Hoe breng ik structuur in mijn paper?

  • Zorg ervoor dat je paper logisch opgebouwd is. Bij de bespreking van een probleem bijvoorbeeld wordt eerst het probleem uitgelegd en pas daarna worden de oorzaken toegelicht. Om een logische opbouw in je paper te krijgen, maak je het best vooraf een schema om je gedachten te ordenen.
  • Maak alinea’s. Alinea’s mogen niet te lang of niet te kort zijn. Een alinea is gemiddeld 6 zinnen of 10 regels lang. Scheid je alinea’s door witregels, zodat je aparte blokjes tekst krijgt.
  • De tekst bevat een inleiding. Hierin wordt het onderwerp van de tekst duidelijk. Je paper valt niet met de deur in huis, maar ‘leidt’ het onderwerp in. De inleiding wordt meestal als laatste geschreven omdat je daarin ook het proces beschrijft. Dit geldt zeker bij ‘lijvige’ werken.
  • Op het einde van de tekst staat een samenvatting of besluit. Daarin mag geen nieuwe informatie staan. De slotalinea benadrukt de belangrijkste elementen uit de tekst of laat de lezer verder nadenken over het onderwerp.
  • Maak een inhoudstafel.
  • Besef dat je eerste versie nooit je definitieve versie is.
  • De alinea’s en zinnen zijn verbonden met verbindingswoorden zoals ten eerste, daarnaast, bovendien… Voorbeeld:

 

Tekst zonder verbindingswoorden

Tekst met verbindingswoorden

Eeneiige tweelingen beginnen hun leven met dezelfde genen. De ene kan een erfelijke kwaal krijgen en de andere niet. Chemische veranderingen in het DNA kunnen een rol spelen. Er werd een man met diabetes gevonden. Het betrokken gen stond ‘aan’. Zijn broer had nergens last van.

Eeneiige tweelingen beginnen hun leven met dezelfde genen. Toch kan de ene een erfelijke kwaal krijgen en de andere niet. Hierbij kunnen chemische veranderingen in het DNA  een rol spelen. Zo werd een man met diabetes gevonden, bij wie het betrokken gen ‘aan’ stond, terwijl zijn broer nergens last van had