Negotiate your space
Sarah De Smet over vrouwelijk ondernemerschap in interactie met sociale normen en het belang van te mogen verschillen.
Vrouwelijk ondernemerschap wordt vaak naar voor geschoven als de oplossing voor armoede, ongelijkheid en uitsluiting. Maar wat gebeurt er wanneer we écht naar de verhalen van vrouwen luisteren? En dus niet naar beleidsplannen en -indicatoren of projecttargets. Wat kunnen we leren van de perspectieven, twijfels en dagelijkse realiteit van vrouwelijke ondernemers zelf?
Dat is precies wat Sarah De Smet deed in haar doctoraat waarin ze vrouwelijke ondernemers in verschillende landen wereldwijd bevroeg. Haar onderzoek brengt nuance in het debat. Ondernemerschap kan empowerment en sociale verandering teweegbrengen, maar kan ook kwetsbaarheden versterken wanneer beleid en projecten gericht op het promoten van vrouwelijk ondernemerschap te weinig afgestemd zijn op de culturele context of wanneer we te veel vanuit westerse frames werken.
We spraken met Sarah na haar verdediging. Hieronder lees je een beknopt interview.
Je bent niet gestart vanuit een klassieke academische vraag. Hoe is dit onderzoek gegroeid?
“Ik heb veel voor ngo’s (Niet Gouvernementele Organisaties) gewerkt en merkte dat successen vaak gepresenteerd worden zoals geldschieters ze graag wilden zien. Maar er werd te weinig geluisterd naar wat de mensen écht nodig hebben. Ik wilde uitzoeken waarom sommige initiatieven of interventies mislukten en waar onze blinde vlekken zitten. Toen ging ik aan de slag met onderzoeksprojecten aan Arteveldehogeschool met thema’s zoals ondernemingszin als hefboom voor jonge vrouwen in het Zuiden, African Diaspora … We raakten veel thema’s aan, maar één ding werd snel duidelijk: het sociale netwerk rondom vrouwen bepaalt of ondernemerschap empowerment wordt of niet.”
Wat wilde je met je doctoraat fundamenteel begrijpen?
“Vrouwelijk ondernemerschap wordt vaak gepromoot als dé oplossing voor armoede, genderongelijkheid en uitsluiting. Maar hoe ervaren vrouwen dat zelf? Sommigen gebruiken ondernemerschap om expliciet sociale normen uit te dagen, anderen net om werk en gezin te combineren zonder de bestaande orde in vraag te stellen. Het is veel minder zwart-wit dan vaak wordt voorgesteld.”
Daarom vertrekt Sarah's onderzoek niet vanuit westers opgelegde succesindicatoren, maar vanuit de stemmen van vrouwen zelf. Reflexiviteit, het vermogen om bewust na te denken over je eigen positie binnen sociale structuren, vormt daarbij het sleutelconcept.
Eén van je studies focust op welgestelde vrouwen in India. Wat viel daar op?
“Dat was een bijzondere context. Deze vrouwen groeiden op in welgestelde families en kregen alle kansen (in onderwijs, keuzevrijheid, ambities). Maar zodra ze op de arbeidsmarkt kwamen, en zeker wanneer ze moeder werden, begon het te kantelen.”
Discriminatie werd pas echt zichtbaar na het huwelijk en het moederschap. Zowel op het thuisfront als op de werkvloer liepen deze vrouwen tegen een muur aan. Familieverwachtingen, culturele normen en traditionele genderrollen kwamen plots scherp naar voren en vrouwen moesten vaak hun ambities opbergen.
Ondernemerschap werd daarom voor velen een manier om met die spanningen om te gaan. Niet noodzakelijk om ‘het systeem’ te veranderen, maar om het werkbaar te houden binnen hun realiteit.
‘We were raised as boys, but married as girls.’”
Je onderzoek toont sterk hoe context het verschil maakt.
“Absoluut. Gendernormen spelen niet altijd een dominante rol. In België, waar ik vrouwelijke ondernemers met Afrikaanse roots sprak, kwam discriminatie op basis van racisme veel vaker naar voor. Daar zag ik duidelijke verschillen tussen eerste en tweede generatie vrouwelijke ondernemers met Afrikaanse roots. Eerste generatie vrouwen passen zich vaak aan en willen bewijzen dat ze het kunnen, net zoals het prototype van de witte mannelijke ondernemer. De tweede generatie daagt dat beeld vaker actief uit en probeert meer diversiteit in dat prototype te brengen.”
In Ethiopië werd dan weer duidelijk hoe westerse genderprojecten soms tekortschieten.
“Veel interventies zijn goedbedoeld, maar vertrekken vanuit westerse ideeën over empowerment. Terwijl vrouwen daar vaak niet ondernemen om gendernormen uit te dagen, maar om inkomen te genereren en conflicten binnen het gezin te verminderen. Werken is daar geen ideologisch statement.”
Als er één rode draad is, wat werkt dan wél?
“Luisteren. Echt luisteren. En erkennen dat ondernemerschap niet voor iedereen hetzelfde betekent, en ook niet voor iedereen is weggelegd.”
Ondernemerschap kan een discours zijn om dingen in beweging te zetten, maar alleen als vrouwen zelf mee bepalen wat succes betekent. Dat vraagt ruimte voor verschil en de bereidheid om niet alles te willen mainstreamen en laten passen in één hokje.
Zijn er momenten geweest waarop je je idealisme moest bijstellen?
“Zeker. Als idealist wil je oplossingen vinden, maar ik ontdekte veel contradicties. Soms is het moeilijk voor vrouwen om racisme of structurele uitsluiting te herkennen wanneer het deel is van hun dagelijkse context. Toch zijn ze er niet blind voor. Dat maakt beleidsaanpak complexer, maar ook interessanter.”
Wat zijn de open vragen voor vervolgonderzoek?
“Heel veel! Tijdens de gesprekken kwamen er zo vaak contradicties naar boven. Dat ik me ook afvroeg hoe de identiteit van deze vrouwelijke ondernemers zich verhoudt tot maatschappelijke veranderingen? En hoe kunnen interventies om vrouwelijke ondernemers te ondersteunen zodanig ingericht worden dat ze verschillen oprecht waarderen en er ruimte voor creëren? Daar zijn we nog altijd niet erg goed in als maatschappij vind ik. Verschil lijkt toch nog te vaak bedreiging op te roepen in plaats van verrijking.”
Met haar doctoraat levert Sarah De Smet een belangrijke bijdrage aan het onderzoeksprogramma Entrepreneurial Empowerment. Ze toont dat empowerment geen blauwdruk kent, maar ontstaat in de interactie tussen individu en maatschappij, tussen lokale realiteit en Westerse ambities.
Wie is Sarah De Smet?
Wie met Sarah De Smet praat, merkt snel dat haar onderzoek niet losstaat van haar persoonlijk traject. Al voor haar doctoraat werkte ze jarenlang met ngo’s rond armoedebestrijding en genderongelijkheid. Ze gaf les in de bacheloropleiding International Organisation and Management (Intercultural Communication Skills en Global Challenges) en werkte als onderzoeker aan Arteveldehogeschool op verschillende projecten rond divers ondernemerschap. Steeds opnieuw botste ze op dezelfde vraag: waarom werken goedbedoelde interventies soms niet zoals we hopen?
Die vraag werd het startpunt van een onderzoeksreis die haar via Ethiopië, België en India leidde en uiteindelijk resulteerde in haar doctoraat ‘Negotiate your space. Global narratives of women entrepreneurs dealing with social norms’ dat ze in december 2025 succesvol verdedigde.