Waarmee houdt de docent rekening als hij mijn reflectie bekijkt?

  • Informeer bij de verantwoordelijke docent welke beoordelingscriteria gehanteerd worden.
  • Korthagen (2002) noemt de volgende elementen om te bepalen op welk reflectieniveau de student zich bevindt:
    • De student geeft bij zijn terugblik aandacht aan denken, doen, willen en voelen van zichzelf en van direct betrokkenen in zijn werkomgeving.
    • De student blikt terug en spoort daarin zelfstandig verbanden op.
    • De student blikt terug, spoort verbanden op en ontwikkelt daarop gebaseerde alternatieven.
    • De student reflecteert bewust volgens de spiraal: nieuwe reflectie bouwt voort op de vorige reflectie.
    • De student kan wat geleerd is van de reflectie ten aanzien van een concrete situatie generaliseren naar andere situaties, ook in de toekomst.
    • De student zet op basis daarvan bewuste stappen in de eigen professionele ontwikkeling en reflecteert ook daarop.
  • In een reflectieverslag of -gesprek kan gelet worden op:
    • Hoe scherp heeft de student zichzelf geanalyseerd?
    • Hoe eerlijk is hij geweest?
    • Heeft hij zowel benoemd wat goed ging als wat fout ging?
    • Is de student niets belangrijks vergeten?