Fake Fish Fest en de strijd tegen desinformatie

Mensgerichte technologie
Mediawijs
Onderzoek
Communicatie, Media en Design

Jan Boesman, Edward De Vooght, Laurien Desimpelaere, & Eef Thoen

Heeft u hem al gedaan – de AI-check van VRT NWS? In het kader van de VRT Checkweken zet de publieke omroep volop in op de strijd tegen desinformatie. Met de AI-check kan je nagaan hoe goed je nep van echt kan onderscheiden. Onderweg krijg je tips mee, zoals: “Deepfakes kan je herkennen aan kleine details zoals vreemde handen of wartaal” of “Zoek extra info op over wat je ziet. Zou een bekende dokter echt twijfelachtige pillen aanprijzen?”

Het is een aanpak die we maar al te goed kennen. De nepnieuwstest is steevast het meest mediagenieke luik van de Nieuwsbarometer, ons tweejaarlijks onderzoek naar het nieuwsgebruik en de nieuwswijsheid van Vlaamse jongeren.

Maar maken dit soort tests van ons werkelijk meer kritische scrollers? 

Jongeren smartphone

Wantrouwen

Kritisch kijken naar informatie betekent niet alleen dat je herkent wat fout is, maar ook wat klopt. En die tweede component lijkt steeds meer onder druk te staan. Dat blijkt ook uit de cijfers van onze laatste Nieuwsbarometer (2025): terwijl 86% van de jongeren erin slaagt om fake news te herkennen, herkent slechts 62% betrouwbare berichtgeving. Bijna vier op de tien jongeren twijfelt dus aan betrouwbare berichten, zoals een Instagrampost van nws nws nws of een TikTok-video van artsen die gezondheidsclaims checken. 

Volgens contentcreator Anna-Livia Smekens, ambassadeur van de VRT-checkweken, zou de vraag “Is dit AI?” een automatische reflex moeten worden in ons scrollgedrag. Maar wanneer slaat een kritische houding door in ongezond scepticisme? Wat verliezen we met wantrouwen als nieuwe basishouding? Ofwel, wat blijft er over van onze gedeelde werkelijkheid als “alles fake kan zijn” ? 

Fake Fish Fest

Enter het Fake Fish Fest. Op 1 april – het onschuldige visje is allang opgeslokt door de kwaadaardige karper fake news – organiseerden we een event waarbij jongeren op een speelse manier met desinformatie aan de slag gingen. Studenten uit Vrijplaats (lab aan de Arteveldehogeschool dat transformatieve leeromgevingen vormgeeft)  ontwikkelden samen met onderzoekers een reeks workshops voor leerlingen uit de tweede en derde graad secundair onderwijs. Aan het einde werd het geheel van impressies samengevat via slam poetry, waarbij de kracht van kunst en humor werd ingezet om kritisch te reflecteren op mediagebruik. 

De workshops konden in drie categorieën worden onderverdeeld. Een eerste type workshops focuste op spel en herkenning, zoals een bingospel waarbij leerlingen eigen ervaringen met misleidende informatie moesten herkennen of een ‘Fakewolven’ rollenspel met journalisten, influencers en trollen. In een tweede type workshops lag de nadruk op productie en perspectief, zoals het verzinnen van een verhaal bij een nieuwsfoto zonder context of het herwerken van feitelijke berichten tot misleidende versies. Een derde type workshops focuste op expliciete analyse en verificatie. Deze workshops leunden het dichtste aan bij de aanapk van testjes zoals de AI check van VRT of bij de nepnieuwstest uit onze Nieuwsbarometer: deelnemers leren fake news herkennen en krijgen factcheck-skills aangereikt.

Fake Fish Fest

Spanningsveld

Na elke workshop vulden de leerlingen een korte survey in. Daardoor waren we in staat om de impact van de workshops na te gaan op het gebied van evaluatie (hoe leuk ze het vonden),  agency (de mate waarin ze het gevoel hadden zelf beslissingen te kunnen nemen), gepercipieerde leerwinst (of ze iets hadden bijgeleerd dat ze konden gebruiken) en bezorgdheid over online informatie (de mate waarin ze het gevoel hadden niks meer te kunnen vertrouwen). 

De resultaten van deze pilootstudie wijzen op een duidelijk didactisch spanningsveld. De type-3 workshops, met nadruk op expliciete verificatie, leverden de meeste gepercipieerde leerwinst op, maar gingen ook gepaard met de grootste bezorgdheid. Leerlingen voelden zich na deze workshops beter gewapend, maar gingen evengoed huiswaarts met ideeën als “alles kan fake zijn” of “er is superveel fake news”. 

Omgekeerd leidden de type-1 en type-2 workshops, waarin desinformatie implicieter werd benaderd, tot minder gepercipieerde leerwinst, maar ook tot minder bezorgdheid.

Agency

De onderliggende boodschap van veel interventies tegen desinformatie is dat wantrouwen een deugd is. Twijfel alles, check alles, geloof niets zomaar. Op zich is daar weinig mis mee – tot wantrouwen de norm wordt en vertrouwen de uitzondering. Dan ondergraaft dezelfde logica die burgers weerbaar moet maken net de mogelijkheid tot gedeelde kennis.

De alternatieven in ons experiment – workshops die inzetten op spel, herkenning of creatie – lijken op het eerste gezicht minder “effectief”. Ze leveren minder gepercipieerde leerwinst op. Maar ze doen iets anders, en mogelijk iets fundamentelers.

Leerlingen die vertrekken vanuit hun eigen mediagebruik – waarin niet alles fake is, en waarin ook betrouwbare bronnen circuleren – behouden meer nuance in hun oordeel. Ze leren niet alleen dat informatie misleidend kán zijn, maar ook dat ze er zelf mee kunnen omgaan. 

Nieuwswijsheid wordt vaak benaderd als een set vaardigheden—herkennen, checken, analyseren—maar die staan niet los van hoe jongeren zich tot informatie verhouden. Wie het gevoel krijgt dat niets nog betrouwbaar is, dreigt ten prooi te vallen aan cynisme, gevoed door een gevoel van machteloosheid.

Precies daar ligt de meerwaarde van werkvormen die inzetten op betrokkenheid en agency. Ze herstellen een gevoel van controle en maken van nieuwswijsheid meer dan een defensieve reflex. Nieuwswijsheid vergt meer dan testjes en checklists. Het vergt een didactiek die ook ruimte laat voor herkenning, betrokkenheid en handelingsvermogen.

De strijd tegen desinformatie is daarom ook een strijd tegen cynisme. En die win je niet alleen door te leren wat je niét moet geloven, maar ook door te ervaren wat wél geloofwaardig is —en waarom dat ertoe doet. 

Fake Fish Fest is een samenwerking tussen de onderzoeksprogramma’s Jonge makers (Vrijplaats) en Desinformatie & Jongeren.