Permanente evaluatie

print

  • Permanente evaluatie is een regelmatige evaluatie van de studieprestaties verbonden aan een opleidingsonderdeel buiten het examenrooster, voorzien van regelmatige feedback.
  • Permanente evaluatie kan verschillende vormen aannemen, afhankelijk van de beoogde doelstellingen en competenties. Enkele voorbeelden:
    • Regelmatige observatie van praktische vaardigheden of attitudes, bv. verpleegkundige vaardigheden, samenwerkingsvaardigheden in je team, medewerking tijdens contactmomenten,...
    • Regelmatige feedback op jouw portfolio/paper/…
    • Regelmatige beoordeling van jouw mondelinge taalvaardigheden
    • Regelmatige toetsing van jouw inzicht in theoretische concepten
  • Permanente evaluatie kan plaatsvinden binnen verschillende soorten contactmomenten, o.a. practica, werkcolleges, hoorcolleges, stages, projecten, cases, enz.
  • Permanente evaluatie is het resultaat van de continue beoordeling van de studieprestaties voor een opleidingsonderdeel. Er kan nagegaan worden welk ontwikkelproces zich bij jou voltrekt. De permanente evaluatie telt (voor een deel) mee in de eindquotering voor het opleidingsonderdeel.
  • Permanente evaluatie gaat vaak gepaard met informatie over: de beoordelingscriteria, hoe jij gepresteerd hebt, wat vlot ging, wat minder vlot ging, en waar je nog moet aan werken.
  • Je verwerkt de leerinhouden continu over het academiejaar. Je tijdsinvestering is verspreid over het semester in plaats van geconcentreerd op één moment in de examenperiode.
  • Permanente evaluatie kan je stimuleren tot regelmatige inzet.
  • Je krijgt de kans om je kennen en kunnen op verschillende momenten te demonstreren.
  • Je krijgt geregeld feedback over je groei, ervaren knelpunten of vorderingen ten aanzien van de te bereiken competenties.
  • Op basis van de ontvangen feedback kan je je functioneren kritisch bekijken, tijdig bijsturen en minder goede prestaties herstellen.  
  • De docent krijgt sneller zicht op de vorderingen en eventuele moeilijkheden bij de studenten. Dat kan dienen als reflectie en bijsturing van de onderwijspraktijk. De docent kan bv. beslissen om te differentiëren: verschillende leerpaden aanbieden aan groepen studenten afhankelijk van hun vorderingsproces.
  • De docent krijgt door de permanente evaluatie informatie die van invloed is op zijn volgende onderwijsactiviteiten.
  • De docent kan de ontwikkeling en voortgang van de studenten opvolgen
  • De docent kan je begeleiden bij het zelf sturen van je eigen leerproces.
  • De docent integreert de evaluatie in het leer- en onderwijsproces. Beoordelen wordt een natuurlijk onderdeel van de leeromgeving en gebeurt niet enkel op het einde van je leerproces.  
  • Het gevaar bestaat dat je jouw tijd vooral besteedt aan opleidingsonderdelen die permanent geëvalueerd worden, ten koste van opleidingsonderdelen zonder permanente evaluatie. Besteed daarom tijdens het academiejaar niet enkel aandacht aan opleidingsonderdelen waar permanent geëvalueerd wordt. Probeer je tijd toch te verdelen, want het wordt lastig als je bij de start van een examenperiode met een onaangeraakte cursus in contact komt.
  • Indien je meermaals (tussentijds) negatieve feedback krijgt, kan je ontmoedigd geraken. Laat je echter niet demotiveren, onthoud dat de docent jou wil vooruithelpen in jouw competentieontwikkeling met behulp van de feedback. De feedback kan jou verder helpen.
  • Soms is het niet mogelijk om voor een opleidingsonderdeel waar permanent geëvalueerd wordt een tweede examenkans aan te bieden. Dat betekent dat je slechts één examenkans hebt. Die informatie vind je terug op de ECTS-fiche.  
  • Informeer vooraf naar de wijze waarop de permanente evaluatie zal gebeuren. Bijvoorbeeld: Hoe wordt de permanente evaluatie georganiseerd? Hoe vaak word je geëvalueerd? Hoeveel tijd heb je beschikbaar? Waarop word je beoordeeld (beoordelingscriteria)? Wat is het aandeel van de permanente evaluatie in de eindquotering?,… Die informatie vind je op de ECTS-fiche van het opleidingsonderdeel en bij de verantwoordelijke docent.
  • Neem relevante leerinhouden vooraf door. Dat kan door vooraf cursusmateriaal door te nemen, de voorbije leerinhouden te herhalen, moeilijke elementen of vaardigheden in te oefenen met medestudenten, enz.
  • Breng elke les al het materiaal mee dat je nodig hebt. Vb. practicumkledij, specifiek materiaal, werkboek,…  
  • Zorg ervoor dat je aanwezig bent tijdens contactmomenten waarop permanent geëvalueerd wordt. Als je niet aanwezig bent, kan de docent geen oordeel uitspreken en feedback geven over jouw competenties. Anderzijds is het niet zo dat aanwezig zijn op zich voldoende is om een goede score te behalen. Elke opleiding heeft specifieke afspraken over afwezigheid van studenten tijdens evaluatiemomenten.
  • Indien je een aangepast traject of een bijzonder statuut (vb. topsport, werkstudent) hebt, zorg je er best voor dat je aanwezig kunt zijn tijdens de contactmomenten van de opleidingsonderdelen waar permanent geëvalueerd wordt. Die informatie vind je terug op de ECTS-fiche van de opleidingsonderdelen of bij de betrokken docent.
  • Laat je horen of zien tijdens de permanente evaluatie. Zorg ervoor dat je aan de docent toont wat je in je mars hebt. Bijvoorbeeld: Als je mondelinge vaardigheden beoordeeld worden, dan kan de docent jou enkel positief beoordelen als je iets durft te zeggen.
  • Wees niet te zenuwachtig.
  • Naast feedback van je docent, kunnen ook jouw medestudenten feedback geven op jouw functioneren. Ook die feedback is waardevol.
  • Clement, L. & Laga, E. (2005). Steekkaarten doceerpraktijk. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.