Hoe pak ik een meerkeuzevraag aan?

  • Werk met een rondesysteem:
    • Vul in de eerste ronde de vragen in waarop je het antwoord weet. Sla over wat je niet weet.
    • Vul in de tweede ronde de moeilijke vragen in. Sla de zeer moeilijke vragen over.
    • Neem in een derde ronde de tijd voor de zeer moeilijke vragen.
  • Lees heel zorgvuldig de vraag en de antwoordalternatieven. Zoek de sleutelwoorden. Lees zorgvuldig, maar zoek er ook weer niet te veel achter. Interpreteer zeker niet alle vragen als strikvragen. Let goed op het woordgebruik in de vragen (bv. niet, steeds,…).
  • Zoek het ‘beste’ antwoordalternatief en niet het 100 % ‘perfecte’ antwoord. Sommige antwoordalternatieven zijn echt ‘onzin’, andere antwoordalternatieven zijn alleen maar ‘minder juist’.
  • Bedenk eerst een eigen antwoord. Op die manier gaan de antwoordalternatieven je niet verwarren. Bedek hiervoor de antwoordalternatieven met je hand of met je kladblad.
  • Bij vier antwoordalternatieven geldt over het algemeen:
    • Een van de vier alternatieven is duidelijk onjuist.
    • Een tweede alternatief blijkt met enig nadenken niet juist te zijn.
    • Bepaal nu welke van de twee overblijvende alternatieven het beste is.
  • Hou de tijd in het oog en gebruik hem efficiënt.
    • Blijf niet te lang hangen bij een vraag waarover je twijfelt.
    • Lees de vragen ook niet te snel.
    • De tijdsduur voor de afname van een meerkeuze-examen varieert tussen 1 en 3 uur, afhankelijk van het aantal meerkeuzevragen en het aantal antwoordmogelijkheden.
      • Voor een meerkeuzevraag met 4 antwoordalternatieven wordt een gemiddelde antwoordtijd van 75 seconden voorzien.
      • Voor een meerkeuzevraag met 3 antwoordalternatieven is er 60 seconden antwoordtijd.
  • Het kan helpen om bij aanvang van het examen de titels van je hoofdstukken in de juiste volgorde op je kladblad te schrijven. Ga bij iedere vraag na, in welk hoofdstukken deze vraag besproken wordt.