De kloof in ondernemerschap begint vóór de start

Business en Management

In de reeks De Kloof toont De Tijd hoe hardnekkig de genderkloof in ondernemerschap blijft. Cijfers maken duidelijk dat vrouwen nog steeds minder vaak ondernemen, minder groeien en minder financiering ophalen. Het tempo van verandering is bovendien pijnlijk traag. Op het huidige ritme duurt het nog decennia voor er sprake is van gelijkheid. 

De reeks heeft veel debat op gang gebracht over gender en ondernemerschap, maar er blijft een blinde vlek: vrouwelijke ondernemers met een migratieachtergrond. 

Wat onderbelicht blijft, is dat vrouwelijk ondernemerschap geen homogene realiteit is.  Achter dezelfde statistieken schuilen fundamenteel verschillende startposities. Wie die verschillen niet meeneemt, ziet vooruitgang maar ziet niet wie onderweg vertraagt, afhaakt of nooit start.

Vrouwelijke onderneemster aan het woord

Minder marge, niet minder ambitie

Vrouwen met migratieachtergrond botsen niet op andere drempels maar ze wegen zwaarder door. Ze starten met minder marge. Dat verschil lijkt subtiel, maar werkt door op elk moment van hun ondernemersparcours. 

Niet door een gebrek aan ambitie of capaciteiten, maar door een ongelijke startpositie en een beperktere foutenmarge. Die realiteit vertaalt zich consequent in drie domeinen:

  1. Toegang tot financiering
  2. Toegang tot netwerken
  3. Herkenning en legitimiteit
     
Jij bent de immigrant, dus je moet jezelf drie keer bewijzen! Een man hoeft zichzelf maar één keer te bewijzen, een vrouw van Belgische afkomst twee keer, om het zo te zeggen.
Marie in gesprek met onderneemster

Financiering: de echte drempel zit vóór de aanvraag

In De Kloof besteedt De Tijd onder andere aandacht aan de ongelijke toegang tot kapitaal. Een cruciale drempel ligt echter al eerder in het traject. Vrouwen met migratieachtergrond haken vaak af nog vóór ze bij de formele aanvraag van een banklening aankomen.

Het informele voortraject is weinig transparant en sterk normerend. Gender speelt mee, maar ook onbekendheid met het profiel of het businessconcept. Ideeën die buiten het referentiekader van financiers vallen, worden sneller als “te niche” of “moeilijk schaalbaar” ingeschat. Waardoor gesprekken verschuiven van cijfers naar context, van businessmodel naar privésituatie en van potentieel naar risico. Deze interacties zijn zelden expliciet discriminerend maar wel ontmoedigend. Net daar haken veel onderneemsters af nog vóór een officiële aanvraag.

Daarbovenop komt een kleinere foutenmarge. Minder eigen of familiaal kapitaal betekent minder buffer. Schulden voelen daardoor zwaarder aan, soms ook omwille van culturele of religieuze redenen. Microkrediet blijft dan vaak de enige optie, met hogere kosten en extra druk om alles in één keer juist te doen. 

Het gaat niet over man of vrouw, maar wel over het referentiekader van de financierder. Je kan dat het best creëren door een tafel die zo divers mogelijk is, punt aan de lijn.
Wat kan helpen?

Transparantie over informele criteria, bewustwording rond bias en financieringsvormen die rekening houden met een beperkte foutenmarge.

Netwerken: niet gesloten, wel selectief

Netwerken zijn een cruciale hefboom in ondernemerschap. Maar ze zijn niet neutraal. Veel vrouwen met migratieachtergrond hebben minder ondernemers in hun directe omgeving, minder warme introducties en minder toegang tot (in)formele kennis. 

Bestaande netwerken voelen cultureel gesloten. Niet door expliciete uitsluiting, wel door impliciete codes, gebrek aan herkenning en een constante nood om hun legitimiteit te bewijzen. Netwerktoegang wordt zo geen versneller, maar een extra drempel.
 

Doorheen de jaren heb ik ook beseft dat ik geen uitgebreid netwerk heb. Wij zijn pas tweede generatie, geen autochtone Belgen. Hoe je het ook bekijkt: ons netwerk is gewoon veel kleiner. Dat moest ik ook aan mezelf toegeven. Het is nu eenmaal zo, en het vraagt tijd.
Wat kan helpen?

Warme doorverwijzingen, mentorschap en women-only netwerken mogen niet afhangen van individuele assertiviteit, maar moeten structureel en toegankelijk worden georganiseerd.

Representatie: wie zien we als ‘echte’ ondernemer?

Nog vóór de start speelt representatie een rol. Het dominante beeld van “de ondernemer” blijft beperkt en weinig herkenbaar voor vrouwen met migratieachtergrond. In media, netwerken en ondernemersverhalen zijn vrouwen met migratieachtergrond nauwelijks zichtbaar. Zelfs niet in dossiers die gender centraal zetten zoals De Kloof van De Tijd. 

Dat gebrek aan (h)erkenning werkt door binnen families en communities, waar ondernemerschap minder vanzelfsprekend is. Tegelijk beïnvloedt het ook financiers en jury’s die zich moeilijker kunnen inleven. Wie niet past in het klassieke beeld, moet meer uitleggen, meer bewijzen en krijgt minder ruimte om te leren.

Het beeld van ondernemerschap verbreden is geen symbolische ingreep, maar een structurele. Het volledige ecosysteem zowel media, onderwijs, overheid, ondernemersorganisaties als financiers zijn hiervoor verantwoordelijk. 
 

"Het is echt erg, kijk naar die pleisters die zij verkoopt, dat mensen zo blind zijn voor andermans problemen. Als jij als witte persoon naar de winkel gaat, koop je ook geen rode pleisters. Je neemt dan de nude pleisters. Ook voor je pukkels. Je neemt iets dat niet opvalt. Een witte pleister op een pikzwart hoofd. Hallo! Natuurlijk is dat nodig. Dat je zelfs durft te vragen."
Karijn in debat

Geen parallel circuit, maar een brug

Best practices zoals #SheDIDIT tonen wat mogelijk is wanneer instroom, begeleiding en tempo worden aangepast aan die realiteit. Door te investeren in legitimiteit, netwerk, financiering, zelfvertrouwen en testruimte worden drempels verkleind vóór ze leiden tot uitval.

Cruciaal daarbij: dit zijn bruggen, geen eindpunten. Geen parallel circuit, maar een voorportaal richting het bredere ondernemerschapsecosysteem.
 

Jullie onderzoek is zo belangrijk voor ons. Jullie bevestigen op een objectieve wetenschappelijke manier wat wij zo hard voelen in het veld, bij de vrouwen, maar ze van ons niet altijd aannemen.

Dit is geen randverhaal

Vandaag heeft één op drie Belgen diverse roots. Bij jongeren en in grootsteden evolueert dat richting één op twee. Tegelijk geeft één jongere op twee aan ooit te willen ondernemen. Dit gaat dus niet over een minderheid, maar over het profiel van de toekomstige ondernemer. Wie ondernemerschap ernstig neemt, kijkt niet alleen wie vlot instroomt, maar ook wie structureel onderweg uitvalt.

Rekening houden met verschillende startposities is geen ideologisch statement. Het is maatschappelijk noodzakelijk én economisch verstandig. Dit potentieel onderbenutten betekent gemiste groei, gemiste innovatie en gemiste jobs. 

Wie vandaag ruimte maakt voor verschillende aanloopstroken, bouwt morgen een sterker en toekomstbestendig ondernemerschapslandschap.


*Alle quotes in dit artikel zijn anoniem en afkomstig uit verschillende onderzoeksprojecten over vrouwelijk ondernemerschap.
 

Marie en Karijn met postdoc studente Amina

Over de auteurs

Marie Gildemyn en Karijn Bonne verdiepen zich sinds 2018 in divers en inclusief ondernemerschap. Met hun onderzoeksprojecten binnen Entrepreneurial Empowerment hebben ze concrete resultaten gerealiseerd, invloed gehad op beleid en zijn ze veelgevraagde sprekers op events rond vrouwelijk ondernemerschap.

Marie is programmaleider van Entrepreneurial Empowerment, samen met Karijn als onderzoeker. Karijn is daarnaast bestuurslid bij #SHEDIDIT, een initiatief dat vrouwelijke ondernemers ondersteunt met netwerk, mentoring en testruimte.