Ondersteuning van jonge kinderen in pleegzorg bij het verwerken van hun trauma's
In haar pedagogisch sluitstuk onderzoekt Ellen De Bouvre, oud-studente Bachelor Pedagogie van het Jonge Kind, hoe jonge pleegkinderen beter ondersteund kunnen worden bij het verwerken van trauma’s. Vanuit haar eigen ervaring als pleegzus zag ze hoe belangrijk het is dat kinderen niet alleen een veilig huis, maar ook een veilig hart krijgen.
“Om kinderen te helpen trauma’s te verwerken, moeten we hen eerst begrijpen. Kijken door een ‘traumabril’ leert ons zien wat er achter gedrag schuilgaat.” — Ellen De Bouvre
Over de auteur
Van jongs af aan wist ik dat ik met kinderen wilde werken. Pedagogie van het jonge kind was oorspronkelijk niet mijn eerste keuze. Ik koos eerst voor een opleiding tot leerkracht. Het lesgeven vond ik minder fijn, maar het contact met de kinderen en hun ouders vond ik dan wel weer heel fijn, vandaar dat ik dan gekozen heb voor de opleiding Pedagogie van Het Jonge Kind.
Ondanks dat ik de richting tot leerkracht lager onderwijs niet heb afgemaakt, heb ik er wel veel uit geleerd. Tijdens mijn stages heb ik in verschillende klassen gestaan, wat me daarbij vooral is bijgebleven, is hoe verschillend kinderen in de klas functioneren. Sommigen deden enthousiast mee en konden zich goed concentreren, terwijl anderen snel afgeleid, stil of gespannen waren. Al snel viel me op dat kinderen met emotionele bagage door een moeilijke thuissituatie of trauma, meer moeite hadden met het focussen op school. Niet omdat ze dit niet konden, maar omdat hun hoofd vol zat met zorgen en stress. Toch merkte ik dat er in de klas vaak als eerste stap extra hulp bij rekenen of taal werd aangeboden, terwijl deze kinderen vooral emotionele ondersteuning nodig hadden om tot leren te kunnen komen volgens mij. Dit maakte voor mij duidelijk dat de achtergrond of ingrijpende ervaringen van een kind een grote rol kunnen spelen in hoe het kind zich gedraagt en ontwikkelt. Als pedagogisch medewerker in spé vind ik het daarom ook heel belangrijk om oog te hebben voor de specifieke situatie waarin een kind zich bevindt en hier ook rekening mee te houden. Kinderen die door moeilijkere ervaringen een zeker trauma ontwikkelen hebben vaak nood aan ondersteuning om dit trauma een plaats te kunnen geven. Ik vind het dan belangrijk dat we ervoor zorgen dat net deze kinderen de nodige ondersteuning krijgen om dit trauma een plaats te geven.
In dit pedagogisch sluitstuk zal ik mij om die reden ook richten op het ondersteunen van kinderen met trauma’s, meer specifiek pleegkinderen. De keuze om te focussen op pleegkinderen komt uit een persoonlijke ervaring uit mijn directe omgeving. Mijn eigen nichtjes en neefje zijn inmiddels 4 jaar geleden bij ons geplaatst als pleegkinderen. Hierdoor heb ik van dichtbij ervaren hoe uitdagend het kan zijn voor pleegkinderen om zich veilig en vertrouwd te voelen in een nieuwe omgeving. Ondanks hun jonge leeftijd merkten we dat hun verleden en de uithuisplaatsing een grote impact hadden op hen. Ze werden stiller en speelden minder in bijzijn van anderen, ook op school konden ze moeilijke focussen op schoolse opdrachten. Hun gedrag veranderde zichtbaar. Als gezin kregen we ondersteuning van pleegzorg om hierop in te zetten en de kinderen zo goed mogelijk te ondersteunen. Maar aangezien de kinderen ook veel tijd spenderen op school, werd al snel duidelijke dat ondersteuning op school ook heel erg belangrijk zou zijn voor hun herstel. Wij namen de leerkrachten van de kinderen mee in het verhaal. Door de ondersteuning die ze kregen van ons en hun leerkrachten, konden ze hun trauma al grotendeels een plek geven. Het creëren van deze ondersteunende omgeving was voor onze pleegkinderen enorm ondersteunend. Vandaar dat ik het zo belangrijk vind dat alle pleegkinderen die trauma’s ervaren dezelfde ondersteunende omgeving kunnen krijgen.
Vanuit deze ervaringen ben ik tot het thema gekomen voor dit pedagogisch sluitstuk, namelijk “De ondersteuning van trauma bij jonge pleegkinderen van 3 tot 12 jaar.”
Niet elk kind krijgt dezelfde start in het leven, en toch is het mijn pedagogische droom om alle kinderen zoveel mogelijk te ondersteunen zodat ze allemaal even veel kansen kunnen krijgen. Binnen het thema van de ondersteuning van jonge pleegkinderen, is mijn pedagogische droom dat elk pleegkind een veilige omgeving krijgt waar het niet alleen fysiek, maar ook emotioneel kan herstellen. In zo een omgeving worden trauma’s herkend en krijgen kinderen de ondersteuning die ze nodig hebben om deze te verwerken. Mijn uiteindelijke droom is dat alle pleegkinderen de ondersteuning krijgen bij het opbouwen van een positieve toekomst. Ik geloof dat met de juiste begeleiding en zorg, elk pleegkind de mogelijkheid heeft om te groeien en verder te ontwikkelen, ongeacht de uitdagingen die ze hebben meegemaakt.
Sociaalpedagogisch vraagstuk
In de afgelopen jaren is het aantal kinderen dat opgroeit in een pleeggezin aanzienlijk toegenomen. Volgens het Vlaams Agentschap Opgroeien (Opgroeien, 2023) verbleven in 2023 maar liefst 11.169 kinderen en jongeren in een pleeggezin, wat een stijging van 5,3% betekent ten opzichte van het voorgaande jaar. Deze toename biedt een belangrijke kans om de ondersteuning en zorg voor pleegkinderen verder te optimaliseren, zodat zij zich maximaal kunnen ontplooien. Een opvallende ontwikkeling die zichtbaar is in de cijfers van Pleegzorg (Vandenbussche, J, 2023), is dat steeds meer kinderen al op jonge leeftijd in pleegzorg terechtkomen. In 2021 behoorde bijna de helft van de nieuwe pleegkinderen tot de leeftijdscategorie van 0 tot 8 jaar. Daarnaast blijven pleegkinderen gemiddeld steeds langer in hun pleeggezin, met een gemiddelde verblijfsduur van meer dan zeven jaar in langdurige pleegzorgsituaties. Deze trends benadrukken het belang van een consistente en op maat gemaakte ondersteuning voor deze kinderen.
Hoewel pleegzorg een veilige en stabiele omgeving kan bieden, brengt het opgroeien in een pleeggezin ook specifieke uitdagingen met zich mee. Veel kinderen die in pleegzorg terechtkomen, hebben te maken gehad met ingrijpende ervaringen zoals mishandeling, verwaarlozing of langdurige onveiligheid in hun thuissituatie. Deze traumatische gebeurtenissen maken hen bijzonder kwetsbaar.
Door uithuisplaatsing ervaren pleegkinderen het verlies van hun gezin en hun vertrouwde omgeving zoals hun school, buurt en sociaal netwerk, wat hun kwetsbaarheid nog meer vergroot. Dit verlies wordt vaak onderschat, maar heeft diepgaande gevolgen. Mitchell, M.B. (2027) beschrijft dit als een non-death loss. Het is een verlies waarbij niemand overlijdt, maar dat wel degelijk een vergelijkbare emotionele en psychologische impact heeft als bij een sterfgeval. Perry en Pollard (1998) benadrukken dat dit soort verlies bijdraagt aan een verhoogd risico op ontwikkelingsstoornissen, hechtingsproblemen en psychologische stress.
Naast het trauma door de uithuisplaatsing hebben veel kinderen in pleegzorg te maken gehad met onveilige thuissituaties, wat resulteert in chronische stress en angst. Volgens Van Der Kolk en Bessel (2014) leidt deze langdurige blootstelling aan stress en onveiligheid tot verhoogde gevoeligheid voor stress, moeite met emotieregulatie en verstoringen in het lichamelijke functioneren. Bruce Perry (2017) bevestigd de invloed van trauma op de hersenontwikkeling van kinderen. Traumatische ervaringen beïnvloeden hun gedrag, cognitieve functies en sociaal-emotioneel functioneren.
Het verblijf in pleegzorg is dus meer dan een verandering van omgeving, het is een diepgaand proces dat vraagt om zorgvuldige begeleiding en begrip. Binnen pleegzorg is er daarom veel aandacht voor een trauma-geïnformeerde aanpak. Pleegzorgorganisaties bieden pleegouders ondersteuning van een pleegzorgbegeleider (Pleegzorg Vlaanderen, 2025). Deze begeleider komt af en toe langs aan huis en is er om een antwoordt te bieden op de vragen waar je als pleegouder mogelijks mee zou zitten. Leerkrachten, die nochtans een groot deel van de dag met deze kinderen doorbrengen, krijgen dergelijke ondersteuning veel minder. Hierdoor beschikken ze vaak niet over voldoende kennis of praktische handvatten om signalen te herkennen of om passend te reageren op getraumatiseerd gedrag. Dit zorgt ervoor dat gedragingen zoals terugtrekken, woede-uitbarstingen of concentratieproblemen vaak verkeerd worden geïnterpreteerd als ‘moeilijk’ of ‘storend’ gedrag (Onderwijs Vlaanderen, z.d.).
De toename van jonge kinderen in pleegzorg, de langere verblijfsduur en de trauma’s die zij vaak met zich meedragen, vragen om een bredere maatschappelijke verantwoordelijkheid in hun ondersteuning. Hoewel pleegouders vaak beroep kunnen doen op gerichte begeleiding van pleegzorgorganisaties, blijken leerkrachten in het onderwijs daarin nog te vaak alleen te staan. Net daar brengen pleegkinderen een groot deel van hun dag door. Dit vormt in zeker mate een uitdaging, maar biedt tegelijk een mooie kans, de kans om ook in schoolcontexten bij te dragen aan het ondersteunen van pleegkinderen in het omgaan met hun trauma’s. De focus van dit pedagogisch sluitstuk zal liggen op volgend sociaal pedagogisch vraagstuk: “Hoe kunnen leerkrachten jonge pleegkinderen tussen 3 en 12 jaar beter ondersteunen in het omgaan met hun trauma?”
Perspectieven en visie op het sociaalpedagogisch vraagstuk
De eerste 1000 dagen van een kind
De eerste 1000 dagen van een kind zijn cruciaal voor zijn of haar fysieke, emotionele en sociale ontwikkeling.
Roseboom (2018) benadrukt dat stress of trauma in deze periode negatieve effecten kunnen hebben op de
cognitieve en emotionele ontwikkeling. Door mishandeling of verwaarlozing in de thuissituatie ervaren pleeg-
kinderen vaak stress en trauma's. Volgens Allan Schore (2000) kunnen vroege traumatische ervaringen invloed hebben op hoe de hersenen zich ontwikkelen en functioneren. In de eerste levensjaren is vooral de rechterhersenhelft actief, en die speelt een belangrijke rol in het omgaan met stress. Omdat deze helft sterk verbonden is met het emotionele brein, kunnen negatieve ervaringen in die periode de stressreacties van een kind blijvend beïnvloeden.
Naast stress en trauma kan mishandeling of verwaarlozing zorgen voor onstabiele hechting. De theorie van Bowlby benadrukt dat een gebrek aan stabiele hechting kan leiden tot emotionele en cognitieve problemen (McLeod, 2024). Schore (2000) sluit hierbij aan door te stellen dat een goede interactie tussen kind en verzorger cruciaal is voor emotionele regulatie en hersenontwikkeling, vooral in de eerste 1000 dagen. Bowlby wijst ook op verschillende hechtingsstijlen, waaronder onveilige vormen zoals angstige-ambivalente, vermijdende en gedesorganiseerde hechting. Bij deze hechtingen zijn de zorgfiguren vaak onvoorspelbaar, afwezig op cruciale momenten, weinig sensitief, afwijzend of inconsequent. Het zijn dan ook deze hechtingsvormen die kunnen leiden tot emotionele en cognitieve ontwikkelingsproblemen. Specifieke cijfers over onveilige hechting in België ontbreken, maar onderzoek in Nederland toont aan dat 30-
40% van de kinderen onveilig gehecht is (Nederlands jeugdinstituut, 2021). Bij kinderen die opgroeien met mishandeling of verwaarlozing (deze kinderen belanden vaak in pleegzorg) is 80% gedesorganiseerd gehecht met hun ouders en 30% met pleegouders Dit toont alleen maar aan hoe belangrijk een vroege interventie en ondersteuning voor pleegkinderen kan zijn, zodat zij negatieve effecten van trauma kunnen overwinnen en stabiele hechtingsrelaties kunnen opbouwen.
Dyadic Developmental Psychotherapy (DDP)
Vertrekkende vanuit de hechtingstheorie van Bowbly, Ontwikkelde Dan Hughes (Klinisch psycholoog) de Dyadic Development Psychotherpaie (DDP). Het is een therapeutisch en opvoedkundig model dat is ontwikkeld voor kinderen die vroeg in hun leven ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt, zoals mishandeling, verwaarlozing of het verlies van belangrijke hechtingsfiguren (NCTSN, z.d.). Deze ervaringen komen vaak voor bij pleegkinderen en kunnen diepgaande invloeden hebben op hun emotionele ontwikkeling, gedrag en vermogen om veilige relaties aan te gaan.
DDP is gebaseerd op de gehechtheidstheorie en richt zich op het herstellen van vertrouwen en verbondenheid in de relatie tussen het kind en een veilige volwassene. Dit gebeurt via een houding die wordt samengevat als PLACE: Playful (speels), Loving (liefdevol), Accepting (accepterend), Curious (nieuwsgierig) en Empathic (empatisch). Deze houding helpt kinderen om zicht veilig te voelen, hun emoties te reguleren en stap voor stap nieuwe, gezonde relaties op te bouwen. Voor pleegkinderen is DDP dan ook bijzonder relevant omdat het aansluit bij hun vaak complexe hechtings- en trauma achtergrond. Niet alleen therapeuten en pleegouders, maar ook leerkrachten kunnen deze benadering dagelijks gebruiken. In de klas zien leerkrachten kinderen met trauma soms reageren met boosheid, teruggetrokken gedrag of concentratieproblemen. Door het gedrag vanuit een hechtings- en traumaperspectief te benaderen, kunnen leerkrachten bijdragen aan een veilige en voorspelbare leeromgeving. Dit bevordert niet alleen het welzijn van het kind, maar maakt ook het onderwijzen effectiever. Het helpt hen gedrag niet persoonlijk te nemen, maar met empathie en begrip te reageren, wat het vertrouwen en de relatie met het kind versterkt.
“It takes a village to raise a child”
De uitdrukking "It takes a village to raise a child" is een Afrikaans gezegde dat de gezamenlijke verantwoordelijkheid bij het opvoeden van kinderen benadrukt. Dit principe geldt ook voor pleegkinderen die vaak trauma's hebben ervaren door verwaarlozing en mishandeling. Pleegouders spelen een cruciale rol, maar zij kunnen dit niet alleen. Een breed netwerk van steun is nodig om deze kinderen stabiliteit en veiligheid te bieden, zodat ze zicht goed kunnen ontwikkelen (Brighter Fostering, 2024).
Het netwerk of ‘de village” rond een pleegkind mag dan ook breder gezien worden dan enkel de pleegouders, pleegzorgbegeleiders en ouders. Pleegkinderen spenderen naast thuis zijn ook heel wat tijd in op school. Daarom spelen organisaties zoals scholen een cruciale rol in het creëren van een veilige en stabiele omgeving voor pleegkinderen (Fagbodun, 2023). Door ook scholen te betrekken in de ondersteuning van pleegkinderen, kan ervoor gezorgd worden dat er voortdurende ondersteuning is. Op scholen kan er dan een inclusieve leeromgeving gecreëerd worden waarin leerkrachten emotionele steun kunnen bieden, zodat kinderen ook op school ondersteund kunnen worden in het verwerken van hun trauma’s. Traumaspecialist Coppens Leony (2016) sluit zich hierbij aan, zij benadrukt dat de juiste interactie met een leerkracht waardevolle herstelervaringen kan bieden.
Leerkrachten kunnen dus zeker een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van pleegkinderen bij trauma. Toch blijkt dat ze zich niet altijd bekwaam voelen om dit te doen (Klasse, 2017). Hulplijnen zoals brugfiguren, CLB en zorgleerkrachten kunnen ingeschakeld worden door de school. Bruno Vanobbergen, voormalig administrateurgeneraal van het Agentschap Opgroeien, merkt op dat dossiers vaak van de ene naar de andere organisatie schuiven, waardoor kinderen en leerkrachten soms lang moeten wachten op ondersteuning (Klasse, 2017). Door leerkrachten de juiste handvatten te bieden om ondersteuning te bieden aan kinderen met trauma, kan je hen een stuk bekwamer maken hierin en moeten deze kinderen ook niet zo lang wachten op ondersteuning. Op deze manier kunnen er eerste stappen gezet worden richting het verwerken van trauma's.
Een trauma sensitieve benadering
Het gezegde "It takes a village to raise a child" is dan ook actueler dan ooit, zeker wanneer het gaat om kinderen met traumatische ervaringen. In de praktijk blijkt dat onderwijsprofessionals vaak nog zoekende zijn in hoe zij met trauma om kunnen gaan. Tegelijkertijd bestaan er in binnen- en buitenland verschillende perspectieven op hoe een traumatische aanpak in onderwijs en zorg vorm kan krijgen.
Pleegzorg Vlaanderen (2022) vertrekt vanuit het principe van Traumasensitief opvoeden. Dit is een manier van opvoeden waarbij opvoeders leren kijken door een traumabril. Dat wil zeggen dat er verder gekeken wordt dan alleen het gedrag van een kind, en proberen begrijpen wat eronder ligt. Deze aanpak is gebaseerd op vijf kernprincipes:
- Veilige omgeving creëren: Zowel fysiek als emotionele veiligheid.
- Opbouwen van positieve relaties: Door negatieve patronen te doorbreken.
- Emotieregulatie: Door kinderen te helpen om hun emoties te herkennen en begrijpen.
- Levensverhaal in kaart brengen: Herinneringen en verhalen delen voor inzicht en herstel.
- Psycho-educatie: Begrip van trauma vergroten (bij kind/ opvoeders) voor effectieve ondersteuning.
Deze principes sluiten naadloos aan bij de tien essentiële elementen voor een trauma-informed school system, zoals benoemd in de Amerikaanse onderwijsliteratuur (bron). Daarin ligt de nadruk onder meer op het herkennen en behandelen van traumatische stress, het creëren van een sociaal-emotioneel ondersteunende leeromgeving, culturele responsiviteit en het samenwerken met gezinnen en andere systemen.
Beide benaderingen, uit het onderwijs en pleegzorg, delen een gemeenschappelijke visie, namelijk dat kinderen die een trauma hebben meegemaakt, baat hebben bij veiligheid, stabiliteit, erkenning en versterking van hun veerkracht. Waar pleegzorg sterkt focust op het levensverhaal en de relationele context van het kind, vult het trauma informed school system dit aan met structurele elementen zoals beleid, crisisresreactie, personeelszorg en educatie over trauma. Opvallend is ook dat beide systemen aandacht vragen voor de rol van volwassenen in het systeem. In Pleegzorg en onderwijs speelt psycho-eductaie voor opvoeders en leerkrachten dan ook een grote rol, waarbij kennis en inzicht bijdragen aan een beter begrip en minder handelingsverlegenheid.
Naast pleegzorg benadrukt ook SAMHSA (Substance Abuse and Mental Health Services Administration), Amerikaanse overheidsinstantie die zich richt op het verbeteren van de volksgezondheid, het belang van traumasensitief opvoeden. SAMHSA's 'Trauma-Informed Care' komt goed overeen met de kernprincipes die ze in de pleegzorg hanteren. Beide leggen de nadruk op veiligheid, relaties, emotieregulatie en empowerment. SAMHSA voegt nog een cultureel en historisch aspect toe dat de nadruk legt op het aanpakken van vooroordelen en erkennen van culturele trauma's. (SAHMSA, 2024)
Een trauma sensitieve benadering vraagt dus om samenwerking tussen systemen, en om volwassenen die bereid zijn niet alleen naar gedrag, maar ook naar onderliggende behoeften te kijken.
Mijn visie
Ik geloof dat elk kind recht heeft op een veilige, ondersteunende omgeving waarin het zich ten volle kan ontwikkelen. Pleegkinderen dragen vaak een rugzak vol ingrijpende ervaringen die sporen nalaten en dus invloed hebben op hun gedrag, hechting en gevoel van veiligheid. Hoewel er in onze samenleving al meer aandacht is voor trauma, zie ik nog veel kansen om deze kinderen beter te ondersteunen in hun herstel en groei. Deze kansen kunnen volgens mij niet alleen bij pleegouders worden gelegd. Pleegkinderen hebben veel baat bij een netwerk van zorg en steun waarin iedereen in hun omgeving een rol kan spelen. Het gezegde "It takes a village to raise a child" vat dit dan ook perfect samen. Ik geloof sterk in de kracht van samenwerking, waarbij pleegouders, scholen en andere instellingen actief bijdragen aan de groei en het welzijn van deze pleegkinderen.
In het bijzonder zie ik een belangrijke rol weggelegd voor leerkrachten en scholen in het algemeen. Zij staan dicht bij deze kinderen en kunnen met de juiste begeleiding en tools enorm veel steun bieden. Toch las ik en hoorde ik tijdens mijn stages dat leerkrachten zich niet altijd bekwaam voelen om kinderen met trauma's te ondersteunen. Daarom is het belangrijk hen niet alleen bewust te maken van wat trauma betekent, maar ook handvatten te bieden om ermee om te gaan. Door leerkrachten te ondersteunen, kunnen we bijdragen aan een klasomgeving waarin kinderen minder 'moeilijk' gedrag vertonen en zich beter kunnen ontwikkelen. Hierdoor krijgen pleegkinderen ook meer plekken waar ze zich thuis kunnen voelen. Om kinderen te helpen trauma's te verwerken, moeten we hen begrijpen. Daarom sta ik achter het concept van kijken door een 'traumabril'. In plaats van gedrag als problematisch te zien, leren we begrijpen wat erachter schuilt en hoe we hen het beste kunnen helpen.
Ik ben ervan overtuigd dat samenwerking de sleutel is. Als pleegzorg, scholen, gezinnen en andere instanties samenwerken om pleegkinderen te ondersteunen, zullen ze elkaars effecten enorm versterken. Vroege interventie en een goed begrip van de impact van trauma op de hersenontwikkeling van kinderen zijn essentieel voor het ontwikkelen van effectieve ondersteuning. Verder kan er door samenwerking een uitgebreidere veilige en stabiele omgeving worden geboden, wat kinderen de kans geeft om zich gezien en gehoord te voelen.
Suggesties en aanbevelingen
Microniveau — Traumasensitief aan de slag in de klas.
Voor jonge pleegkinderen is een trauma sensitieve aanpak in de klas geen overbodige luxe, maar een noodzaak. Velen van hen hebben vroeg in hun leven onveiligheid, verwaarlozing of verlies ervaren, wat een blijvende impact heeft op hun emoties en gedrag (Van der Kolk, 2014; Roseboom, 2018). Leerkrachten die kijken met een traumabril begrijpen dat lastig gedrag vaak een stressreactie is. En kunnen op die manier via veiligheid, voorspelbaarheid en empathie bijdragen aan herstel (Coppens, 2016).
Maar hoe kun je hier als leerkracht mee aan de slag? Trauma verdwijnt niet van de ene op de andere dag, maar met kleine, bewuste handelingen kunnen leerkrachten elke dag mee het verschil maken in het herstelproces van pleegkinderen. Deze praktische voorbeelden tonen hoe je traumasensitief werken concreet kunt toepassen in de klas:
- Start de dag voorspelbaar: Een vaste begroeting of een gevoelsposter kan voor alle kinderen leuk zijn, maar voor pleegkinderen in het bijzonder kan dit zeer nuttig zijn. Het kan hen namelijk helpen om veilig en rustig aan hun dag te beginnen, en ook te benoemen hoe ze zich voelen en waar ze nood aan hebben. Deze vaste routine kan zorgen voor voorspelbaarheid. Pleegzorg Vlaanderen (2022) benadrukt dan weer dat deze voorspelbaarheid de basis kan vormen voor emotionele veiligheid wat essentieel is voor pleegkinderen met een trauma.
- Gebruik een emotiethermometer of gevoelskaarten doorheen de dag: emoties benoemen is niet van zelfsprekend voor veel pleegkinderen. Door te werken met een emotiethermometer, emotieplaten of pictogrammen, geef je kinderen een laagdrempelige manier om aan te geven hoe ze zich voelen. Dit helpt hen stap voor stap emoties te leren herkennen, benoemen en reguleren. Vanuit het gedachtengoed van traumasensitief opvoeden zijn zulke tools een vorm van psycho-educatie die kinderen sterker maakt in zelfinzicht (pleegzorg, 2022; NCTSN, z.d ).Kinderen leren hun emoties te herkennen en benoemen, terwijl de leerkracht beter zicht krijgt op stressmomenten en mogelijke triggers.
Mesoniveau — Het creëren van trainingen en draaiboeken die leerkrachten kunnen helpen in de ondersteuning van jonge pleegkinderen.
Leerkrachten spelen dus een sleutelrol in het ondersteunen van pleegkinderen bij het verwerken van trauma’s. Ze zien deze kinderen dagelijks, bouwen relaties op en kunnen bijdragen aan herstel. Maar dat kunnen ze niet alleen. Om écht traumasensitief te kunnen handelen, hebben leerkrachten een school nodig die hen daarin draagt, ondersteunt en richting geeft. Wat betekent dit concreet?
- Trauma sensitieve vorming/training voor het hele schoolteam: Om pleegkinderen met trauma goed te kunnen ondersteunen, hebben leerkrachten nood aan meer dan alleen goede wil. Zonder inzicht in thema’s zoals hechting, stressreacties en emotieregulatie bestaat het risico dat ze gedrag verkeerd interpreteren als opzettelijk of storend. Gerichte vorming helpt om het gedrag van deze kinderen beter te begrijpen en gepast te reageren. Coppens (2016) benadrukt dat kennis en bewustzijn dan ook essentieel zijn voor een trauma sensitieve aanpak. . Door het team te scholen in thema’s als vroegkinderlijk trauma, hechting, emotieregulatie en stressreacties, krijgen leerkrachten en andere medewerkers een beter begrip van wat er onder het gedrag schuilgaat. Ze leren onder meer hoe het brein van een getraumatiseerd kind functioneert, waarom bepaalde situaties triggers kunnen zijn, en hoe ze kunnen reageren op een manier die herstel bevordert in plaats van her traumatisering veroorzaakt.
- Een duidelijk draaiboek voor traumasensitief handelen: Getraumatiseerde kinderen hebben nood aan voorspelbaarheid. Zoals Dan Hughes met zijn DDP-model benadrukt, creëren afgestemde, consistente reacties een gevoel van veiligheid dat essentieel is voor herstel. Door op schoolniveau draaiboeken te voorzien voor het omgaan met crisissituaties en het herkennen van signalen van trauma’s, kunnen leerkrachten zich rustiger en zekerder voelen. Naast de vormingen biedt een draaiboek concrete houvast voor leerkrachten in de praktijk. Zo’n draaiboek bevat praktische handvatten voor herkenbare situaties, zoals:
- Hoe herken je signalen van overprikkeling bij een kind?
- Wat doe je als een kind plots wegloopt, bevriest of in paniek raakt?
- Hoe voer je een herstelgesprek zonder schuld of schaamte op te leggen?
- Welke veilige plek kan een kind gebruiken, en hoe spreek je daarover duidelijke afspraken af?
Macroniveau — Het creëren van trauma sensitieve lesprogramma’s aangevuld door een intersectoraal expertisecentrum trauma & onderwijs.
Leerkrachten kunnen pas effectief bijdragen aan het herstel van pleegkinderen met trauma als ze ondersteund worden door een breder systeem. Zonder structurele beleidskaders, middelen en samenwerking blijft de verantwoordelijkheid te veel bij individuele leerkrachten en scholen liggen. Daarom is er ook actie nodig op macroniveau, waar beleid en samenleving noodzakelijke structurele randvoorwaarden kunnen creëren die leerkrachten nodig hebben om pleegkinderen met trauma op een duurzame manier te ondersteunen.
Een eerste stap is het ontwikkelen en subsidiëren van trauma sensitieve lesprogramma’s voor basisscholen. Dit kunnen kant-en-klare pakketten zijn met lesmodules over emoties, veiligheid en veerkracht, aangevuld met praktische hulpmiddelen zoals gevoelensposters, herstelkaarten en klasroutines. Zo krijgen leerkrachten de tools om in hun klas structureel aan herstel te werken, zonder extra werklast. Coppens (2016) benadrukt dat leerkrachten nood hebben aan concrete handvatten om het gedrag van getraumatiseerde kinderen te begrijpen en gepast te reageren. Van der Kolk (2014) stelt dat veilige, responsieve omgevingen cruciaal zijn voor traumaverwerking, en dat is iets wat leerkrachten actief kunnen mee vormgeven, als ze daarvoor voldoende ondersteund worden.
Waar het lesprogramma zich vooral richt op wat leerkrachten kunnen inzetten in de klaspraktijk, is er ook nood aan een duidelijke structuur waar leerkrachten terechtkunnen voor begeleiding, vragen en opleiding.
Daarom kan de Vlaamse overheid investeren in de oprichting van een soort intersectoraal expertisecentrum trauma & onderwijs. Dit centrum brengt expertise uit onderwijs, jeugdhulp en gezondheidszorg samen en biedt scholen praktische ondersteuning op maat. Het kan lesmateriaal ontwikkelen, vormingen aanbieden, beleidsadviezen formuleren, praktijkvoorbeelden verzamelen én consultaties bieden aan scholen die vastlopen. Voor leerkrachten betekent dit een grote verlichting. Ze krijgen toegang tot betrouwbare, praktische en onderbouwde informatie, zonder zelf voortdurend te moeten zoeken of improviseren. Dit verlaagt niet alleen de werkdruk, maar verhoogt ook hun handelingszekerheid en draagkracht. In plaats van zich machteloos of alleen te voelen bij complex gedrag, kunnen leerkrachten sneller schakelen en zich gesteund weten door een netwerk van expertise. Volgens SAMHSA (2024) is samenwerking tussen systemen een cruciaal element van traumasensitief werken. Ook Pleegzorg Vlaanderen (2022) benadrukt het belang van afstemming en ondersteuning vanuit meerdere sectoren om pleegkinderen écht te begrijpen en gepast te begeleiden. Een dergelijk expertisecentrum biedt dus niet alleen inhoudelijke ondersteuning aan scholen, maar versterkt ook de professionele veerkracht van leerkrachten. Zo kunnen zij met meer vertrouwen en kennis inspelen op de noden van kinderen met trauma en bijdragen aan hun herstel.
Bronnenlijst
Brighter Fostering. ( Juli, 2024). The importance of Support Networks in Fostering. Brighter Fostering. The Importance of Support Networks in Fostering | Brighter Fostering.
Coppens, L. (2016). Behandelen van chronisch trauma doe je niet alleen. Vereniging voor kinder- en jeugdpsychotherapie. Behandelen van chronisch trauma doe je niet alleen - VKJP.
Fagbodun, F. (Oktober, 2024). The rolde of schools in protecting children in foster care. Child Protection Services. The Role of Schools in Protecting Children in Foster Care - Child Protection Services Blog.
Klasse (December, 2023). Ook voor leerlingen die het thuis moeilijk hebben mag je vooral leraar zijn. Klasse. “Ook voor leerlingen die het thuis moeilijk hebben, mag je vooral leraar zijn" – Klasse.
Kolk, V.D., & Bessel, A. (2014). The Body Keeps the Score: Mind, Brain and Body in the
Transformation of Trauma. De Bib. https://ebook.yourcloudlibrary.com/library/deBib-document_idoa9dpg9.
McLeod, S. (Januari, 2024). John Bowlby’s Attachement Theory. SimplyPsychology. John Bowlby's Attachment Theory.
Mitchell, A.B. (mei 2017). “No one acknowledged My Loss and Hurt”: Non-death Loss Grief, and Trauma in Foster Care. Springer Science. https://rdcu.be/d4Mtt.
National Child Traumatic Stress Network. (z.d.). Creating trauma-informed systems. https://www.nctsn.org/trauma-informed-care/creating-trauma-informed-systems.
Nederlands jeudinstituut. (April, 2021). Cijfers over jeugd en opvoeding. Nederlands jeugdinstituut. Cijfers over hechting | Nederlands Jeugdinstituut.
Onderwijs Vlaanderen (z.d.). Omgaan met trauma. https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/directies-en-administraties/onderwijsinhoud-en-leerlingenbegeleiding/basisonderwijs/zorgbeleid-leerlingenbegeleiding-en-clb/omgaan-met-trauma.
Opgroeien. (2023). Pleegzorg. https://www.opgroeien.be/pleegzorg.
Perry, B.D., & Pollard R. (1998). Homeostasis, stress, trauma, and adaption: A naurodevelopmental view of childhood trauma. Pubmed. 5cebf2_f9bab9a97aa74c34a6f511a943bb2281.pdf.
Perry, B.D. (2017). Trauma-and stressor-relatdes disorders in infants, children and adolescents. Child and adolescent Psychopathology. 5cebf2_089323682101422ba5216494dd9cea59.pdf.
Pleegzorg. (September, 2022). Opvoeden met een ‘traumabril’. Pleegzorg. Opvoeden met een ‘traumabril’ | Pleegzorg Vlaanderen.
Pleegzorg Vlaanderen. (2023). Pleegzorg in cijfers 2023. Pleegzorg Vlaanderen. https://www.pleegzorg.be/artikels/pleegzorg-in-cijfers.
Pleegzorg Vlaanderen. (2025). Welke ondersteuning krijg ik? https://www.pleegzorg.be/welke-ondersteuning-krijg-ik.
Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. (September, 2020). Problematische gehechtheid: Hoeveel kinderen hebben problematische gehechtheidsrelaties?. Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming. Hoeveel kinderen hebben problematische gehechtheidsrelaties? - 2. Prevalentie - Richtlijn Problematische gehechtheid - Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming.
Roseboom, T. (2018). De eerste 1000 dagen: Het unieke verschil dat vroege levensfase kan maken. Amsterdam: Uitgeverij Balans.
SAMHSA. (2024). 6 Guiding Principles to a Trauma-informed Approach. SAMHSA. Infographic: 6 Guiding Principles to a Trauma-informed Approach | SAMHSA.
Schore, A.N. (2000). In Attachement & Human Development: Attachment and the regulation of the right brain. Routledge. Attachment and the regulation of the right brain.