Als ik als buitenstaander een eerste ruwe schets moet geven van Kaapstad dan is het er eentje die bolstaat van indrukwekkende uitzichten. Het is een schets van de wolken die over de tafelberg glijden en de zonovergoten wijngaarden in adembenemende valleien, maar het is ook een afbeelding van de vele townships, waarin duizenden golfplaten hokjes complete families huisvesten zonder elektriciteit of stromend water. Wie het geluk heeft daaruit te ontsnappen beschermt zich ertegen met hoge muren en prikkeldraad onder stroom. Een eerste schets van Kaapstad is er één van ontzag, warmte en ongeloof en dat op elke mogelijke manier.
Toen de uitnodiging van Mediawijs, het Vlaams Kenniscentrum voor Mediawijsheid, in mijn mailbox terechtkwam, leek het in eerste instantie een absurde queeste. Een delegatie van Mediawijs, VUB, VRT en Arteveldehogeschool om samenwerkingen op te zetten rond mediawijsheid in Zuid-Afrika. Ik wist niks van het land, met uitzondering van de wijnen die ze voortbracht. Toch was ik geprikkeld door het land van de Nederlandse dochtertaal Afrikaans, een BRICS-land met grote sociale ongelijkheid en overlevers van een apartheidsregime (d.i. het regime dat tot 1994 witte bevolkingsgroepen structureel voortrok in zowel recht, politiek, onderwijs, inkomen, werkgelegenheid, veiligheid, sociale zekerheid en deze bevolkingsgroep ook fysiek afschermde in de openbare ruimte met afgesloten wijken). Wat kan mediawijsheid daar betekenen en hoe kunnen wij daaruit leren?
De uitdaging van de Regenboognatie zijn immers niet gering. Hoewel het samen met Nigeria de grootste economie op het Afrikaanse continent vertegenwoordigt, bezit de 10% rijkste inwoners ongeveer 80% van de totale rijkdom – de grootste inkomenskloof ter wereld. Hoewel Apartheid 30 jaar in het verleden ligt, zijn de infrastructurele littekens duidelijk zichtbaar: Behalve het grote verschil tussen de toeristische Riviera’s en de geknutselde townships, zie je in sommige stadsdelen hoe wijken nog volledig gescheiden zijn. De regenboogmix is niet overal zo geïntegreerd. Naast verschillende etniciteiten, zijn er ook 11 officiële talen, waarvan alleen Engels als tweede taal als gedeeld kan worden beschouwd. Hoe ga je als media met deze enorme verscheidenheid en sociale uitdagingen om?
Radio als bouwsteen van de democratie – het verhaal van Bush Radio
Als je binnenkomt bij de studio van Bush Radio dan valt de bakstenen muur meteen op – hoewel het eerder baksteenbehang is. ‘Building Democracy Brick by Brick’ is het moto van de gerenommeerde radiozender, die niet te vergelijken is met wat we in Vlaanderen kennen. Het lijkt meer op een studenten of piratenradio dan een geprezen radiostation, maar dat getuigt van het grassroots-karakter. Ze stonden centraal in de strijd tegen apartheid, maken radio vanuit de townships, stonden en staan mee op de barricades om zichtbaarheid te geven aan de community die toen voor de openbare omroep nauwelijks bestaansrecht had. Radiomaken wordt zo meer dan een dienst, een motor voor verandering.
Geen strak merk met een duidelijke muziekkeuze dat zich richt op een bepaald type luisteraar. Bush Radio ziet zichzelf als een crêche voor de hele gemeenschap die ze kan bereiken in al haar diversiteit. Gevestigde en aspirerende media- en radiomakers krijgen complete vrijheid om content te maken die zij belangrijk vinden voor (een deel) van de community in Kaapstad. Dat kan gaan van Hip-Hop tot heavy death methal met Mongoolse keelklanken. Centraal staat het idee dat radiocontent niet alleen gedeeld wordt met luisteraars uit gemeenschap, maar gemaakt wordt door die gemeenschap. Een voorbeeld is hun project CREW (Children Radio Education Workshop), waarin 10-jarigen zelf radio maken en op zaterdagochtend zelfs ongefilterd de zendtijd kapen.
Radio is dus onlosmakelijk verbonden met activisme. De vraag is niet wat wil onze community horen, maar wat willen ze vertellen? Zo vroegen ze muzikanten om te discussiëren over politiek in de hoop jongeren politiek te engageren te gaan stemmen en wonnen ze internationale prijzen met hun initiatief om bekende Hiphoppers songs te laten maken over HIV/AIDS. Radio is emancipatie en dus steeds deel van een sociale gemeenschap die je wil vertegenwoordigen, helpen en steunen. En iedereen die een steentje wil bijdragen, zelfs gewone bezoekers zoals wij, mogen deel uitmaken van de gemeenschap. Iedereen die er ooit kwam, content maakte, zong of het nieuws bracht heeft zijn stempel op de radio en op de gemeenschap gedrukt en dat wordt metaforisch weerspiegeld in een eindeloze verzameling handtekeningen op de community wall (meervoud intussen).
Een onherkenbare openbare omroep – Your voice, our story
Van het toeristische Kaapstad naar het financiële hart van Zuid-Afrika: Johannesburg, de stad die er volgens de Wall Street Journal uitziet als een stad die de handdoek in de ring gegooid heeft. Hoewel zowel de regering als het gros van het industrieel kapitaal in Johannesburg gevestigd is, lijkt het onmogelijk om een veilige en goed-functionerende infrastructuur op te bouwen. In plaats daarvan plaatst de regering gewoon waarschuwingsborden voor carjacking hotspots. Ver weg van de Kaapstad waar buitenlandse investeringen in toerisme een herwaarderend sluier leggen op de stad (voor toeristen weliswaar), zit je hier in het kloppende hart van de diverse Regenboognatie in spreidstand. Hier heeft de openbare omroep SABC haar zetel.
Dit beeld schetst een goede achtergrond voor de opdracht van de publieke omroep die als doel heeft om deze diverse bevolking te entertainen, informeren en onderwijzen, net zoals de onze. Naast de enorme ongelijkheid en 11 officiële talen, moet de SABC ook nog eens doen met slechts 3% subsidies van de overheid, waardoor ze moeten concurreren met commerciële spelers. Zo nemen de uitdagingen intussen immense proporties aan. Hoe kan je vanuit een toren in ‘Joburg’ ten dienste staan van meer dan 60 miljoen Zuid-Afrikanen met zo een uiteenlopende talen, achtergronden, wensen en noden?
Het antwoord is vergelijkbaar met de aanpak bij Bush Radio: local first. Het devies in de SABC-toren luidt: “Your voice, our story”. In het ligt van globalisering inversteerde de SABC enkele jaren geleden op hun derde televisiekanaal in internationale blockbusters en topseries om een breder publiek aan te trekken. Het resultaat was dat deze topseries niet konden tippen aan de lokale soaps en shows in de lokale talen en contexten. Ukhozi FM is het grootste radiostation op het continent en een van de grootse ter wereld, maar verwacht je niet aan Engels. De programmering in isiZulu is in de eerste plaats bedoeld voor de Zuidoostelijke provincie KwaZulu Natal en bereikt meer dan 7 miljoen luisteraars. De SABC heeft zelfs een Indisch radiostation, Lotus FM, speciaal gericht aan de honderdduizenden Indische migranten en Indische Zuid-Afrikanen van de tigste generatie. Stel je voor dat de VRT dat zou doen voor de Roemeense of Poolse Vlamingen; het hek zou van de dam zijn.
Media is een gemeenschap, als we de gemeenschap toelaten
Vanuit de context van Zuid-Afrika is deze aanpak ook zeer goed te verklaren. Over de eeuwen heen hebben Portugese, Nederlandse en Engelse kolonisten Westerse structuren, wetten en ook verhalen op de lokale bevolking geduwd. En waar het niet paste, duwden ze gewoon harder. Het land dat alle Zuid-Afrikanen erfden in het Mandelatijdperk is niet nauwelijks eentje die ze samen gebouwd hebben. Dekolonisering van een land houdt ook onlosmakelijk in dat je ook de taal moet dekolonisering.
Op de luchthaven van Kaapstad griste ik een verzamelwerk mee van Ngũgĩ wa Thiong'o. Deze Kenyaanse schrijver hamert op de herwaardering van Afrikaanse talen in alle lagen en sectoren van de samenleving. Omdat de Afrikaanse visie op de wereld en samenleving zich onmogelijk kan emanciperen als alle Afrikaanse geschiedenis, media en filosofie in het Engels wordt geschreven en verteld. Als media de diverse gemeenschappen die ze bedient moet helpen bouwen, dan moeten de talen en visies van deze gemeenschappen ook ongerept aan bod kunnen komen. Een radiostation in het Engels kan nooit hetzelfde doen als eentje in isiZulu of isiXhossa.
Ook bij ons worstelen we met een stijgende polarisatie en argwaan tussen bevolkingsgroepen. Mediahuizen begrijpen de uitdaging om diverse bevolkingsgroepen mee te krijgen in hun verhaal, maar slagen daar niet altijd in. Sociale media zorgen dan maar voor parallelle gemeenschappen die niet meer met elkaar maar tegen elkaar praten. Misschien kunnen ook onze media zich herdenken naar dit Zuid-Afrikaanse model van Community Media? Media die content maakt samen met de communities die ze wil bereiken om zo de samenleving beter te entertainen, informeren en onderwijzen. Maar dat betekent dat we weg moeten van een mediamodel voor kijkers en luisteraars en op zoek moeten naar media met kijkers en luisteraars. Your voice, our story.
Media moet zich niet in een samenleving plaatsen, maar begrijpen hoe ze die willen vormgeven. Het is cruciaal dat mediaorganisaties begrijpen hoe ze bijdragen aan de gemeenschappen die ze bereiken. Neutraal betekent niet objectief, maar een aanvaarding van status quo. Waar willen we samen heen en hoe gaan we het samen bouwen? Radio, televisie en sociale media zijn geen toekijkende passanten, maar staan in het oog van de storm. Behouden vaart.