Hoe ga ik om met een giscorrectie?

Soms wordt het mogelijke gokgedrag van studenten opgevangen door een giscorrectie in te bouwen. Dat betekent dat je punten krijgt voor het percentage goed gegeven antwoorden, maar dat je voor foute antwoorden punten verliest. Meestal trekt de docent 1/ (aantal antwoordalternatieven – 1) af als het antwoord fout is.

Bijvoorbeeld: Bij een meerkeuzevraag waar je kan kiezen uit 4 antwoordalternatieven kies jij antwoord b. Het juiste antwoord is echter alternatief a. Van je totaalscore wordt 1/3 afgetrokken.

  • Als er geen giscorrectie wordt toegepast, beantwoord je het beste alle vragen. Je kan immers alleen punten verdienen en niets verliezen.
  • Als er een giscorrectie wordt toegepast, moet je – als je twijfelt over het antwoord - de keuze maken tussen ofwel het antwoord openlaten ofwel gissen. Als je het antwoord openlaat, worden er geen punten afgetrokken worden als het fout is. Als je een antwoordalternatief aankruist, kan dat wel; maar je kan natuurlijk ook punten verdienen als je het juiste antwoord aanduidde. Als je twijfelt, is het aan te raden om toch te gissen als je een aantal antwoordalternatieven kan uitsluiten. Als je het helemaal niet weet, gok je beter niet.