ACTIVE-AGE@home

Belgen worden gemiddeld ouder én het aandeel ouderen in onze maatschappij neemt gestaag toe. Niet alle ouderen worden gezond oud. Een deel van hen wordt geconfronteerd met multipele en chronische gezondheidsproblemen, waarbij het ‘kwetsbaarheidssyndroom’ (Frailty) één van de belangrijkste geriatrische syndromen is. Frailty uit zich in een accumulatie van fysieke, mentale en sociale problemen tijdens het verouderen. De reservecapaciteit van een persoon neemt hierbij zodanig af, dat reeds een lichte druk van buitenaf (bv. ziekte, emotionele factoren enz.) belangrijke negatieve gevolgen met zich kan meebrengen. Hierbij denken we aan zoals risico op vallen, functionele achteruitgang en autonomieverlies, hospitalisatie en verhoogde mortaliteit.

Volgens de WereldGezondheidsOrganisatie is een actieve levensstijl een belangrijke determinant van gezond ouder worden en regelmatige deelname aan matige fysieke activiteit aanbevolen. Maar veel ouderen ervaren barrières als angst en gebrek aan motivatie en hebben daardoor een gebrek aan fysieke activiteit, wat het kwetsbaarheidsyndroom in de hand werkt. Inzetten op verhogen van de fysieke activiteit bij deze kwetsbare groep is dus essentieel.

In 2015 werd een functioneel oefenprogramma ontwikkeld voor kwetsbare ouderen dat de naam kreeg ACTIVE-AGE@home. Het oefenprogramma is gebaseerd op de bestaande evidentie uit de internationale literatuur en afgestemd op de voorkeuren van de kwetsbare ouderen waardoor de ervaren barrières overwonnen worden. Het houdt ook rekening met de mogelijkheden van de zorgverleners én de bestaande zorgsysteem – en voorzieningen om een ruime implementatie te garanderen.

Met dit onderzoeksproject werd het effect van ACTIVE-AGE@home nagegaan in een experimenteel design, gebruik makend van een Randomized Controlled Trial (RCT) met een experimentele en controle groep.

In totaal participeerden eenenzeventig onderzoekspersonen aan AA@home, random verdeeld over de oefengroep en de controlegroep. We vonden weinig significante effecten in het voordeel van het oefenprogramma op de  zuiver fysieke aspecten.  Er was geen significant effect op de zelfredzaamheid, zoals zelfzorgactiviteiten (eten, wassen…), huishoudelijke activiteiten (afwassen, koken…) en hobby-activiteiten en ontspanning. Op de eerder subjectieve uitkomstmaten (zoals bv vlak van de participatiegraad en gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit) werden wél verbeteringen geobserveerd. Uit de bijgehouden logboeken bleek dat de deelnemers een positief effect voelden op fitheid, ze voelden zich sterker, stabieler, leniger, zelfzekerder, ze rapporteerden minder valangst en voelden zich algemeen beter in hun vel na afloop van het oefenprogramma. 

Het programma wordt nu – op basis van de evaluatie met de deelnemers - verder aangepast. Een pakket met oefenmateriaal wordt ontwikkeld.