Hoe ziet een goede powerpointpresentatie eruit?

Er zijn een aantal basisregels voor de opmaak van een goede powerpointslide.


1. Wanneer je bepaalde tekstgedeelten wil accentueren, gebruik je beter geen KAPITALEN, geen cursieve tekst en ook geen onderstreepte tekst. Vette tekst of tekst in kleur kan wel.

 

2. Beperk het tekstvolume op je slide. Hieronder vind je enkele tips:

  • Gebruik kernbegrippen in plaats van volzinnen.
  • Schrap bijzaken, neem enkel de hoofdzaken op in de slides.
  • Schrijf op een directe manier door substantieven te vervangen door werkwoorden en gebruik actieve werkwoordsvormen in plaats van passieve.
  • Gebruik altijd dezelfde woordvolgorde bij een opsomming. Begin je zin bijvoorbeeld altijd met het werkwoord.
    Voorbeeld: Timemanagementtips:
    • Plan vaste telefoontijden.
    • Houd gesprekken doelgericht.
    • Houd je bureau opgeruimd.
    • Sluit je deur.
  • Hanteer de 1-6-6-regel
    • 1 idee per dia;
    • maximaal 6 woorden per regel;
    • maximaal 6 regels per dia.

 

3. Zet de conclusie in de titel
Voorbeeld:

  • NIET: Zwaarlijvigheid bij de Amerikaanse bevolking.
  • WEL: 66% van de Amerikanen is zwaarlijvig.

4. Structureer de informatie

In de bijlage vind je een voorbeeld van een goed gestructureerde slide en van een minder goed gestructureerde slide.

 

5. Gebruik grafieken gepast

  • Als je een grafiek gebruikt, zet er bij wat de boodschap is. Zo kan het publiek gericht kijken en luisteren.
  • Kies de soort grafiek op basis van je boodschap. Zorg ervoor dat hetgeen je wil zeggen duidelijk blijkt uit je grafiek.
  • Via de grafiekkiezer  krijg je een overzicht van welke grafiek je kan gebruiken om een specifiek doel te bereiken. 

 

6. Gebruik overzichtelijke tabellen

 

7. Gebruik sprekende beelden

  • Beelden zijn een goed middel om de aandacht van je publiek te trekken, zeker als ze herkenbaar zijn. Verder spreken beelden meer dan teksten en kunnen ze iets abstract concretiseren.
  • Je kan je beelden halen van clip art, een cd-rom, een digitale camera of het internet. De resolutie van je foto moet niet al te hoog zijn, want een beamer kan dat toch niet weergeven.
  • In de bijlage vind je een voorbeeld. Vergelijk beide slides en ontdek de kracht van beelden.

 

 8. Kies een functionele achtergrond

  • Vermijd al te drukke achtergronden. Kies voor een achtergrond die aangepast is aan het publiek, het onderwerp en de huisstijl (Een huisstijl is een vaststaande manier waarop een bedrijf zich presenteert. Ook de Arteveldehogeschool heeft een huisstijl). Je kan een achtergrond gebruiken uit de presentatiesoftware, maar evengoed opteren voor een eigen ontwerp of fotomateriaal.
  • Wist je dat bleke achtergronden leiden tot oogmoeheid? Gebruik ze daarom enkel in slecht verduisterde lokalen.

 

Meer informatie over hoe je een powerpoint kan ontwerpen, vind je in het boek ‘PresentatieZen’ van Garr Reynolds: Reynolds, G. (2008). PresentatieZen. Amsterdam: Pearson Education Uitgeverij.