Waaraan storen docenten zich tijdens een mondelinge presentatie van een student?

  • Onverzorgde taal
    Vermijd het gebruik van dialectische klanken en tussentaal. Hieronder vind je een lijst met de meest voorkomende tussentalige constructies, die je moet trachten te vermijden (Bron: Syllabus communicatieve vorming – taal – 1 OSO - Arteveldehogeschool).

     

     

    • ontbrekende slotmedeklinkers: da’, wa’, nie’, goe’, ma’
    • ontbrekende h: ‘elemaal, ‘ebt, g’ad
    • verkeerd lidwoord: de moment, het stad
    • verkeerd verbindingswoord: lidwoord bij persoonsnaam of namen van tijdschriften: de Jan, de professor Van Herck, de Humo
    • ekik voor: ik
    • gij voor: je
    • verbogen lidwoorden: ne jongen, nen boek, e secondje
    • verbogen voornaamwoorden: mijnen boek, hare jas, onzen auto, dienen hond
    • verkleinwoorden op –ke: meiske, boekske, bloemeke
    • van of voor in plaats van om: We probeerden van op tijd te komen. Hij vroeg voor te gaan zwemmen.
    • van in plaats van dat: hij zegt van, ik denk van
    • twee keer gaan: We gaan gaan zwemmen.


 

 

Je kan je uitspraak perfectioneren aan de hand van het boek ‘Klink klaar: Uitspraak- en intonatiegids voor het Nederlands’ van Bernadette Timmermans. Het bevat een cd-rom waarop een heleboel uitspraakoefeningen staan.

  • Aflezen
    Je kan je spreekschema als spiekbriefje in je handen houden tijdens je presentatie. Beperk je in je spreekschema tot kernwoorden. Indien je alles voluit zou schrijven, zou je tijdens je presentatie de neiging hebben om af te lezen. Je docent verwacht echter dat je spontaan en in eigen woorden je verhaal vertelt.
     
  • Timing
    Je bent ongetwijfeld niet de enige die een mondelinge presentatie moet geven, dus hou je aan de voorziene tijd. Praat niet te vlug, maar ook niet te traag. Controleer regelmatig of je publiek nog kan volgen.