Waaraan storen docenten zich vooral als ze papers lezen?

Docenten storen zich bij het nalezen van papers vaak aan onderstaande elementen. Let dus extra op deze elementen:

  • De inhoud en de opbouw van de paper die mank loopt.
  • Vormelijke fouten, spellingsfouten en grammaticale fouten. Trek tijd uit om je paper na te lezen. Laat je paper ook door twee andere personen nalezen. De correcte schrijfwijze vind je in het Groene Boekje dat ook online staat op www.woordenlijst.org. Twee websites met betrouwbaar taaladvies voor Vlaanderen zijn: www.taaladvies.net en de taalkwesties op www.vrttaal.net.
  • Een ellenlange literatuurlijst, louter om indruk te maken. Neem alleen bronnen op in de lijst die je effectief hebt gelezen en gebruikt.
  • Te veel ‘toeters en bellen’ in de lay-out: slecht leesbare lettertypes, veel glanzend en gekleurd papier,…
  • Noodzakelijke informatie die ontbreekt (voorbeeld: klasgroep, naam, studentnummer, paginanummering…).
     

In deze bijlage vind je voorbeelden van enkele veelgemaakte fouten.