Danstherapie

Creatieve therapie is een therapievorm waarin een kunstzinnig medium wordt gebruikt. Danstherapeuten zetten dans als kunstvorm in binnen de therapie. Danstherapie neemt een speciale positie in ten aanzien van het lichaam. Voor danstherapeuten is het lichaam en in het bijzonder de bewegingen die met dit lichaam worden gemaakt het vertrekpunt, het werkmateriaal, het speelterrein, … binnen de therapie.

Danstherapie

Danstherapie gebruikt de verschillende elementen van de dans: het inzetten van het lichaam (Body), het ruimtegebruik (Space), het lichaam vormgeven binnen de ruimte en tegenover de ander (Shape), en de intentie van de bewegingen (bv. de mate waarin er spanning aanwezig is in het lichaam) (Effort). Effort vertelt ons iets over de emotionele drijfveren achter de beweging.

In de praktijk wordt danstherapie op verschillende manieren toegepast, afhankelijk van de aan de therapievorm toegewezen functie. De relatie tussen therapeut en cliënt staat centraal. Die ontplooit zich binnen de dans. De psychotherapeutische stroming(en) van waaruit men vertrekt, geven het geheel mee vorm.

Methodieken en oriëntatie

Binnen de opleiding biedt de psychoanalyse een kader voor het werk van de danstherapeut. Men volgt er de logica van het specifieke van elke casus en niet die van een vooraf gegeven theorie over het psychisch lijden. We stellen ons de vraag wat danstherapie zeer specifiek voor elke cliënt kan betekenen. Hier passen we onze methodiek op aan. We staan stil bij het lichaamsbeeld, de beleving van het lichaam, wat zich in de dans laat zien dat zeer eigen is voor deze persoon en hoe dit in de danstherapie kan evolueren. Hoe kan de therapeut de ruimte geven aan de cliënt om te herstellen, te vitaliseren of te stabiliseren binnen de danstherapie?

De relatie cliënt-therapeut staat centraal waarbij de Chace-methodiek en authentic movement aan bod komen. De lichamelijke afstemming tussen cliënt en therapeut krijgt in deze methodieken een belangrijke plaats. Verder verhouden we ons tegenover de actuele ontwikkelingen binnen de danstherapie en internationaal onderzoek dat gebeurt binnen het vakgebied. Methodieken of technieken die meer gestuurd zijn vanuit een vast kader of protocol komen ook aan bod en belichten we vanuit bovenstaande visie.  

Jouw opleiding tot danstherapeut

Binnen de opleiding ontleed je de dans in haar deelaspecten en staan we stil bij  de therapeutische inzetbaarheid van elk onderdeel van de dans (body, space, shape en effort) en van de dans als geheel. Je richt je op het uitbreiden van voldoende vaardigheden om dans in te zetten in functie van wat een cliënt nodig heeft.

De mediumspecifieke vakken in het voortraject worden ‘mediumspecifiek handelen danstherapie basis’ genoemd en richten zich vooral op jouw ontwikkeling als persoon in relatie tot het medium dans. In deze lessen ervaar je de methodieken aan den lijve en sta je stil bij de reflectie hierover.

In de lessen ‘mediumspecifiek handelen danstherapie verdieping’ oefen je jouw therapeutische vaardigheden. Je leert er danstherapeutische methodieken zelf toepassen. Aan het einde van je opleiding kan je casusgericht een danstherapeutisch behandelplan beschrijven en uitvoeren.

Je volgt een aantal algemene vakken, los van het keuzetraject. De mediumspecifieke vakken worden aangeboden in kleinere groep, naargelang het gekozen keuzetraject: beeldende therapie, danstherapie, dramatherapie of muziektherapie.

Het team moedigt je aan de  verschillende theoretische standpunten en werkwijzen te exploreren om zo een eigen doordachte visie op het danstherapeutisch handelen te ontwikkelen.

Vereiste vaardigheden

Om het keuzetraject danstherapie te kunnen starten, zijn een aantal vaardigheden vereist. Je hebt een affiniteit met dans als kunstvorm. Je volgde reeds voldoende dansles om zelf een eenvoudige choreografie in elkaar te kunnen steken. Je hebt een zekere draagkracht, van waar uit je kan gaan reflecteren over jouw eigen ervaringen in dans. Je houdt ervan om andere mensen te zien dansen, je bent hier in oplettend voor detail en je hebt inlevingsvermogen.