Kennis van gezondheidsrecht is belangrijker dan ooit, ook op de werkvloer
Als zorgprofessional denk je vaak dat je door jouw beroepsgeheim en de patiëntenrechten geen gegevens van patiënten mag doorgeven. Maar klopt dat wel? Want wat als die terughoudendheid ertoe leidt dat een patiënt verstrikt raakt in een juridisch kluwen? Simpelweg omdat jij als zorgverlener niet wist dat je wél iets had mogen – of zelfs moeten – doen? In sommige gevallen had je met de juiste kennis misschien kunnen doorverwijzen of adviseren, maar je kent de mogelijkheden vaak niet.
Klinkt herkenbaar? We vroegen raad aan Marlies Eggermont, docent recht binnen de kaderopleiding Hoofd Verpleegkunde en Bachelors Verpleegkunde, Vroedkunde, Ergotherapie en Podologie aan Arteveldehogeschool.
Waarom is kennis van gezondheidsrecht vandaag belangrijker dan ooit voor zorgprofessionals?
De laatste 20 jaar is er heel wat veranderd op het vlak van gezondheidsrecht. Patiënten zijn vandaag vaak goed geïnformeerd en kennen hun rechten steeds beter. Zorgprofessionals moeten deze patiëntenrechten respecteren en er actief mee aan de slag gaan in hun dagelijkse praktijk. Een belangrijk onderdeel daarvan is het correct informeren van de patiënt. Het gaat niet enkel om uitleg over de behandeling zelf, maar ook over mogelijke risico’s en nevenwerkingen. De patiënt moet in staat zijn om een weloverwogen beslissing te nemen. Daarom is het verkrijgen van geïnformeerde toestemming essentieel: zonder die toestemming mag een behandeling eigenlijk niet worden gestart. Daarnaast wordt het beroepsgeheim steeds belangrijker. Patiënten hechten veel belang aan hun privacy en verwachten dat hun persoonlijke en medische gegevens niet zomaar met derden gedeeld worden. Het is de verantwoordelijkheid van de zorgprofessionals om hier zorgvuldig mee om te gaan.
Waar lopen zorgprofessionals in de praktijk het vaakst juridisch tegenaan, zonder dat ze het eigenlijk zelf beseffen?
Veel patiënten weten goed wat er mogelijk is. Maar heel vaak gaan ze een stapje verder, zodat het moeilijk wordt voor de zorgprofessionals.
Om een voorbeeld te geven binnen het kader van palliatieve zorg: “Kan je dat morfine-infuus niet wat vlugger opdrijven bij mama, want ze is zo aan het lijden?” Bij vroedvrouwen in de eerstelijn kan dit gaan om: “Ik wil geen monitoring van mijn baby tijdens de arbeid”. Beide voorbeelden zijn in strijd met de grenzen van de bevoegdheid van zorgprofessionals.
Wat zijn de risico's als je gewoon doet wat je altijd deed zonder up to date juridische kennis?
Er verandert heel veel op het gebied van de sociale kaart. Er staat heel duidelijk in onze kwaliteitswet van 2019 dat je als zorgprofessional moet doorverwijzen als een bepaalde problematiek jouw expertise overstijgt. Het is dus heel belangrijk om de sociale kaart te kennen en vooral multidisciplinair te kunnen doorverwijzen. Iedereen weet dat je bij een psychologisch probleem doorverwijst naar een psycholoog. Maar zo zijn er veel zorgprofessionals bijgekomen met allemaal andere bevoegdheden. Je hebt nu bijvoorbeeld ook de bachelors in toegepaste psychologie. Verder heb je de huisarts, maar in het geval van de vroedvrouw heb je ook organisaties zoals kind & gezin. Er zijn verpleegkundigen in de eerstelijn die zich specialiseren in palliatieve of psychiatrische zorg.
Als zorgprofessional moet je dus jouw inzichten verruimen en naast evidence based handelen moet je ook voldoende kennis hebben over bijvoorbeeld recente initiatieven, preventie en betaalbare zorg.
Je hebt het over de ontwikkeling van nieuwe disciplines met aparte bevoegdheden. Maar zijn er ook juridische zaken veranderd bij de organisatie van de zorg?
Zeker wel. Het KB ivm de taken inzake algemeen dagelijks leven (ADL) is van kracht sinds februari 2024. Taken zoals iemand wassen, medicatie geven via de mond, een bloeddruk nemen of oogindruppeling vallen niet meer exclusief onder de bevoegdheid van verpleegkunde. Dat betekent dat jij en ik, zonder medisch diploma, dit mogen uitvoeren. Maar dit betekent ook dat elke ergotherapeut, psycholoog of kinesist medicatie mag toedienen en in het kader van bepaalde zorg ook iemand mag wassen. Je hebt enerzijds de strikte bevoegdheidsafbakening dat de overheid oplegt, maar anderzijds verruimen de grenzen van de verpleegkunde.
Welke concrete gevolgen kan een gebrek aan juridische kennis hebben voor de zorgprofessionals, maar ook voor de patiënt?
Kort samengevat: klachten van een patiënt door het niet krijgen van kwalitatieve zorg. Een patiënt wil een zorgprofessional die op de hoogte is van alles en niet enkel van de laatste evidence based richtlijnen. Het gepast doorverwijzen op basis van voldoende kennis van de sociale kaart, dát wordt belangrijker. Een concreet voorbeeld is een patiënt die jou contacteert en vertelt dat hij een ingreep wil uitstellen. Hij heeft geen hospitalisatieverzekering en het remgeld van de ingreep kan hij niet betalen. Dan wordt van jou als zorgprofessional verwacht dat je correct doorverwijst, naar het OCMW in dit geval. Onder bepaalde voorwaarden, zoals een beperkt inkomen, kan het OCMW helpen om deze factuur mee te betalen.
Zorgt draait rond mensen, maar wetgeving is toch eerder zwart-wit. Hoe ga je als professional om met dit spanningsveld?
Zeg als zorgprofessional heel duidelijk van bij de start van de zorg wat jouw mogelijkheden én grenzen zijn als professional. Een verpleegkundige kan niet op eigen houtje, op vraag van de patiënt, medicatie aanpassen. Daar is toestemming nodig van de arts. Of wil je als patiënte na een geplande ‘freebirth’ op dag 2 na de bevalling een consultatie van een vroedvrouw rond borstvoeding? Dan is de vroedvrouw verplicht om de baby aan te geven bij de lokale burgerlijke stand.
Voelen zorgprofessionals zich voldoende gewapend om juridische beslissingen te nemen in moeilijke situaties. Wat ervaar jij?
Collega’s en ikzelf krijgen vaak de vraag om voordrachten te geven rond deze materie. We ervaren veel onduidelijkheid bij zorgprofessionals, maar ook bij artsen rond beroepsgeheim. ‘Wat mag ik delegeren of wat als mijn stagiair iets fout doet? Ben ik dan verantwoordelijk?’ Maar we krijgen ook veel vragen rond welke criteria er zijn om iemand door te sturen naar een vertrouwenscentrum of het parket in het geval van bijvoorbeeld partnergeweld of kinderverwaarlozing.
Zijn er bepaalde thema's waar je voelt dat het buikgevoel en die regelgeving in conflict zijn met elkaar?
Zeker. Zo is er de tweestrijd voor verpleegkundigen rond sederende medicatie. Ze stellen zich vragen of ze nog te maken hebben met comfortzorg of als het over medicatie met levensverkortend effect gaat. Ook op neonatologie zijn er casussen. Een mama die een abortus moet krijgen omwille van een medische reden, maar ze wil geen foeticide. Ze wil niet dat haar kindje gedood wordt in haar buik. De arts weigert. Stel dat de baby leeft bij geboorte, dan zal er palliatieve zorg met levensverkortend effect volgen. En zal de baby lang leven?
Moeilijk dus, want de regelgeving zegt weinig over de grenzen van palliatieve zorg.
Kan vorming een verschil maken op de werkvloer, zowel in kwaliteit als in gemoedsrust van een team en het middenkader?
Als je de basisprincipes van patiëntenrechten, aansprakelijkheid en beroepsgeheim kent en je brengt in kaart naar welke zorgprofessional je in bepaalde problematieken kan doorverwijzen, zal de kwaliteit van zorg automatisch beter zijn. Dan kan je echt vanop de werkvloer het verschil maken voor de betreffende patiënt(en). Maar het draagt ook bij tot de zelfzekerheid van de zorgprofessional, maakt hen weerbaarder bij moeilijke vragen, verhoogt de efficiëntie en komt uiteindelijk ten goede aan het ganse team.
Met andere woorden: een basisvorming gezondheidsrecht zou parate kennis moeten zijn van elke zorgprofessional.
Wat zou je zeggen tegen zorgprofessionals die denken dat gezondheidsrecht meer iets is voor juristen?
Juristen schrijven gezondheidsrecht, maar het zijn zorgprofessionals die het dagelijks toepassen en dus moeten zij op de hoogte zijn. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer het gezondheidsrecht voldoende gekend is bij zorgprofessionals en zorgorganisaties er minder juridische zaken zullen zijn. Je kan heel wat discussie met patiënten vermijden.
Ik denk dat je gezondheidsrecht moet zien als een soort van kers op de taart bovenop jouw core business.