De cliënt komt binnen dramatherapie onder andere tot het vertellen van zijn verhaal, ontwikkelt persoonlijke doelstellingen en experimenteert met verschillende rollen.
In de praktijk wordt dramatherapie op verschillende manieren toegepast, afhankelijk van de aan de therapievorm toegewezen functie. De relatie tussen therapeut en cliënt staat centraal waarbij het medium drama een specifieke plaats inneemt. De psychotherapeutische stroming(en) van waaruit men vertrekt, geven het geheel mee vorm.
Methodieken en oriëntatie
Binnen de opleiding biedt de psychoanalyse een kader voor het werk van de dramatherapeut. Je volgt de logica van het specifieke van elke casus en niet die van een vooraf gegeven theorie over het psychisch lijden. Je past er je methodiek op aan. Je stelt je de vraag wat dramatherapie zeer specifiek voor elke cliënt kan betekenen.
De relatie cliënt-therapeut staat centraal. Enkele van de gekende methoden die we gebruiken zijn improvisaties, story making – story telling, sociodrama, play-back theater, interactiedrama, developmental transformations en begeleid toneel.
Methodieken of technieken die meer gestuurd zijn vanuit een vast kader of protocol komen ook aan bod en belichten we vanuit bovenstaande visie.
Jouw opleiding tot dramatherapeut
Binnen jouw opleiding tot dramatherapeut onderzoek je de verschillende aspecten van dramatherapie die een invloed hebben op jouw eigen proces. Je leert jezelf ontdekken en ondervragen door het werken en reflecteren in het medium. Dit vraagt een zekere draagkracht van jou als student.
De mediumspecifieke vakken in het voortraject worden ‘mediumspecifiek handelen dramatherapie basis’ genoemd en richten zich vooral op jouw ontwikkeling als persoon. In deze lessen ervaar je de methodieken aan den lijve en sta je stil bij de reflectie hierover.
In de lessen ‘mediumspecifiek handelen dramatherapie verdieping’ oefen je jouw therapeutische vaardigheden. Je leert er dramatherapeutische methodieken zelf toepassen. Op het einde van je opleiding kan je casusgericht een dramatherapeutisch behandelplan uitschrijven en toepassen.
Je volgt een aantal algemene vakken, los van het keuzetraject. De mediumspecifieke vakken volg je in kleinere groep, afhankelijk van het gekozen keuzetraject: beeldende, therapie, danstherapie, dramatherapie of muziektherapie.
Het team moedigt je aan de verschillende theoretische standpunten en werkwijzen te ontdekken om zo een eigen doordachte visie op het dramatherapeutisch handelen te ontwikkelen.
Vereiste vaardigheden
Om het keuzetraject dramatherapie te kunnen starten, zijn een aantal vaardigheden vereist. Je hebt een affiniteit met drama als kunstvorm en blokkeert niet in ongestructureerde situaties. Je kan transformeren in verschillende rollen en bent vaardig in improvisatie. Je verbaliseert over jouw eigen dramatische vormgeving. Hierbij bezit je een zekere draagkracht, van waaruit je reflecteert over jouw eigen ervaringen in drama.