Onze aanpak

Dit is een professionele bacheloropleiding en dus zijn de theorie en de praktijk optimaal op elkaar afgestemd. Je kiest zelf twee onderwijsvakken die je op het lijf geschreven zijn. De Arteveldehogeschool biedt een aantal unieke combinaties aan.

We bieden je een boeiende en evenwichtige mix van onderwijsactiviteiten en praktijk. Via probleemgestuurd onderwijs en projectonderwijs, excursies en studiereizen dagen we je uit om jezelf beter te leren kennen, je grenzen te verleggen en je met je talenten te ontwikkelen tot een professionele leraar en begeleider van jongeren.

We hebben een netwerk van honderden scholen, bedrijven en culturele organisaties waarmee we samenwerken voor praktijk, projecten en bachelorproeven. We moedigen je ook aan om je te profileren via persoonlijke keuzes en realisaties.

Drie pijlers

Onze opleiding is gebouwd op drie pijlers: onderwijsvakken, praktijk en ondersteunende vorming.

  • Onderwijsvakken: Uit de 25 onderwijsvakken die de opleiding aanbiedt, kies je er twee. Aan jou de keuze hoe je het pakket samenstelt. Elk onderwijsvak biedt je een pakket aan dat uit drie delen bestaat: vakstudie, vakdidactiek en vakproject. De Arteveldehogeschool biedt 217 combinaties aan, een aantal daarvan is uniek in Vlaanderen. Na het behalen van je diploma kun je in een verkort traject nog een derde onderwijsvak volgen.
     
  • Praktijk: Leraar zijn is fantastisch, leraar worden een hele uitdaging. Een belangrijke pijler van de opleiding is dan ook de praktijk. Tijdens de vele stageweken ontwikkel je jezelf tot een goede leraar. Geleidelijk aan krijg je de complexiteit van het beroep onder de knie. Op het einde van je opleiding kan je ook stage doen buiten het onderwijs. Klik hier voor meer info over de praktijk.
     
  • Ondersteunende vorming: De pijler ondersteunende vorming maakt van jou een degelijke leraar en begeleider. Het gaat om het verwerken van een brede waaier aan bagage: hoe begeleid je jongeren optimaal? Hoe ga je met mensen om en hoe communiceer je, verbaal en non-verbaal? Hoe ga je vanuit een christelijk perspectief aan de slag met zinvragen die leven bij jongeren? Hoe gebruik je onderzoek en multimedia als lesgever? Klik hier voor meer info.

Hoe ziet het eerste jaar eruit?

In het eerste jaar bouw je een stevige basis op. Vakken als Jongeren en maatschappij, Onderwijs en maatschappij en Jongeren en welzijn leren je hoe jongeren in het leven staan en welke rol onderwijs daarin speelt. In het opleidingsonderdeel Algemene didactiek bestudeer je de basiscomponenten van een krachtige leeromgeving en dankzij Communicatieve vorming kom je te weten hoe je met jongeren en ouders omgaat en communiceert.

Binnen de vakstudies van je beide onderwijsvakken bouw je expertise uit. Tegelijk duik je meteen de praktijk in. Voor de twee onderwijsvakken die je gekozen hebt, neem je in het eerste jaar de praktijk op in een veilige leercontext op de campus. Zo kan je experimenteren, jezelf bijsturen onder begeleiding en ondertussen verdiep je je in de door jou gekozen materie.

Hoeveel lesuren heb ik?

Je hebt gemiddeld 25 uur les per week. Maar ook buiten de lessen ga je aan de slag: opdrachten en oefeningen maken, lessen voorbereiden, stage lopen ... Alles samen investeer je zo’n 40 à 45 uur per week in je opleiding.

Krijg ik les in grote groepen?

Voor algemene vakken zoals Jongeren en maatschappij krijg je meestal les in een grote groep in een aula. Voor vakken waarbij je zelf aan de slag gaat, werk je in kleinere lesgroepen van 20 à 40 studenten.

Wat volgt in het tweede en derde jaar?

In het tweede jaar verfijn je wat je in het eerste jaar hebt geleerd. Je gaat dieper in op de inhoud van je onderwijsvakken en brengt de opgedane kennis verder in de praktijk. Tijdens twee stageperiodes van telkens vier weken doe je praktijkervaring op in je stageschool of stageorganisatie.

Het derde jaar legt nog meer de klemtoon op leraar of begeleider zijn in de praktijk. Je leert hoe je communiceert met leerlingen en ouders en loopt acht weken stage in een secundaire school of sportorganisaties. Daarnaast loop je twee weken stage bij een specifieke doelgroep. Na die tien weken durende afstudeerstage vul je vier weken stage vrij in op basis van je interesses en talenten.

In het derde jaar schrijf je je bachelorproef: een afstudeerwerk, een groepsopdracht van langere duur waarbij je verschillende competenties uitdiept. In je bachelorproef buig je je over onderwijsgerelateerde vragen en problemen en ontwikkel je vanuit een onderzoekende houding kennis en/of materiaal dat op een praktisch niveau bruikbaar en toepasbaar is. Je stelt je werk voor aan een breed publiek.