Ze zeggen dat nieuws op sociale media niet klopt. Jongeren tonen iets anders.

Veerkrachtig opgroeien
Mediawijs
Onderzoek
Communicatie, Media en Design

Edward De Vooght & Jan Boesman

“Ze zeggen dat nieuws op sociale media niet correct is.” Met die vraag kwam Dina Tersago bij ons aankloppen voor het VTM-programma 'Ze Zeggen Dat'. In deze Vlaamse versie van 'MythBusters' wordt onderzocht of het wel klopt wat “men” allemaal beweert. Deze keer ging het over sociale media. Hoe betrouwbaar zijn TikTok, Instagram en andere platformen eigenlijk als nieuwsbron?

Jongeren onderzoeken nieuws op sociale media in het VTM-programma Ze Zeggen Dat

Dat is geen kleine vraag. We weten namelijk dat mensen vandaag steeds vaker nieuws binnenkrijgen via sociale media. Dat geldt voor volwassenen, maar zeker voor jongeren. Uit onze Nieuwsbarometer blijkt dat 9 op de 10 middelbare scholieren wekelijks nieuws ziet via sociale media. Dat is meer dan via eender welk ander kanaal. Ter vergelijking: ongeveer 7 op de 10 ziet wekelijks nieuws via televisie en 5 op de 10 via radio. Voor 10% van de jongeren zijn sociale media zelfs de enige plek waar ze nog nieuws tegenkomen.

Dan rijst natuurlijk de vraag: met al die rommel op TikTok en Instagram, hoe correct is dat nieuws eigenlijk? Zeker als jongeren zelf aangeven dat het niet altijd makkelijk is om echt van fake te onderscheiden op die kanalen. Uit de Nieuwsbarometer blijkt bovendien dat bijna 40%  van de jongeren al eens twijfelt aan betrouwbare nieuwsmerken wanneer ze die tegenkomen op sociale media.

En dan is er nog een tweede vraag. Hoe diepgaand kan nieuws zijn op platformen die vooral werken met korte formats: snelle video’s, foto’s, carrousels en snackbare updates?

Tijd dus voor een zot experiment.

Een klas, drie nieuwswerelden

Voor het onderzoek volgden 12 jongeren van 16 jaar een week lang nieuws, maar niet allemaal op dezelfde manier. We deelden hen op in drie groepen.

De eerste groep mocht alleen nieuws volgen via traditionele kanalen: radio, televisie, kranten en nieuwsapps. De tweede groep mocht alleen Instagram gebruiken. De derde groep mocht alleen TikTok gebruiken.

Ze hoefden niet actief op zoek te gaan naar nieuws. Ze mochten gewoon doen wat jongeren anders ook doen: scrollen, kijken, lezen, delen en reageren. Maar op het einde van de week kregen ze een opdracht. Ze kwamen naar News City, het hoofdkwartier van VTM Nieuws, om daar zelf een nieuwsuitzending te maken en te presenteren. Net zoals in het echt.

Er was één belangrijke regel: ze mochten alleen nieuws brengen dat ze via hun toegewezen kanaal hadden gezien.

Om hen voor te bereiden, maakte elke groep een WhatsAppgroep aan. Daarin deelden ze nieuwsberichten die ze doorheen de week tegenkwamen. Als onderzoekers mochten wij meekijken in die groepen. Zo konden we volgen wat ze zagen, wat ze relevant vonden en welke berichten uiteindelijk de selectie haalden.

Op het einde van de week moesten de leerlingen als een volwaardige redactie aan de slag. Welke nieuwsitems brengen we? Hoeveel items kiezen we? Wat zeggen we erover? Welke informatie nemen we mee, en welke niet?

Op basis van de gedeelde berichten in de WhatsAppgroepen en de uiteindelijke nieuwsuitzendingen onderzochten we verschillen tussen traditionele kanalen, Instagram en TikTok. We keken onder meer naar:

  • hoeveel nieuwsitems de jongeren zagen; 
  • hoe correct die nieuwsitems waren; 
  • welke nieuwsitems ze selecteerden; 
  • hoe diepgaand ze die items brachten; 
  • of ze bronnen vermeldden; 
  • of ze context gaven; 
  • of ze impact bespraken; 
  • en of ze verschillende perspectieven meenamen. 

Het nieuws was verrassend vaak correct

De eerste conclusie was duidelijk: “Ze zeggen dat nieuws via sociale media niet correct is” klopt niet.

Maar eerlijk? Dat was eigenlijk niet de interessantste vaststelling.

De jongeren haalden hun nieuws op sociale media opvallend vaak bij gekende en betrouwbare nieuwsmerken. Denk aan VRT, HLN, nws.nws.nws en Het Nieuwsblad. Berichten van onbekende profielen of onafhankelijke content creators lieten ze meestal links liggen. Ze lieten zich dus niet zomaar meevaren op een wilde stroom aan willekeurige posts. Ze herkenden nieuwsmerken en vertrouwden daar ook op.

Dat is belangrijk. Want het probleem zit dus niet simpelweg in de tegenstelling tussen “klassieke media zijn betrouwbaar” en “sociale media zijn fake”. Die tegenstelling is te makkelijk.

De interessantere vraag is: wat doen sociale media met het soort nieuws dat jongeren zien, onthouden en belangrijk vinden?

1. De TikTokgroep zag veel meer nieuws

Het verschil in het aantal gedeelde nieuwsberichten was enorm.

Op vijf dagen tijd deelde de traditionele groep 17 nieuwsitems. De Instagramgroep deelde er 47. De TikTokgroep deelde er maar liefst 174. Dat is tien keer zoveel als de traditionele groep. Dat verschil is niet zo vreemd. TikTokfilmpjes zijn kort, snel te bekijken en makkelijk te delen. Jongeren scrollen er vlot doorheen en komen dus op korte tijd met veel meer berichten in aanraking. Dat jongeren sowieso veel tijd op TikTok doorbrengen, versterkt dat effect. Maar het cijfer zegt ook iets anders. Als het algoritme eenmaal nieuws begint te tonen, kunnen jongeren via TikTok blijkbaar heel wat nieuws tegenkomen. En niet alleen rommel. Ongeveer 90% van de gedeelde TikTokitems kwam van betrouwbare nieuwsmerken. Op de hoogte blijven via TikTok is dus geen onmogelijkheid. Het is alleen een heel andere nieuwservaring.

2. Instagramnieuws leek sterk op traditioneel nieuws

De nieuwsuitzending van de Instagramgroep leek opvallend sterk op die van de traditionele groep.

Beide groepen kozen voor een herkenbare nieuwslogica: starten met een internationaal item, daarna een cultureel of wetenschappelijk weetje, vervolgens een ongeval of ander actueel binnenlands nieuws. Ook qua diepgang waren er gelijkenissen. De jongeren vermeldden bronnen, gaven context, bespraken impact en namen soms verschillende perspectieven mee.

Sterker nog: de Instagramgroep was op sommige vlakken zelfs specifieker en diepgaander. Uit een mix van posts, carrousels, foto’s en tekst haalden ze behoorlijk veel informatie om hun nieuwsuitzending te voeden.

Bij de traditionele groep liep het net op een ander punt mis. Zij gebruikten een artikel dat al vijf jaar oud was en dus niet meer actueel was. Dat is een interessante vaststelling. We gaan er vaak van uit dat meer context automatisch beter is. Maar te veel of slecht begrepen context kan ook verwarren, zeker als jongeren niet goed inschatten hoe actueel of relevant die informatie nog is.

Instagram bleek in dit experiment dus niet de oppervlakkige tegenpool van traditioneel nieuws. Het was eerder traditioneel nieuws in een behapbaarder formaat.

3. TikTok was sensationeler, Instagram optimistischer

Het opvallendste verschil zat bij TikTok.

De TikTokgroep had veruit het meeste nieuws gezien, maar bracht uiteindelijk het kortste journaal. Waar de andere groepen elk vijf items presenteerden, koos de TikTokgroep er maar drie.

Ook zij begonnen met een internationaal item. Maar waar de traditionele groep bijvoorbeeld koos voor context bij een item over Hongarije, en de Instagramgroep een item bracht over aanvallen in de Straat van Hormuz, koos de TikTokgroep voor het conflict tussen de paus en president Trump. Niet de geopolitieke context stond centraal, maar de botsing tussen twee bekende figuren.

Daarna volgden een busongeval met kinderen in Limburg en een Australische zaak over een meisje dat dood en verminkt werd teruggevonden in de koffer van een bekende rapper. Opvallend: van dat laatste nieuwsitem was de VTM-nieuwsdienst zelf niet op de hoogte.

Het TikTokjournaal was dus niet incorrect. Maar het was wel opvallend sensationeel, dramatisch en negatief. Veel conflict, veel misdaad, veel bad news. Flashy, snel en prikkelend, maar met weinig verschillende perspectieven, weinig context en weinig bespreking van de impact.

Dat stond in contrast met de meer evenwichtige items in de andere journaals, waarin ook ruimte was voor onderwerpen als een missie naar de maan, de kostprijs van frieten of Pommelien Thijs.

Op zich was dat niet verwonderlijk. Van de 174 items in de WhatsAppgroep van TikTok was het merendeel sensationeel van aard. En daar droegen de bekende nieuwsmerken zelf ook toe bij. Verkeersongevallen, misdrijven, oorlog, ruzie en conflict overspoelden de items over cultuur, wetenschap of positieve verhalen. Die waren er wel, maar ze haalden de selectie duidelijk minder snel.

Het echte verschil zit niet in correct of incorrect

Wat leren we hieruit?

Niet dat TikTok fake is. Niet dat Instagram oppervlakkig is. En ook niet dat traditionele media automatisch beter zijn.

De belangrijkste conclusie is genuanceerder: kanalen bepalen niet noodzakelijk hoe correct nieuws is, maar ze bepalen wel welk beeld jongeren van nieuws krijgen.

Als jongeren vooral nieuws zien via TikTok, krijgen ze mogelijk een wereldbeeld dat sterker draait rond conflict, drama, gevaar en verontwaardiging. Als ze nieuws zien via Instagram, krijgen ze vaker een behapbare versie van traditioneel nieuws, soms zelfs met behoorlijk wat context. En via klassieke media krijgen ze meer vertrouwde journalistieke formats, maar ook daar kunnen jongeren botsen op complexiteit, ouder materiaal of informatie die niet meteen op hun maat is.

De verschillen in toon, selectie en diepgang zijn dus minstens even relevant als de klassieke paniek over fake news.

Tegelijk moeten we eerlijk zijn over wat dit experiment wel en niet kan zeggen. We werkten met een kleine groep jongeren, waardoor we hier geen uitspraken kunnen doen over alle jongeren. Bovendien speelden hun motivatie en inzet waarschijnlijk een rol: omdat ze er later een nieuwsuitzending over moesten maken, keken ze allicht aandachtiger naar nieuws dan tijdens een gewone scrollsessie. 

Ook hun persoonlijke algoritmes bepaalden mee wat ze te zien kregen, en als onderzoekers zagen wij alleen wat ze deelden in de WhatsAppgroepen en uiteindelijk gebruikten in hun journaal, niet alles wat ze onderweg tegenkwamen of wegscrolden. Er zat dus behoorlijk wat ruis op het experiment. Maar net daarom blijft het interessant: niet als sluitend bewijs, wel als creatief vertrekpunt om scherper te kijken naar hoe verschillend nieuws kan aanvoelen naargelang het kanaal waarlangs het binnenkomt

Dat is misschien wel de belangrijkste les uit dit experiment. We moeten minder snel vragen: “Is nieuws op sociale media waar of niet waar?” En vaker: “Welk soort nieuws komt daar bovendrijven? Welke verhalen krijgen aandacht? Welke emoties worden versterkt? En welk beeld van de wereld houden jongeren daaraan over?”

Van mythes naar inzicht

In 2027 komt de Nieuwsbarometer terug. Dan gaan we nog dieper in op hoe jongeren nieuws gebruiken, herkennen en ervaren. Niet om te vertrekken vanuit algemene mythes over jongeren, technologie of sociale media, maar vanuit inzicht.

Want wie wil begrijpen welke impact technologie en samenleving hebben op jongeren en nieuws, moet verder kijken dan de vraag of iets correct is.

Nieuws op sociale media is niet zomaar fout. Maar het is ook niet neutraal.

En precies daar begint het gesprek.