Hoe breng ik structuur aan in mijn antwoorden?

  • Zorg dat je antwoord logisch opgebouwd is. Bij de bespreking van een probleem bijvoorbeeld wordt eerst het probleem uitgelegd en pas daarna worden de oorzaken toegelicht. Om een logische opbouw te krijgen, maak je het best vooraf een schema om je gedachten te ordenen.
  • Benadruk kernwoorden. Onderstreep ze. Laat de docent niet zoeken naar de kern van jouw antwoord, maar geef dat zelf duidelijk aan. De docent vergelijkt jouw antwoord met het modelantwoord dat vooraf is gemaakt. Een duidelijke structuur en kernwoorden kunnen hiertoe bijdragen.
  • Maak alinea’s. Alinea’s mogen niet te lang of niet te kort zijn. Een alinea is gemiddeld 6 zinnen of 10 regels lang. Scheid je alinea’s door witregels zodat je aparte blokjes tekst krijgt.
  • De alinea’s en zinnen worden verbonden met verbindingswoorden zoals ten eerste, daarnaast, bovendien, in tegenstelling tot,… Die woorden maken de samenhang duidelijk.