwerp. Als je in je tekst woorden of ideeën van anderen gebruikt, is het belangrijk om dat te vermelden om plagiaat te vermijden. Je kunt zowel citeren, parafraseren als refereren:

  • citeren: je neemt iemands woorden letterlijk over en verwijst naar de auteur. Bij letterlijk citeren gebruik je aanhalingstekens.
  • parafraseren: je gebruikt je eigen woorden om de ideeën of woorden van een ander weer te geven, je formuleert je eigen idee erover en vermeldt de bron.
  • refereren: je vermeldt ideeën, methoden of bevindingen van anderen, met verwijzing naar de oorspronkelijke bron.

 

Volgende tips zijn belangrijk voor een correct gebruik van bronnen:

  • Verdiep je in de instructies, tips en uitleg over correcte bronvermelding en over hoe je plagiaat vermijdt.
  • Ga na in de instructies welk systeem van bronvermelding je moet hanteren, bijvoorbeeld APA, Chicago, MLA-stijl,…
  • Je kan in Microsoft Office Word 2007 automatisch een bibliografie genereren op basis van de broninformatie die je aanlevert via ‘verwijzingen’ – ‘citaten en bibliografie’.  Je kan hierbij de stijl (APA, Chicago e.d.) kiezen. Houd dat vanaf het begin systematisch bij, dat spaart veel werk uit op het einde.
  • Iets op internet vinden, betekent niet dat dat ‘publiek eigendom’ is. Pas dus op met ‘knippen en plakken’ van internet: ook hier gelden de regels van correcte bronvermelding.
  • Tegenwoordig bestaan er verschillende programma’s om plagiaat op te sporen. Als plagiaat ontdekt wordt binnen jouw werk zullen er sancties volgen. Die worden in jouw opleiding vastgelegd. Lees na in het onderwijs- en examenreglement wat de gevolgen zijn indien er sprake is van plagiaat: dat kan variëren van een aanpassing van het cijfer, de vernietiging van een cijfer tot het verlies van het recht om nog examens af te leggen tijdens dat academiejaar of het verlies van het recht op inschrijving voor het volgende academiejaar.
  • Feijen, E. & Trietsch, P. (2007). Snel afstuderen! Stap voor stap voor een geslaagde scriptie. Bussum: Coutinho.
  • Meysman, H., & Vanderhoeven, J. (2008). Paper, project of scriptie. Van muisklik tot tekst. Leuven: Acco.
  • Pollefliet, L. (2009). Schrijven: van verslag tot eindwerk. Do's en don'ts. Gent: Academia Press.
  • http://www.studeerwijzer.be